Cursusaanbod
School voor Talent Muziek, 7 - 20 jaar

School voor Talent Muziek, 7 - 20 jaar

Bij de School voor Talent Muziek ga je een jaar lang met elkaar een bijzonder programma volgen, gevuld met leerzame School voor Talentdagen, samenspel in ensembles en professionele optredens. We willen met de School voor Talent Muziek een plaats creëren waar jij als talent de kans krijgt om je in een positieve omgeving optimaal te ontplooien. Dit doen we door een aantal extra activiteiten aan te bieden en contacten met conservatoria te onderhouden.

Programma

We bieden iedere muziekleerling 10 minuten extra lestijd van zijn/haar eigen docent. Daarnaast komt iedere deelnemer zestien les(zater)dagen naar het Eemhuis.

Er zijn twee groepen: een ochtendgroep van 10.00 uur tot 12.10 uur (grofweg vanaf de 2e klas middelbare school) en een middaggroep van 12.00 uur tot 14.10 uur (de jongere kinderen). Beide groepen zingen in een koor. Wij vinden zingen heel belangrijk en een leuke sociale activiteit.

Docenten van het conservatorium komen een techniekles geven en er staat een masterclass op het programma. Voor kinderen van de ochtendgroep - die zich daarvoor opgeven - worden solfègelessen georganiseerd en leerlingen leren zich te presenteren bij optredens. Er worden kamermuziekensembles gevormd, die gecoacht worden om naar een uitvoering toe te werken.

Optredens

Naast de ‘gewone’ optredens in het Eemhuis, wordt de leerlingen extra gelegenheid geboden om buiten de deur te spelen, bijvoorbeeld in de Sint Aegtenkapel. Minstens één keer per jaar krijgt iedere leerling de gelegenheid om met een professionele pianist te repeteren en op te treden.

De School voor Talent Muziek staat midden in het Amersfoortse culturele leven. We verzorgen concerten in de Bibliotheek Het Eemhuis, verzorgingshuis Het Seminarie en nemen deel aan het Havikconcert. Het jaar wordt afgesloten met een eindpresentatie, waarbij ook de andere disciplines van School voor Talent zich laten zien.

Hoe doe je mee?

De School voor Talent Muziek staat open voor leerlingen die aanleg en motivatie hebben. De instroom is laagdrempelig, d.w.z. jonge leerlingen krijgen de kans zich te bewijzen ook al is hun niveau nog niet heel hoog. Het advies van de docent is daarbij belangrijk.

Iedereen die zich aanmeldt, doet aan het eind van het seizoen (opnieuw) auditie om toegelaten te worden voor het volgende seizoen. Op de auditie wordt gevraagd twee contrasterende stukken te spelen, waarvan één uit het hoofd. Daarnaast vragen wij de leerlingen een filmpje van zichzelf te maken waarop ze een stuk spelen. Bij leerlingen die al in de School voor Talent zitten, wordt tijdens een auditie geluisterd of er voldoende vooruitgang is geboekt ten opzichte van de vorige auditie. Bij nieuwe leerlingen wordt gekeken of we denken dat er voldoende aanleg en ambitie is om met succes deel te nemen. Aanmelden kan rechtstreeks bij één van de organisatoren, of via de eigen docent.

Commitment is onmisbaar

Wij vragen van de leerlingen dat zij alle zestien zaterdagen aanwezig zijn. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan hier van afgeweken worden. Daarnaast kan het nodig zijn om extra repetities of lessen bij te wonen. Veel kinderen hebben naast hun muziek ook andere hobby’s en sporten, waardoor dit soms lastig is te combineren. Als je het programma van de School voor Talent Muziek wilt volgen, moet dit je hoogste prioriteit hebben.


Kosten

Leerlingen van Scholen in de Kunst | € 305,-
16 leszaterdagen 
10 minuten extra les eigen docent 

Leerlingen Bachschool Soest | € 100,- + kosten 10 minuten extra les eigen docent 
16 leszaterdagen 
10 minuten extra les eigen docent 

Overige leerlingen | € 180,- 
16 leszaterdagen 


Informatie en opgave

voor verdere informatie en opgave kun je contact opnemen met Irma Vos,


JAARPROGRAMMA (data onder voorbehoud)

PROGRAMMA OCHTENDGROEP
10.00-11.00 uur ochtendkoor 
11.00-11.10 uur pauze  
11.10-12.10 uur invulling programma ochtendgroep 

PROGRAMMA MIDDAGGROEP
12.00-13.00 uur middagkoor  
13.00-13.10 uur pauze 
13.10-14.10 uur invulling programma middaggroep 

(LES) ZATERDAGEN 

5 en 12 oktober, 2, 16 en 30 november, 14 december 2019, 11 en 25 januari, 8 februari, 7 en 21 maart, 4 en 18 april, 23 mei, 6 en 20 juni (eindpresentatie) 2020.

5 OKTOBER 2019
inspiratiedag School voor Talent (alle disciplines) 

8 NOVEMBER 2019
concert in Sint Aegtenkapel 

14 DECEMBER 2019
presentatie in het Eemhuis

21 DECEMBER 2019
concert in Lutherse Kerk 

FEBRUARI 2020
concert in Nieuwe Kerk 

20 JUNI 2020    
eindpresentatie School voor Talent (alle disciplines) 



Aanbod > School voor Talent Muziek, 7 - 20 jaar

Docenten voor deze cursus

Marguerite de Waal

Klaske de Haan

Kees Vos

Liesbeth Vernout

Georgina Collington

Arjen Uittenbogaard

Frits Kroese

Irma Vos

Jan Schoonenberg

Eric Fennis

Sabine van Lier

Marguerite de Waal

‘Dat toverachtige, daar gaat het om’

Achtergrond 
• Marguerite studeerde viool aan het Utrechts Conservatorium, bij onder meer Emmy Verhey, Eeva Koskinen en ze nam deel aan de masterclasses van Viktor Liberman.
• Sinds 1987 geeft ze les bij Scholen in de Kunst.
• Marguerite speelt regelmatig in de beroepsorkesten en maakt graag kamermuziek in een duo of trio.

Als docent
‘Liefde voor muziek, plezier in muziek maken, dat wil ik mijn leerlingen bijbrengen. Vioolles is vaak een mijlpaal in de week, een vast gegeven. Op school gaat alles volgens een stramien, met de regels van taal en rekenen. Het is mooi als kinderen daarnaast even in een andere wereld zijn. Muziek is een wereld van gevoel, fantasie en optimisme. Ik streef er dan ook naar dat mijn leerlingen opgewekt de deur uitgaan. Maar ik kan ook streng zijn, zeker als jongeren naar het conservatorium willen.’

De les
‘Als ik zie wat er in een kind zit, wil ik dat er heel graag uithalen. Dan ben ik heel geduldig. Ik zit niet zo vast aan een methode, maar kijk wat een kind aanspreekt. Voorspelen, naspelen, zingen, uitbeelden in muziek, noten lezen. Ik ben zelf opgeleid binnen de Russische vioolschool, ik houd van het zangerige spel en de warme vioolklank. Dat probeer ik over te brengen op mijn leerlingen, in combinatie met de praktische benadering van mijn pedagogiekleraar Qui van Woerdekom. Ik ga uit van het klassieke repertoire, maar als iemand Pirates of the Caribbean wil spelen, prima. Of musicalstukjes, vaak hebben die hele lastige ritmes, die gaan we dan uitzoeken, klappen totdat ze het voelen. Naast de individuele les hebben de strijkers in het eerste jaar ook groepsles ’

Studeren
‘Ik verwacht inzet en hoop dat de les zo inspirerend is dat de viool niet als een hockeystick voor een week in de kast belandt. In de les leer ik hoe mijn leerlingen het studeren aan moeten pakken. Ik begeleid veel op piano, dan klinkt het vaak zo leuk dat ze zin krijgen om thuis te studeren. Boeken met meespeel-cd’s, dat motiveert ook. En het helpt als ouders niet alles aan het kind overlaten, maar actief betrokken zijn, interesse tonen: “laat eens horen, wat heb je geleerd?” Liefst samen oefenen, maar in elk geval helpen herinneren, het is net als tandenpoetsen, gewoon doen.’

Geluksmomentjes…
‘Als we opeens echt muziek maken, buiten het metronomische om, als de timing en klankkleur zo is dat je kippenvel krijgt. Dat toverachtige daar gaat het om. Of als we samen heel erg moeten lachen.’


Klaske de Haan

Kees Vos

‘Je raakt aan zoveel vaardigheden’

Achtergrond 
• Kees is afgestudeerd aan het Conservatorium van Rotterdam.
• Hij speelde jarenlang in Het Nederlands Klarinetkwartet. 
• Sinds 1984 geeft Kees les bij Scholen in de Kunst.
• Op basis van de beroemde klarinetmethode van Carl Baermann schreef Kees een veelomvattende klarinetmethodiek. Zie www.klarinetstudio.nl.
• Vanuit zijn studio thuis reviseert en repareert hij klarinetten.
• Kees geeft graag kamermuziekconcerten met collega’s en leidt een klarinetensemble, met volwassen leerlingen, van bas tot es-klarinet, het Clarinet Choir Amersfoort.
• Voor Scholen in de Kunst verzorgt hij video-opnames en fotografie. 

Als docent 
‘Ik probeer me altijd aan te passen aan de leerling, ik werk volgens vaste methodes, maar welke ik kies, hangt af van de leerling. Uiteindelijk wil ik met iemand in mijn lessen graag een bepaald niveau bereiken. Maar bovenal laat ik mijn leerlingen graag het waardevolle van musiceren ervaren. Je raakt aan zoveel vaardigheden: motoriek, lezen, luisteren - alles tegelijk, heel belangrijk in de ontwikkeling van een kind.’  

De les en oefenen 
‘De sfeer in mijn les vind ik open en gezellig, we hebben plezier. Bij de repertoirekeuze ga ik uit van klassieke muziek, maar we spelen zeker ook andere stijlen zoals jazz en klezmer. Zo kan een leerling uitvinden wat hem past. Hoe help ik iemand verder? In de les zoeken we vooral de herhaling. Als iets niet gaat: waar zit het probleem? Door dat te herhalen merkt de leerling vooruitgang, en leert hij dat zelfstandig thuis toepassen. Het is fijn als ouders van jonge kinderen betrokken zijn en samen met hun kind een vast studiemoment creëren. Als kinderen niet goed genoeg studeren, wordt het ook niet leuk genoeg en haken ze vaak na een paar jaar af, doodzonde, want juist dan wordt het leuk.’ 

Methode van Baermann 
‘Als mijn leerlingen in hun 3e of 4e jaar zijn en serieus aan de slag willen, gebruik ik de methode van Baermann. Daar heb ik me in gespecialiseerd en ik merk hoe snel ze daarmee vooruitgaan. Leerlingen gaan losse facetten van het klarinetspelen studeren, om die uiteindelijk tegelijkertijd te kunnen toepassen. De basis van de methode bestaat uit korte fragmenten waarmee een leerling feeling krijgt voor bepaalde motoriek. Die fragmenten laat ik in verschillende ritmes studeren. Dan komen toonladders aan bod met als doel regelmaat en snelheid in de vingers te krijgen. Ook voor toonvorming zijn er oefeningen. Hoe maak je klank, dynamiek? Ten slotte hebben we voordrachtetudes met pianobegeleiding.  
Op basis van deze oefeningen kun je het grote klarinetrepertoire gaan spelen. De klankoefening met dynamiek kan je bijvoorbeeld direct toepassen in de zinsbouw van romantische klarinetmuziek.’  

Samenspelen 
‘Ik vind het heel belangrijk dat iedereen gaat samenspelen. Leerlingen leren naar elkaar luisteren, niet alleen maar gefocust zijn op zichzelf. Vanuit Scholen in de Kunst organiseren we ook samenspelweekenden voor zowel volwassen als voor kinderen. Dan zie ik dat leerlingen gaan begrijpen wat muziek maken is, het plezier dat ontstaat, ook door de sfeer rond het samenspelen.’ 

Geluksmomentjes… 
‘Als ik zie dat een leerling er plezier in heeft. En als ik echt contact heb met een leerling, als het klikt. En natuurlijk als ik vooruitgang zie.’  



Liesbeth Vernout

‘Als leerlingen een beetje verliefd worden op de trompet…’

Achtergrond
• Liesbeth studeerde Muziekwetenschappen in Utrecht; had een eigen muziekuitgeverij, en besloot pas daarna professioneel verder te gaan met de trompet. Ze behaalde haar diploma docerend musicus in 2004 en studeerde HaFa-directie aan het Artez conservatorium Arnhem.   
• Liesbeth geeft sinds 2004 trompetles bij Scholen in de Kunst.
• Ze dirigeert daarnaast onder meer het Kei Stedelijk Opleidingsorkest. 

Als docent
‘De leerling en ik hebben allebei iets met de trompet, die gemeenschappelijkheid is mijn uitgangspunt. Vervolgens zie ik mijzelf als iemand die het leren beheersen van het instrument begeleidt, coacht. Daar is geen specifieke manier voor. De weg hangt af van de leerling, wat zoekt een leerling? Wat vindt hij? En wat brengt hij zelf in? Ik richt me op de zelfstandigheid van leerlingen, ongeacht of ze ‘goed’ zijn in trompetspelen of niet - ik wil dat ze het gevoel krijgen iets te beheersen en dat ze daarvan kunnen genieten. Het verschil tussen de leerlingen maakt lesgeven juist zo boeiend.’ 

Ruimte geven
‘Meestal begin ik bij kinderen met lekker uit het hoofd spelen. Maar als ze meteen nieuwsgierig zijn naar de nootjes, beginnen we daarmee. Vervolgens wil ik leerlingen vooral de ruimte geven dingen te doen die niet per se in ‘het boekje’ staan. Uiteraard is het bijbrengen van de basistechniek van het trompet spelen het essentiële onderdeel van het speel-leerproces. Maar het is zo mooi als iemand komt met iets wat ik niet verwacht, of zegt: “Kijk eens wat ik kan op de trompet!” Dan weet ik: daar ga ik op aansluiten! Vervolgens zijn er zoveel methodes waar we mee kunnen werken, ik kijk altijd wat past. Dat houdt kinderen gemotiveerd en enthousiast.’  

Oefenen
‘Ik geef aan wat leerlingen thuis kunnen oefenen, maar als ze terugkomen met wat anders - ook prima. Ik hoop dat ze doen wat mogelijk is, en vooral dat ze spelen vanuit eigen enthousiasme. Lukt dat niet, dan kan ik ze vaak helpen – samen met ouders kan ik de trukendoos opentrekken. Bijvoorbeeld een roostertje maken, dat vinden vooral pubers fijn. Maar ook bij hen werkt eigen verantwoordelijkheid het beste, zelf de kick ervaren van mooi spelen. Ik spreek wel eens af dat we even helemaal niks thuis oefenen, alleen maar op les. Dan zegt de puber al snel: “Ik wil toch wel íets doen!” Als jongeren bang zijn trompetspelen niet te kunnen combineren met bijvoorbeeld de brugklas, stel ik ze gerust en werken we lekker op de les en dan komt het oefenen ook weer. Voor leerlingen uit de HaFa-wereld die zelf graag een examen willen doen, of leerlingen die naar concoursen gaan maak ik afspraken over wat er van ze gevraagd wordt.’  

Samenspelen
‘Ik kom zelf uit de uit de wereld van de harmonie en fanfare, en in mijn studententijd speelde ik in symfonieorkesten. Met die achtergrond stimuleer ik het samenspelen graag, vaak is het sociale aspect heel motiverend. Bij de leerlingen die van de harmonie en fanfare komen, gaat dat vanzelf. Er zijn ook kinderen die liever alleen, puur met hun instrument bezig willen zijn. Het kan hen helpen in het dagelijks leven: leren doorzetten, of als afleiding, of gewoon omdat ze het fijn vinden om te doen.’  

Geluksmomentjes…
‘Er zijn zoveel dingen waar ik blij van word! Het enthousiasme van de kinderen; als leerlingen vrolijk de deur uitgaan; als ze met iets onverwachts komen. Of als ik zie dat leerlingen een beetje verliefd worden op de trompet.’  


Georgina Collington

‘Doorgeven van geluk’

Achtergrond
• Georgina studeerde aan de Royal Northern College of Music in Manchester, bij John Gough. Zij vervolgde haar studie op het Conservatorium van Amsterdam bij Matthijs Verschoor.
• Vanaf 2002 geeft Georgina les bij Scholen in de Kunst. Ze is altijd betrokken geweest bij de ontwikkeling van de talentenklas van Scholen in de Kunst.
• Naast haar lespraktijk, begeleidt ze instrumentalisten en zangers, speelt ze in ensembles en treedt ze op als solist. 

Als docent
‘Klassieke muziek betekent veel voor mij en ik voel me verantwoordelijk voor het doorgegeven van het geluk dat musiceren mij geeft. Kinderen komen er niet meer vanzelfsprekend mee in aanraking, terwijl het zo waardevol is - voor de rest van je leven. Zeker piano spelen, dat is heel compleet: we hebben het mooiste repertoire en er zijn zo veel mogelijkheden om samen te spelen.  

Ik eis veel, want goed leren piano spelen vraagt grote inspanning. Maar ik ben realistisch: ik kijk wat mogelijk is en dat probeer ik eruit te halen. Bovenal is mijn taak een leerling te motiveren, elk les weer. Met kleine stapjes ergens naar toe werken: een voorspeelmoment, samenspelen, een concours. Ik wil dat piano leren spelen een reis is met veel plezier, waarbij we samen veel bereiken. Wat dat precies is, verschilt per leerling.’ 

Methode
‘Met jonge kinderen zing ik in het begin veel, we spelen op het gehoor, we bewegen, maar ik wacht niet lang met notenlezen. Daar heb je veel aan omdat je met piano al snel veel noten tegelijk speelt. Maar als een kind daarmee worstelt, push ik het niet. Bij alles wat we doen, probeer ik constructieve aandacht te geven: aandacht aan de dingen die niet goed gaan, maar ook blijven focussen op dat wat wel goed gaat. Met piano hebben we geluk met heel veel mooie methodes. Ik maak keuzes afhankelijk van wat een kind nodig heeft.’ 

De les
‘Ik vind het belangrijk dat kinderen zelf efficiënt leren studeren, dat is meer dan zitten, de stukken doorspelen en klaar. Ik leer ze het verschil tussen spelen en oefenen. We analyseren de muziek en verzinnen oefeningen met de lastige stukjes. En als een kind het stuk technisch beheerst, wil ik natuurlijk dat het zich helemaal vrij voelt zich een stuk eigen te maken. Daarom praten we over de muziek: Waar gaat het over? Hoe voel je je als je dit stuk speelt? Welke zinnen kunnen we eruit halen? En natuurlijk: hoe gebruik je daarvoor de techniek?’ 

Repertoire
‘In het begin spelen we gewoon liedjes die de leerling kent, maar zo snel mogelijk geef ik klassieke stukken: Kabalevsky, Bartók, Mozart, Bach – stukken die voor kinderen geschreven zijn. Als kinderen echt willen, spelen we ook popliedjes, maar vaak, als ze de smaak van klassieke muziek te pakken hebben, willen ze niet anders meer. Ik houd zelf van veel soorten muziek, maar klassieke muziek vind ik als goede literatuur: als je het eenmaal ontdekt, wil je niet meer terug.’ 

Ouders
‘De rol van ouders is belangrijk, zij kunnen helpen de motivatie van een leerling de hele week levend te houden. Interesse tonen, positieve aandacht geven en creatieve oplossingen vinden als het niet lekker gaat. Zodat het kind zich niet alleen voelt en ervaart: ‘Muziek is belangrijk in dit gezin’. Maak er ook iets leuks van. Ik ga bijvoorbeeld zelf met mijn kind na de muziekles een donut eten. De les is al leuk, maar dan nog even met z’n 2-tjes, dan wordt het nog leuker.’ 

Meer dan les
‘Het mooie van Scholen in de Kunst is dat we als community de leerlingen veel kansen kunnen bieden voor samenspel en talentontwikkeling. De jongsten kunnen in een piano-orkest; er is een piano plusklas; we vormen ensembles en kunnen spelen met dansers. Ik vind dat belangrijk en ben met veel plezier betrokken bij het vormgeven van de samenspeelprojecten en van de School voor Talent.’ 

Geluksmomentjes…
‘Er zijn zoveel geluksmomenten! Als jonge kinderen weer een stapje maken, iets bereiken. Of als ik met gevorderde leerlingen heel intens en lang aan een stuk heb gewerkt en bij een voorspeelavond komt alles samen: ze beheersen de techniek, ze zijn vrij, zitten helemaal geconcentreerd in de muziek. En hun glimlach na een optreden, of het gezicht van ouders die trots zijn op hun kind. Dan ben ik gelukkig!’ 

Arjen Uittenbogaard

Frits Kroese

‘Zo’n moment waarop alles bij elkaar komt’

Achtergrond 
• Frits Kroese studeerde piano aan het Utrechts Conservatorium, bij Polo de Haas en Ria Groot.
• Sinds 1987 geeft hij les bij Scholen in de Kunst.
• Frits is medeorganisator van de School voor Talent en begeleidt als pianist veel leerlingen uit deze groep.
• Hij speelt veel zelf en haalt daar inspiratie uit voor het lesgeven. Zo regelt hij graag uitdagingen voor zichzelf om voor een bepaalde tijd heel hard te moeten studeren.  

Als docent 
‘Wie heb ik voor me? Die vraag is mijn uitgangspunt bij het lesgeven. Het gaat mij om de persoon. En meteen volgt mijn belangstelling in de mens en zijn muziek. Die verbintenis wil ik optimaal maken. Ik wil dat mijn leerlingen zich leren uitdrukken in muziek. Met muziek zeg je het onzegbare, en dat wil je horen.’  

De les
‘Door samen te spelen en voor te spelen, kan een leerling gedrag en muzikaliteit kopiëren. Ik probeer zo min mogelijk te praten, want de essentie van muziek laat zich niet vangen in wat ik zeg. Ik geef veel ruimte, maar kan ook duwen-sjorren-trekken. Het is niet alleen aan de leerling te bepalen wat hij wil leren, dan zou mijn toegevoegde waarde gering zijn. Het is aan mij te zien wat er nog meer in zit, wat zou kunnen en iemand zo ver te krijgen dat hij zich daarvoor inspant. Als ik denk dat een leerling meer kan, vraag ik meer. Maar op alle niveaus geldt: wat is de rek die iemand aan kan? En natuurlijk voel ik me verantwoordelijk voor het plezier dat een leerling heeft in de les, dat is de kurk waar alles op drijft. Er is altijd wel wat te lachen of te kletsen. Het hoeft niet elke week alleen maar leuk te zijn, maar grosso modo moet iemand er blij van worden.’   

Spelen en studeren
‘Weinig kinderen oefenen uit zichzelf. Niet omdat zij het niet leuk vinden! Kinderen zijn veel te lekker bezig met andere dingen. Ouders moeten in de gaten houden dat hun kind voldoende achter de piano zit. Ik wil een leerling het verschil leren tussen spelen en studeren. Spelen is lekker onbekommerd alles van a-z doorwerken en studeren is het nadenken over het stuk en over wat je aan het doen bent. Hoe zorg ik dat het over een half uur beter is? Dat is het moeilijkste en dat probeer ik mee te geven in de les. Welke noten staan er precies, welke stukjes moet je herhalen? Ik leer ze te onderscheiden wat eenvoudig is en dan te kijken wat er overblijft. Een complex liedje kun je zo overzichtelijk maken. Dat is voor mij ook een continu leerproces, een stuk zo te vertalen, te ontleden dat de ander er mee verder kan. Een typische eigenschap van piano leren spelen is dat je een complexer notenbeeld moet verwerken dan bij een melodie-instrument. Kinderen die houden van die complexiteit kunnen dus echt hun intellectuele vaardigheden kwijt.’  

Repertoire
‘Leerlingen hebben een belangrijke stem in welke stukken ze spelen. Als ze namelijk iets graag willen, gaan er deuren open die anders gesloten blijven. Op de middelbare school probeer ik altijd stukken te geven waar je mee voor de dag kunt komen’. 

Geluksmomentjes…
‘Als iemand één is met de muziek. Zo’n moment waarop alles bij elkaar komt. De concentratie is optimaal, er zit niks in de weg. De muziek op dat moment op z’n mooist. Daar wil ik de ander brengen.’  


Irma Vos

‘En dan dat stralende gezichtje!’

Achtergrond
• Irma studeerde als docerend musicus af aan het Conservatorium van Rotterdam en als uitvoerend musicus aan het Conservatorium in Utrecht.
• Sinds 1986 geeft ze les bij Scholen in de Kunst.
• Na haar opleiding remplaceerde Irma in beroepsorkesten, ook speelde ze in het Nederlands Fluitorkest en in ad hoc kamermuziekensembles.
• Inmiddels is haar lespraktijk groter dan haar uitvoeringspraktijk. Ze speelt nog vooral Bachcantates bij cantateverenigingen.
• Samen met Frits Kroese en Georgina Collington vormt Irma het artistiek team van de School voor Talent, zij is vooral aanspreekpunt voor de kinderen en hun ouders. 

Als docent
‘Plezier in muziek maken, dat wil ik mijn leerlingen bijbrengen en ik wil het beste halen uit iedereen. Er zijn zoveel verschillende leerlingen: hele kleintjes, pubers, jongeren die het vak in willen, volwassenen – ik pas me steeds aan. Ik wil graag een band opbouwen met een leerling. Ik weet welke andere hobby’s ze hebben, en ik onthoud wat ze vertellen over school en thuis, zodat ik kan inspelen op de situatie.  

In mijn les wil ik echt aan het werk, iets bereiken. Niet zozeer een bepaald niveau, maar plezier. En het zelfstandig iets kunnen spelen, of ergens kunnen spelen, in een studentenorkest of een ensemble. Ik wil iets meegeven waar leerlingen een leven lang iets aan hebben.’

Methode
‘Welke methode ik kies, hangt af van de leerling. Bij iedereen begin ik met klank maken. Het beste geluid uit het instrument krijgen wat op dat moment haalbaar is. Bij kinderen verzin ik daar dingen omheen: gehoorspelletjes, klapspelletjes en op een gegeven moment zeg ik: “Die toon die we spelen, heet een b en die gaan we opschrijven.” Maar als iemand al noten kan lezen, beginnen we gewoon met een boek. Ik heb ook dyslectische leerlingen, daar heb ik iets voor ontwikkeld, we werken met kleuren en ik speel veel voor.’  

Samenspelen
‘Plezier in het muziek maken, krijg je niet als je alleen maar op je zolderkamertje studeert. Daarom regel ik naast de gewone les van alles om leerlingen te laten samenspelen. Ze kunnen in een orkest of een ensemble, samenspelen met iemand van school, en ik organiseer weekenden samen met mijn gitaar en klarinet collega waarin kinderen samen muziek maken. Dat doe ik ook voor volwassen leerlingen. Voor veel mensen het hoogtepunt van het lesjaar.’ 

Oefenen
‘Van leerlingen verwacht ik dat ze iedere dag thuis spelen. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar als het echt te weinig gebeurt, kan ik niks op de les en verzin ik trucs waardoor ze het hopelijk wel gaan doen. Bij jonge kinderen moeten ouders structuur bieden, een vaste tijd en een rustige plek. En af en toe even luisteren. Bij pubers niet pushen, maar iets leuks verzinnen. Wat luisteren ze zelf? Radio 538? Daar zijn fluitboeken van! Of we zoeken samen iets uit in de muziekwinkel. ‘Wow, ze is weer aan het spelen!’, mailt een ouder dan. Ik vertel leerlingen in de brugklas ook dat het gezond is fluit te spelen tussen het huiswerk maken door. Na elk vak, vijf minuten spelen, dan leer je weer sneller en haal je betere cijfers. Zoiets. Dan studeren ze soms ineens juist meer…’  

Geluksmomentjes…
‘Bijvoorbeeld als een kind al weken probeert geluid uit het instrument te krijgen en ineens lukt het. En dan dat stralende gezichtje! Maar ook een leerling die het Fluitconcert van Mozart instudeert en van alles probeert, tot het ineens echt klinkt als het Fluitconcert van Mozart.’ 

Jan Schoonenberg

Eric Fennis

‘Muziek maken vanuit het hart’

Achtergrond 
• Eric studeerde in 1984 Cum Laude af aan het Conservatorium in Hilversum en vervolgde zijn studie bij Walter van Hauwe aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam.
• Grote inspiratiebronnen zijn o.a. Frans Brüggen, blokfluitist, David Bowie, Nisargadatta Maharraj, de natuur.
• Eric heeft een eigen praktijk RifleBirdMusic met locaties in Amersfoort, Ede en Laren. Hij heeft leerlingen van alle leeftijden en niveaus, van beginners tot vakgenoten met een specifieke vraag.
• Als uitvoerend musicus maakte Eric soloprogramma’s en speelde hij in diverse ensembles. Hij geeft improvisatieconcerten met verschillende kunstenaars.
• Sinds 2011 geeft hij les bij Scholen in de Kunst.
• In 2006 rondde Eric een opleiding af tot psychosynthese counselor/gids, voor hem een verrijking in zijn lespraktijk. 

Als docent 
‘Ik wil mensen leren spelen vanuit hun gevoel; van binnen naar buiten. Muziek begint bij je voorstellingsvermogen, intuïtie. Met de juiste kennis en vaardigheden kun je je voorstellingsvermogen voeden zodat de muziek voor je gaat leven. Als je leert luisteren naar je innerlijke stem, vragen leert stellen, wordt het duidelijk welke stappen je moet zetten om je spel te verbeteren. Oefenen wordt een feest.’ 

De les 
'Zingen is de eerste stap om iets naar buiten te brengen wat alleen jij kan horen. In de les zingen we veel, we spelen met geluid. Met één klank kan je al een verhaal vertellen. Kinderen zien meteen resultaat, door uit het hoofd te spelen, door voor en na te spelen. Uiteindelijk hebben leerlingen natuurlijk boeken, maar ook dan geldt dat je de noten naar binnen moet halen, zodat ze bij jou gaan leven en dat het jouw verhaal wordt.’  

Muziek 
‘Het repertoire voor blokfluit komt vooral uit de barok en de 20e eeuw. Ik breng alles in, ook de verschillende maten blokfluiten. Ik probeer ensembles te vormen en als dat niet lukt, speel ik mee op piano. Ik laat mijn leerlingen kennismaken met improviseren, dat vraagt om een open houding: een mix tussen techniek en dat wat je wilt horen. Ik wil zowel kinderen als volwassenen graag over de angst helpen dat altijd alles goed moet zijn.’ 

Draai het om 
‘Ik hoop dat mijn leerlingen merken hoe fijn het is muziek te maken vanuit hun hart. Dan is studeren niet zo’n opgave. Frustratie ontstaat als je een doel stelt buiten je zelf: ‘ik moet dat stuk volgende week kunnen spelen’ en je vervolgens de route niet kent om het te realiseren. Leer jezelf waarnemen. In het ‘mislukken’ zit vaak het antwoord. Bijvoorbeeld: “Mijn band is lek.” Draai het om, “Wat kan ik doen om mijn band te plakken?” Het eerste is frustratie, het tweede biedt perspectief. Jezelf in beweging brengen. In mijn les is het niet-kunnen en niet-weten niet erg. Ik leer mijn leerlingen wegkomen uit de frustratiehoek en oplossingen zoeken. Wat weet je wel? Waar kan je het antwoord vinden?’ 

Geluksmomentjes… 
‘Als een leerling ineens in het brandpunt van het geluid zit, de schoonheid ontdekt, misschien door harder blazen, voller blazen, maar het kwartje valt, het is er! Bij volwassenen kan zich iets heel moois voltrekken als ze voorbij angsten en aannames zijn – als ze leren ontvangen wat er komt.’ 



Sabine van Lier

‘Als de leerling ineens voelt: Aha, nu heb ik het!’

Achtergrond
• Sabine begon als meisje van vijf haar vioollessen bij Mea Fontijn op het Rotterdams Hellendaal Vioolinstituut.
• Ze haalde haar bachelor aan het Conservatorium van Utrecht bij Chris Duindam en studeerde in 2016 af voor haar master in Bremen bij Thomas Klug.
• Ze speelt geregeld mee in verschillende orkesten waaronder het Ciconia Consort en Het Promenade Orkest.
• Sabine maakt veel kamermuziek en heeft onder meer een vast duo met celliste Elisabeth Schijns, duo Sael. 

Als docent
‘Mijn eigen docenten hebben me altijd meegesleept in hun liefde voor de viool en in het plezier van muziek maken. Het voelt zo goed dat nu over te dragen. Het is een fantastisch beroep, maar ook als hobby is muziek maken geweldig! Volgens mij ben ik als docent geduldig en ook wel lief. Ik hoor graag wat leerlingen leuk vinden om te doen. Ik heb bijvoorbeeld iemand die altijd klassiek speelde, maar nu wat meer pop- en jazzachtige muziek wil spelen. Dan ga ik daar in mee. Uiteindelijk hoop ik dat leerlingen zich leren uiten in muziek, dat ze hun creativiteit en gevoelens vrijlaten. Ik leer ze daarom van begin af aan nadenken over wat ze willen, ik vraag naar hun ideeën over een muziekstukje. Is het vrolijk? Of klinkt het somber? Laat dat dan maar horen!’  

Methode
‘Ik begin met jonge kinderen meestal zonder boek. Eerst trainen we het gehoor en een goede houding. We zingen liedjes, doen ritmespelletjes en stokoefeningen. Langzaam beginnen we met de viool erbij voor het tokkelen van de liedjes. Ik vind het belangrijk dat kinderen eerst goed leren luisteren en naspelen als ik iets voorspeel, noten leren lezen komt pas wat later. Samenspelen is een essentieel onderdeel van de lessen. Samen met Marjanne Heus geef ik de eerstejaars groepslessen, die sluiten aan bij de individuele lessen. Zo ervaren kinderen meteen het plezier in samen muziek maken. In de jaren daarna is er voor iedereen de mogelijkheid dit plezier vast te houden in de verschillende orkesten hier op school.’ 

Oefenen
‘Tijdens de les probeer ik leerlingen te stimuleren thuis regelmatig te oefenen om zo verder te komen. Ik hoop dat ouders jonge kinderen helpen elke dag wat doen, anders heb je niet zo veel aan de les. Daarvoor hoef je als ouder echt geen muzikant te zijn. Toen ik zelf klein was, moesten mijn ouders er ook een beetje achteraan zitten. Als docent merk je echt of kinderen thuis een beetje hulp krijgen. Soms geef ik bij het huiswerk een weekschema. Met voor kleine kinderen een taakjeslijst die ze kunnen afvinken. Dat maakt het vaak leuker.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als we bijvoorbeeld heel lang werken aan een techniekoefening en ineens voelt de leerling: Aha, nu heb ik het! Of als leerlingen een stuk zo goed beheersen dat er echt ruimte ontstaat voor muzikaliteit – het plezier dat ze er dan in krijgen!’