Cursusaanbod
School voor Talent Beeldend, 12 - 20 jaar

School voor Talent Beeldend, 12 - 20 jaar

De School voor Talent Beeldend staat in het teken van ontwikkeling van vakmanschap, discipline, toewijding en het vermogen om je talent te delen. Het is mogelijk om je via School voor Talent Beeldend te oriënteren op een vooropleiding van waaruit je eventueel kunt doorgroeien naar het niveau van het hoger kunstvakonderwijs of naar een kunstopleiding op MBO-niveau.


Programma

In zestien les(zater)dagen van 10.00 tot 13.00 uur worden verschillende technieken aangeboden en wordt er gewerkt met thema’s. Daarnaast is er ruimte en vrijheid om eigen werk te maken. De School voor Talent Beeldend is een goede plek om een portfolio te maken en/of uit te breiden. Een bezoek aan de open dag van kunstvakopleidingen wordt ingepland, evenals een gezamenlijk bezoek aan een atelier en/of tentoonstelling. De lessen in uiteenlopende technieken worden verzorgd door docenten van Scholen in de Kunst en gastdocenten.

Exposities

Bij de School voor Talent Beeldend staan visie- en competentie-ontwikkeling centraal. Maar ook leren jongeren hoe zij hun werk het beste kunnen presenteren. Hiervoor wordt gedurende het jaar gezocht naar een aantal mogelijkheden waar het werk geëxposeerd kan worden. Al het werk dat gedurende het jaar wordt gemaakt zal worden tentoongesteld tijdens de gezamenlijke eindpresentatie van de School voor Talent.

Hoe kan ik meedoen?

School voor Talent Beeldend is voor kinderen en jongeren tussen de 10 en 18 jaar oud. Voorwaarde is dat je naast de School voor Talent Beeldend een cursus beeldende volgt binnen of buiten Scholen in de Kunst. Overleg met je docent of het iets voor je zou kunnen zijn en geef je op voor de selectiedag. Deelnemers aan de School voor Talent Beeldend doen elk jaar (opnieuw) auditie.

Selectiedag

Op zaterdag 21 september 2019 van 10.00 tot 13.00 uur vindt de selectiedag plaats op de 4e etage in het Eemhuis. Opgeven kan tot 19 september 2019 door een mailtje te sturen naar erwinvanzijl@scholenindekunst.nl

De selectiedag bestaat uit een motivatiegesprek (neem ook werk van jezelf mee) en het maken van een tweetal opdrachten. Uitleg krijg je van tevoren via de mail toegestuurd.


Commitment is onmisbaar

Wanneer leerlingen kiezen voor deelname aan de School voor Talent vragen wij van de leerlingen aanwezigheid op alle les(zater)dagen. Veel leerlingen hebben naast dans ook andere hobby’s en sporten. In het verleden blijkt dit soms lastig te combineren. Als je het programma van de School voor Talent Beeldend wilt volgen, moet dit je hoogste prioriteit hebben.

Kosten

De bijdrage voor de School voor Talent Beeldend is € 305,- per deelnemer. Dit bedrag is exclusief eventuele (reis)kosten voor het bezoeken van exposities en/of open dagen van vakopleidingen.



JAARPROGRAMMA (data onder voorbehoud)

21 SEPTEMBER 2019
auditie / selectiedag   

5 OKTOBER 2019
inspiratiedag School voor Talent (alle disciplines) 

LES(ZATER)DAGEN 
12 oktober; 2, 16 & 30 november; 14 december; 11 & 25 januari; 8 & 15 februari; 7 & 21 maart; 4 & 18 april; 23 mei; 6 juni 

20 JUNI 2020
eindpresentatie School voor Talent (alle disciplines) 


Aanbod > School voor Talent Beeldend, 12 - 20 jaar

Docenten voor deze cursus

Marijke Schurink

Erwin van Zijl

Dorette Giling

Theo van Delft

Annemieke van den Abbeele

Marijke Schurink

‘Ik laat graag dingen ontstaan’

Achtergrond 
• Marijke studeerde aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht.
• Ze heeft al 25 jaar een beeldende kunst praktijk en werkt graag in opdracht.
• Sinds 2007 geeft Marijke les op Scholen in de Kunst, ze begeleidt het Textielatelier voor volwassenen en geeft kinderen les in beeldende vorming. Ook geeft ze lessen op basisscholen in Amersfoort.

Als docent
‘Ik werk sterk vanuit mijn eigen belevingswereld en mijn blikveld als kunstenaar. Dat inspireert me bij het opzetten van de lessen. Lesgeven en kunst maken vloeien in elkaar over. Heb ik net wat leuks ontdekt met fotografie, dan wil ik daar ook iets mee in mijn kindergroep. En als ik onderweg naar de les jonge eendjes zie zwemmen, denk ik: ‘Hé laten we dieren met hun jongen gaan kleien!’ Ik laat me dus graag door allerlei dingen verrassen en dat neem ik mee naar de les.’

De les
‘Het allerbelangrijkst vind ik dat de kinderen plezier hebben in iets maken, dat ze ontdekken dat ze dat kunnen. Ik heb geen strak jaarprogramma, maar wel een aantal elementen die ik in de cursus aan bod laat komen: werken in plat vlak, ruimtelijk werken, ik bied verschillende materialen aan, we werken aan de hand van een thema, een kunstenaar, of een stroming in de kunst. Ik ga ook altijd met ze naar een museum en we maken een kunstwandeling door Amersfoort, langs alle buiten kunstwerken. Maar alles is flexibel en we doen ook dingen op verzoek. Nu tekenen we bijvoorbeeld stripverhalen.’

Verder helpen
‘Om de kinderen enthousiast te maken, laat ik voorbeelden zien en vertel ik graag over kunstenaars, soms met boeken of filmpjes. Of ik verbind een opdracht aan de natuur: dan neem ik een mooie tak mee ter inspiratie. Om ze verder te helpen, doe ik soms wat voor, ik geef tips, en ik gebruik de kunstboeken uit de kast. Bij technische dingen gaat het vaak over uitgangspunten van voor-achter, groot-klein, hoe gebruik je dat soort beeldende principes? Maar over het algemeen laat ik de kinderen heel vrij, ik geef de richting aan van tevoren, maar ik laat graag dingen ontstaan. Misschien stuur ik ze soms wel een beetje het bos in.’

Geluksmomentjes…
‘Als ze plezier hebben, of als kinderen zelf heel tevreden met iets naar huis gaan. Maar, toch ook als er echt mooie dingen gemaakt worden. Dat ik zelf verrast word en denk: ‘Oh dat is mooi gedaan!’ Een keer had ik zonnebloemen mee en zijn ze die gaan schilderen, daar zaten zulke mooie schilderijen bij, dat vind ik dan wel kicken!’


Erwin van Zijl

‘Een eigen verhaal kwijt kunnen’

Achtergrond
• Erwin studeerde in 1986 af als eerstegraads docent aan de Hoge School voor Beeldende Kunst Utrecht.  
• Sinds 2003 is hij verbonden aan Scholen in de Kunst, op dit moment verzorgt hij cursussen voor jongeren en volwassenen.
• Vanuit zijn eigen atelier werkt Erwin als beeldend kunstenaar.
• Daarnaast heeft hij altijd op verschillende plekken lesgegeven en workshops verzorgd voor alle leeftijden in verschillende technieken. 

Als docent
‘In de loop van de jaren ben ik me meer coach gaan voelen dan docent. Mijn manier van lesgeven is minder schools geworden en ik geef meer individueel uitleg. Cursisten hebben vaak een helder idee over wat ze kunnen en willen. Ook bij de jongeren geef ik vaak tips en techniek toegespitst op het werk van de persoon. Ik heb wel een achterliggend doel: wat je ook doet, ik coach iemand om dat zo optimaal mogelijk te doen. Maar mensen komen voor hun ontspanning, dus ik kan niet te veeleisend zijn.’ 

De les
‘Ik werk vaak thematisch, of ik geef opdrachten waar je verschillende kanten mee op kan. Op basis daarvan overleggen we. Wat willen de cursisten zelf? Kunnen we gemeenschappelijkheid creëren in alles wat kan? Ik vind het leuk de verbeelding te stimuleren, mensen te motiveren een verhaal te vertellen met hun werk - het communicatieve aspect van kunst. De creativiteit spreek ik aan door ze verschillende mogelijkheden te laten uitproberen. Daarbij laat ik veel voorbeelden zien, soms neem ik een hele stapel boeken mee.’  

Sfeer
‘Er wordt hard gewerkt. Mensen kijken regelmatig naar elkaars werk. En vooral bij de jongeren wordt veel gelachen. Het is echt een sociaal gebeuren. Er is eigenlijk altijd een goede stemming - dat is belangrijk. De sfeer is absoluut niet competitief. We proberen wel om eens in de zoveel tijd toe te werken naar een tentoonstelling waar we gezamenlijk een bepaald niveau willen neerzetten. Dan helpen mensen elkaar een handje.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als iedereen lekker aan het werk is en het naar zijn zin heeft. Of als cursisten zelf trots zijn op wat ze doen. En als een cursist echt op onderzoek uit gaat; zich niet per se aan de opdracht houdt, maar gaat associëren. Dan zie ik dat iemand er een eigen verhaal in kwijt kan, heel mooi!’

Dorette Giling

‘Fantasie in banen leiden’

Achtergrond
• Dorette studeerde af aan de Amsterdamse Academie voor Beeldende Vorming, eerstegraads docent tekenen en schilderen en volgde later bijscholing keramiek 
• Sinds 2009 geeft ze les bij Scholen in de Kunst. Behalve groepslessen begeleidt ze ook projecten op scholen in Amersfoort.
• In haar eigen atelier maakt Dorette voornamelijk toegepaste kunst, in opdracht en vrij werk: wandschilderingen voor kinderkamers en cafés, portretten, grafmonumenten en urnen.  

Als docent
‘Vaak zetten mensen zichzelf vast binnen bepaalde kaders. Ik wil hen inspireren daarbuiten te komen. Kinderen stimuleer ik hun fantasie te ontwikkelen, terwijl ik ze tegelijkertijd techniek leer. Ik wil ze meenemen in hun verbeelding, maar ook leren dat er technische keuzes gemaakt moeten worden waardoor een idee beter naar buiten komt. Ik laat ze ontdekken hoe ze verschillende materialen tot iets heel anders kunnen omvormen.’  

Sturen
‘Door mijn technische kennis komen kinderen verder met het verbeelden van hun fantasie. We maken bijvoorbeeld een zeebodem, met koraal van klei, en met vissen op stokjes die ze getekend en gelamineerd hebben. Dat gaat verder dan ze zelf kunnen bedenken, hun fantasie wordt in banen geleid. Soms moet ik wel duwen, want veel kinderen hebben de neiging snel klaar te staan. Dan doe ik iets voor, of laat ik voorbeelden zien. Ik heb denk ik het vermogen te zien waar kinderen gestuurd moeten worden.’ 

De les
‘Ik vind het prettig als kinderen gefocust zijn, als ze het goed oppikken en graag willen. Ik werk het liefst met een duidelijke opdracht, zodat het niet alle kanten opgaat. Na mijn uitleg werken leerlingen die opdracht uit, in een of meerdere lessen. Vaak is het prettig chaotisch: kinderen trekken van alles uit de kast. Dat is juist het leuke – dat kan hier!’  

‘Volwassenen hebben vaak een eigen plan. Dan ben ik ook coach, maar minder sturend. Soms geef ik ze ook opdrachten om even van het pad af te gaan, losser te komen, abstracter te kijken. Leren meer te durven - dat speelt vaak bij volwassenen.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als mijn leerlingen in een flow komen, zich er helemaal in verliezen – ongeacht of het kunstwerk nou goed wordt of niet. En als ik merk dat kinderen totaal opgaan in een beeldende wereld, dat ze met hele fantasieverhalen komen als ik vraag wat ze gemaakt hebben.’ 

Theo van Delft

‘Alleen het vonkje geven’

Achtergrond
• Theo volgde zijn opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.
• Sinds 2006 is hij docent bij Scholen in de Kunst en geeft hij veel verschillende cursussen: digitale en audiovisuele kunst, fotografie en 3D printen, maar ook ateliers waarin hij teruggaat naar zijn wortels: waarin hij zijn liefde voor beeldhouwen kan uitleven.
• Vanuit Scholen in de Kunst geeft hij les in het basis en voortgezet onderwijs.
• Theo geeft ook losse workshops fotografie, video of digitale kunst, hij was onder meer workshopleider voor Kunstcentraal, Cinekids en Het Rijksmuseum.
• Als beeldend kunstenaar maakt hij vrij werk en werk in opdracht vanuit zijn atelier in Amersfoort.

Als kunstenaar
‘Mijn motto als kunstenaar is: “Ik maak dus ik besta en ik besta dus ik maak.” Leven is voor mij dingen maken, dat zit in iedere cel van mijn wezen. Kunst is iets dat gemaakt wil worden. Daar zoek ik dan bij wat nodig is, schilderen, fotografie, beeldhouwen – dus niet per se vanuit één discipline. Als ik iets niet kan, ga ik het leren.’

Als docent
‘Reisleider op ontdekking, dat hoop ik te zijn voor mijn cursisten. Ik wil ze het onbevangen plezier meegeven van iets maken en ontdekken. En hen te laten ervaren hoe ‘bestaan’ en ‘iets creëren’ met elkaar verbonden zijn, ongeacht vanuit welke beeldende vorm. Volgens mij neem ik mensen mee in mijn enthousiasme. Maar mijn taak is vooral een situatie te scheppen waarin mensen zelf ontdekken wat ze willen maken. Als daar techniek voor nodig is, ga ik die aanleren, zoekend naar manieren waarop ik de eigen vaardigheden kan ondersteunen. Mensen op hun eigen kracht aanspreken, zodat ze voelen: ik ben het die iets maakt. Kinderen probeer ik vooral veiligheid te bieden, te zorgen dat ze niet bang zijn iets fout te doen, dat ze ervaren dat het normaal is dat je iets nog niet precies weet.’

De les
‘We werken zowel met korte opdrachten als aan langer lopende projecten. Aan het begin van de les probeer ik de cursisten met een opdracht te activeren. Bijvoorbeeld bij fotografie: verzamel kleuren – dan is iedereen meteen bezig met ontdekken. Daarna gaan we kijken wat we met die beelden kunnen doen, ik geef wat theorie en laat ze nadenken over wat ze willen vertellen: waarom doe ik dit? Dan volgt de fase van onderzoeken; alle kanten op gaan, om uiteindelijk alles te trechteren naar één werk, één project. Ter inspiratie probeer ik kunst en de ‘grote wereld’ mijn les binnen te halen. Ik laat dingen zien, neem iets mee, of ik vertel wat ik gezien of gehoord heb, om een ander perspectief binnen te krijgen.’

Sfeer
‘De sfeer in mijn groepen is open, speels en avontuurlijk. Er wordt veel uitgewisseld en samengewerkt. Bij de jongeren is gezelligheid, saamhorigheid belangrijk – typisch voor tieners, ze blíjven maar kletsen. Ik ben natuurlijk een essentieel onderdeel; ik schep kaders en veiligheid en zorg dat er nieuwe dingen gebeuren, maar ze komen echt voor elkaar. Bij de jongere kinderen is ook ruimte voor wat rennen, duwen en trekken, afhankelijk van waar we mee bezig zijn. Ik maak echt onderscheid in momenten van interactie met elkaar en momenten van geconcentreerd met je eigen werk bezig zijn. Een filmpje met bijvoorbeeld het thema achtervolgen leent zich natuurlijk voor vrolijk gezamenlijk exploreren!’

Geluksmomentjes…
‘Als ik cursisten verleid buiten hun comfortzone te gaan en als ze ervaren dat het iets oplevert om dat ‘enge gebied’ te verkennen. Dat zijn juweeltjes. Of als ik een onderwerp bedenk en de groep komt zelf met ideeën en gaat los, nog voordat ik ze werkvormen voorleg. Door de sfeer die gegroeid is, kunnen ze soms zonder expliciete spelregels, vanuit hun natuurlijke energie gezamenlijk tot iets nieuws komen. Dan ben ik bijna overbodig en hoef ik alleen een vonkje te geven. Daar gaat het uiteindelijk om.’

Annemieke van den Abbeele

‘Trots met iets naar huis gaan’

Achtergrond
• Annemieke haalde haar diploma 1e graad docent tekenen en schilderen aan de Hoge School voor de Kunsten Utrecht.
• Ze is sinds 2003 verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Naast het lesgeven werkt Annemieke als beeldend kunstenaar. 

Als docent
‘Ik houd veel van lesgeven en ben goed in het enthousiasmeren van een groep. Ik probeer van de cursisten een hechte club te maken, zodat een veilige sfeer ontstaat. Vandaaruit wil ik mijn leerlingen bijbrengen dat het beeld dat je van jezelf en je mogelijkheden hebt, de basis is van wat je gaat doen. Als je denkt: Oh nee, het wordt helemaal niks, dan breng je dat gevoel in je werkstuk. Iedereen kan wat maken, maar je moet wel iets overwinnen en denken: Zo, dit ga ik eens even doen!’  

De les
‘Heel intuïtief help ik leerlingen verder. Ik reik ze nieuwe dingen aan, laat ze kennismaken met verschillende materialen en zeg als iets niet werkt. Meestal bespreek ik individueel werk hardop terwijl ik naast iemand sta, in de hoop dat de anderen ook wat oppikken. Als we iets nieuws gaan doen, is demonstreren voor mij een belangrijk hulpmiddel. Verder heb ik een enorm beeldarchief dat ik kan inzetten om ideeën en technieken over te brengen. Soms werken we gedurende een paar weken aan een project, soms duurt een opdracht maar één les. Daarbij wissel ik serieus werken af met vrolijke momenten, en geef ik leerlingen naast pittige opdrachten ook werk dat met meer gemak aangepakt kan worden.’ 

Groene appel
‘Kinderen weten vaak niet wat ze precies willen leren, terwijl ze toch een verwachting hebben van de lessen. Dan is het goed te weten dat ik ze niet perfect leer tekenen. In de basiscursus laat ik ze vooral kennismaken met alle materialen. En ik zorg dat ze trots met iets naar huis kunnen gaan. Dus niet alleen werken voor de oefening.  

Als het aan hen ligt, zijn kinderen meestal snel klaar – daar begint mijn werk. Een groene appel wordt al gauw een appel die egaal groen is. Dus: “Jongens, we pakken geel, donkergeel, lichtgroen, hardgroen en blauw en daarmee maken we de groene appel. Let op: het steeltje moet in het gaatje en niet het gaatje op het steeltje. En kijk, de appel ligt op een tafel, met een kleedje en heeft een schaduw.” Dan zijn ze wel even bezig.’

Geluksmomentjes…
‘Als ik ervaar hoeveel ik terugkrijg van de kinderen. Ik geef een opdracht, daar gaan ze mee aan de slag en dan kunnen onvoorspelbare dingen gebeuren. Leerlingen vinden vaak heel andere oplossingen dan ik verwacht. Verrast worden, heerlijk!’