Met een indrukwekkend CV op zak is José sinds twee jaar dirigent van Amer Consort, een Amersfoorts kamerkoor dat zich richt op klassiek repertoire, van vroeg tot hedendaags. “We zijn een amateurkoor, maar we durven écht veel. Soms zingen we zestienstemmig. Dat is spannend en kwetsbaar, maar ook ontzettend mooi.”
Amer Consort telt momenteel twintig leden en wil groeien, vooral in de mannenstemmen. “Dat is lastig,” legt José uit. “Goede zangers zitten vaak al in meerdere koren. Maar we willen ook niet te groot worden: als kamerkoor is 24 leden eigenlijk het maximum. Het gaat om balans, maar als je stukken hebt die zestienstemmig zijn, dan is dat ook kwetsbaar.”
Omdat het koor op hoog niveau zingt, vindt er een selectie plaats. “Je moet noten kunnen lezen, zelfstandig studeren. Nieuwe leden mogen drie repetities meedoen, daarna volgt een stemtest. Dat maakt het uitdagend, maar ook leuk: iedereen kan op elkaar vertrouwen.”
José werkt nauw samen met de programmacommissie. “Meestal kiezen we een thema en gaat iedereen op zoek naar muziek. Soms zitten we zó diep te graven op internet dat het voelt alsof we op het dark web zitten,” zegt ze lachend. “Uiteindelijk stellen we samen een programma samen waar we allemaal enthousiast van worden, en dan bekijk ik of het haalbaar is qua bezetting, instrumenten en financiën.”
Soms moet het koor uit de comfortzone. “We hebben bijvoorbeeld de Birthday Madrigals van John Rutter gedaan. Heel swingend, een beetje jazzy – compleet anders dan wat ze gewend waren. In het begin hoorde ik nog: ‘Moeten we dit écht zo los zingen?’ Maar uiteindelijk werd het een van de leukste projecten. Soms moet je gewoon even buiten de gebaande paden stappen.”
Voor José draait het koor niet alleen om muziek, maar ook om wat het mensen brengt. “Veel leden komen na een lange werkdag moe binnen. Maar dan zie je ze opbloeien. We hebben bijvoorbeeld een huisarts in het koor; na afloop zegt hij vaak: ‘Heerlijk gezongen weer!’ Zulke momenten zijn goud waard.”
Zingen doet méér dan ontspannen, merkt José. “Het geeft energie. Je ziet mensen groeien; muzikaal én persoonlijk. Er ontstaan vriendschappen, er is humor, en er is een gevoel van saamhorigheid. Die verbondenheid is misschien wel net zo belangrijk als het zingen zelf.”
José maakt zich zorgen over hoe weinig muziek er nog in het basisonderwijs zit. “Op veel scholen wordt muziekles vervangen door een filmpje. Leerkrachten durven vaak zelf niet meer te zingen. Maar als kinderen dat niet van jongs af aan meekrijgen, ontwikkelen ze hun stem niet. Dan blijven ze op een lage, brommerige stem hangen – terwijl zingen juist gaat over lichtheid en hoogte.”
Ze ziet daar een groot risico voor de toekomst van de koormuziek. “Als jonge mensen nooit ervaren hoe fijn het is om samen te zingen, dan vinden ze de weg naar een koor ook minder snel. Dat is een van de redenen waarom klassieke koren moeite hebben met nieuwe aanwas. En dat terwijl muziek zoveel kan betekenen in je ontwikkeling – creatief, sociaal en emotioneel.”
Amer Consort zoekt bewust de verbinding met Amersfoort en haar bewoners. “Bij ons laatste concert, met de Misa Criolla, hebben we vijftig vluchtelingen uitgenodigd,” vertelt José. “Zuid-Amerikaanse muziek, heel ritmisch, vol kleur en vrolijk. We hoopten dat het zou raken – en dat deed het. Ik sprak twee Oekraïense bezoekers na afloop; ze waren diep onder de indruk. Dat willen we vaker doen.”
Ook zoekt het koor samenwerking met andere gezelschappen. “We hebben bijvoorbeeld een project gedaan met het kinderkoor van Scholen in de Kunst. Zo proberen we steeds nieuwe verbindingen te maken met andere groepen mensen.”
Voor José is het belang van amateurkunst groot. “Het gaat om meer dan zingen alleen. Het geeft mensen een plek om zichzelf te ontdekken, creativiteit aan te boren die ze misschien niet dagelijks gebruiken. Bij sommige mensen ligt dat heel vanzelfsprekend aan de oppervlakte, maar anderen ontdekken bij ons een kant van zichzelf waarvan ze niet wisten dat die bestond.”
En dat werkt door in de stad. “Alles wat mensen in hun vrije tijd doen waar ze warm van worden, is ontzettend belangrijk voor de sfeer in een stad. Als mensen manieren vinden om zichzelf te ontladen en op te laden, dat is onmeetbaar, maar dat levert zo veel op.”
“Het mooiste moment? Als ik na een repetitie mensen neuriënd of zingend de deur uit hoor gaan,” zegt José Lieshout. “Dan weet ik: dít is waarom we het doen.”