Cursusaanbod
Slagwerkles

Slagwerkles

Bij slagwerkles gaat het vooral, hoe kan het ook anders, om ritme. Misschien ben jij wel de ronkende motor van de band of de persoon achterin het orkest op pauken en ander slagwerk. Te horen en te zien ben je altijd! Een spetterend en energiek instrumentarium staat op je te wachten om bespeeld te worden. Want naast het drumstel gaan we ook aan de slag op een marimba, vibrafoon, xylofoon, pauken, buisklokken, conga’s, bongo’s en ga zo maar door. En dan dus meteen door naar het orkest, een band of een ensemble.

OVER SLAGWERKLES

Je kunt vanaf 7 jaar beginnen met slagwerkles. Tijdens de lessen leer je de verschillende slagwerkinstrumenten bespelen aan de hand van liedjes, duetten en speciale 'trainingsoefeningen'. Naast dat je natuurlijk noten leert lezen en drumcharts leert begrijpen, leer je improviseren, doe je aan samenspel in band of ensemble vorm en leer je de instrumenten beheersen.

OEFENEN HELPT

Natuurlijk hoort dagelijks oefenen bij het leren bespelen van een instrument. Het is belangrijk dat je elke dag even speelt en naarmate je wat verder bent, wordt dat wat langer. Hoe heerlijk is het om al meteen muziek te kunnen maken! Voor kinderen is het een goed hulpmiddel een vaste tijd per dag te reserveren. Positieve aandacht van de ouders of omgeving werkt zeer stimulerend! Hoe je kunt oefenen en hoe lang wenselijk is hoor je van je docent.

HEB JE NOG VRAGEN?

Je kunt altijd contact met ons opnemen om te overleggen of een vraag te stellen.

LESKAART

We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent.


Docenten voor deze cursus

Harry Oosterbroek

Rombout Stoffers

Harry Oosterbroek

‘Hè, is de les nu al afgelopen?’

Achtergrond 
• Harry begon als kleine slagwerker op 7-jarige leeftijd in een fanfareorkest.
• Hij studeerde zowel klassiek slagwerk als lichte muziek (drums) aan het Conservatorium in Zwolle.
• Meteen na deze studie startte hij in 1982 met lesgeven bij Scholen in de Kunst.
• Hij werkte daarnaast als freelance slagwerker in radio-orkesten en bij operettegezelschappen.
• Harry is naast docent slagwerk/drums ook coördinator van diverse activiteiten bij Scholen in de Kunst.  

Als docent 
‘Ouders noemen mij geduldig. Mijn leerlingen komen vaak met een brede vraag. Naast drumstel en kleine trom willen ze bijvoorbeeld ook les in pauken en melodisch slagwerk. Ik wil juist de leerling die geïnteresseerd is in de veelzijdigheid van het vak, de geluidjes, de mogelijkheden: “Meester, mogen we volgende keer een ander instrument?”, dat is leuk! Ik heb veel affiniteit met de muziekkorpsen, veel van mijn leerlingen komen daar vandaan om muziekdiploma’s te halen.’  

De les 
‘Ik stimuleer interesse voor de veelzijdigheid van slagwerk door mijn leerlingen alle soorten instrumenten en alle mogelijke stijlen te laten horen. Ik laat ze meespelen met liedjes en zorg voor samenspel met andere leerlingen. Natuurlijk leer ik ze ook als slagwerker op een specifieke manier luisteren bij het samenspel. In een orkest heb je als slagwerker vaak rust. In plaats van alles uittellen, leren ze te letten op de signalen in de muziek, op de partijen van andere instrumenten.’  

Thuis 
‘Ik verwacht van mijn leerlingen dat ze het echt zelf willen en dat ze verder kijken dan hun neus lang is. Soms komen ze omdat ze in een bandje willen, een slagwerkgroep gehoord hebben of een trucje willen leren. Dat is leuk, maar daar moeten ze wel wat voor doen, elke dag studeren. Dat valt soms tegen. Het is belangrijk dat ouders zich dat realiseren: er moet een instrument komen, eventueel een oefentrommel of oefen pad en de kinderen moeten de gelegenheid krijgen thuis te studeren. Er is niks zo frustrerend als ouders die zeggen: nu even niet, ik heb hoofdpijn.’  

Geluksmomentjes
‘Als het kwartje valt, of als je lekker samenspeelt met een leerling. En als ze genieten van het samenspel met een andere leerling. En natuurlijke als een leerling zegt: “Hè, is de les nu al afgelopen?” 


Rombout Stoffers

‘Rombout, ik heb nog geen high five gehad!’

Achtergrond
• Rombout studeerde klassiek slagwerk aan het Conservatorium van Amsterdam bij Victor Oskam en Nick Woud.
• Sinds 1996 is hij als slagwerk- en drumdocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Na een periode van remplaceren in de beroepsorkesten ontdekte Rombout zijn liefde voor het muziektheater. Sindsdien is hij naast slagwerker en drummer ook performer. Hij werkte mee aan tientallen producties, onder meer bij Het Filiaal en De Wereldband.

Als docent
‘Het gevoel dat ik op het podium heb, mijn enthousiasme, het prikkelende, dat wil ik overbrengen. Wat is podiumpresentatie? Hoe zorg je dat je de muziek die jij op je kamertje oefent, naar buiten brengt. Als slagwerker heb je een heel fysiek instrument, het heeft iets “oers” - het zit in je lichaam en het is aan mij om het knopje te vinden om het eruit te krijgen. Als dat lukt, dan blijven leerlingen jaren bij me! Ik geef heel veel energie en kan keihard “Te gek!” roepen als we iets lekker samenspelen. Soms schrikken leerlingen van mijn enthousiasme, dan moet ik even zeggen: “Ik bedoel: dat hebben we mooi gedaan.” 

De les
‘Kinderen beginnen met slagwerk meestal heel breed. Met xylofoon, marimba, een keer pauken. Maar ook drummen. Bij slagwerk gaat het een groot deel over het aanleren van specifieke motoriek - als je die hebt, ben je al op de helft, daarna gaat het eigenlijk pas over muziek maken. Of kinderen meteen leren noten lezen, is helemaal afhankelijk van de leerling. Sommigen zijn er snel aan toe, met anderen werk ik lang auditief. Het voordeel van noten lezen is dat ik in de les goed kan aangeven wat een kind in de week thuis kan doen.’ 

Inspireren
‘Ik laat mijn leerlingen naar mijn voorstellingen gaan en ik kom af en toe bij hen thuis. Om hun instrumentarium te zien. Ik kan niet zoals een dwarsfluitdocent even het instrument bekijken op les. Kinderen vinden het geweldig, het werkt heel inspirerend. En het is nuttig, ik vind verklaringen voor manieren van spelen en kan dan weer goede adviezen geven.’  

Motiveren
‘Door aan te sluiten bij wat leerlingen willen, probeer ik te motiveren, maar zeker met sturing van mijzelf. Ik wil dat ze vorderingen maken en daarvoor moet ik creatief zijn: huidige leerlingen geloven niet meer in braaf lesjes op volgorde thuis afwerken. Nu doe ik bijvoorbeeld een challenge: achter het drumstel, vier tonen slaan en er dan één weg laten – daar een voet voor in de plaats. Dat vinden ze te gek, dan gaan ze oefenen met metronoom: “Yes Rombout, ik kan het nóg sneller!” Of ik laat ze dingen zelf uitzoeken, op internet. Afwisseling, dat is belangrijk.’  

Oefenen
‘Huiswerk, dat is soms schipperen. Ik houd wel rekening met rustige en drukke tijden en we werken drie keer per jaar naar een voorspeelmoment. Maar het is niet altijd makkelijk, in je eentje achter dat instrument, geconfronteerd met je eigen onkunde. Ik leer ze kleine stapjes nemen en: “Nee, niet meteen, hop, een nummer meespelen met YouTube, maar eerst: lang-zaam!” Ouders spelen hierbij ook een rol. Ik mail het huiswerk, bij oudere leerlingen de ouders in de cc. Met soms subtiel: het zou fijn zijn als je deze week wél studeert. Ik vraag of ouders regelmatig tijd willen maken om te helpen. Niet corrigeren, maar ernaast zitten en roepen: “Oh, wat leuk!” Zelfvertrouwen geven.’   

Geluksmomentjes…
‘Als ik een leerling met een big smile het lokaal zie verlaten, terwijl hij niet happy binnenkwam met: “Ik heb deze week niet geoefend”. Of - aan het begin en eind van de les wil ik altijd een high five, een kind loopt naar buiten, maar draait zich om en komt terug: “Ik heb nog geen high five gehad…” Het kleine geluk, dat is het.’