Jolanda Versteegh heeft jarenlang gewerkt bij adviesbureaus en gemeenten. Structuur, beleid en vergaderingen waren haar dagelijkse realiteit. Muziek daarentegen? Dat hoorde voor haar lange tijd bij ‘anderen’. “In het gezin waarin ik opgroeide, was er weinig ruimte voor creativiteit. Het draaide vooral om presteren: goede cijfers, een degelijke opleiding. Muziek of kunst? Dat hoorde niet echt bij ons.”
Een omslag kwam pas toen haar dochter op zesjarige leeftijd naar de vrijeschool ging en dwarsfluit koos als instrument. “Zij was er na een jaar weer klaar mee. Maar ik vond het eigenlijk prachtig. En toen dacht ik: waarom zou ik het zelf niet proberen?”
Jolanda begon met les, maar door werk en gezin raakte de fluit al snel weer op de achtergrond. Pas rond haar zestigste pakte ze het opnieuw op. “Ik ben geen natuurtalent – ik moet echt hard werken om iets in de vingers te krijgen. Maar ik vind het heerlijk. Muziek maken is iets anders dan muziek luisteren. Het geeft me energie.”
Via een kennis kwam ze in contact met het Lienderts Orkest in Amersfoort. “Ik zag ze spelen bij De WAR en dacht voorzichtig: zou ik misschien een keer mogen voorspelen?” Maar dirigent Anne-Maartje Lemereis stelde haar gerust: iedereen mag meespelen – het orkest past zich aan jou aan, niet andersom. “Toch was het spannend. In het begin kon ik soms alleen de laatste tonen meespelen. Maar dat gaf niets. Niemand fronste, niemand keek raar op als ik een fout maakte. Die sfeer is zó bijzonder. Je voelt je welkom, precies zoals je bent.”
Wat haar het meest raakt, is de combinatie van focus en ontspanning. “Tijdens de repetities ben ik volledig geconcentreerd. Als iemand naast me begint te praten, raak ik meteen de draad kwijt. Maar juist daardoor geeft het rust – ik vergeet even alles om me heen.”
En het orkest is meer dan alleen muziek. “Iedereen doet iets, ik word misschien penningmeester. Het is echt een vereniging, met betrokken mensen die het samen draaiend houden. Dat maakt het waardevol.”
Het orkest speelt niet in concertzalen, maar op plekken die ertoe doen: buurthuizen, multiculturele kerken, wijkfeesten. “We vragen geen entree. We willen spelen voor mensen die anders misschien nooit een orkest zouden horen.”
Ze herinnert zich een optreden in een Arabisch-christelijke gemeenschap in Liendert. “Opeens viel alle stroom uit. Mensen in het publiek hielden hun telefoon omhoog om ons bij te lichten zodat we weer konden spelen. Het was magisch.”
Een andere keer speelden ze op een boot, in de regen en wind. “Bladmuziek waaide weg, cello’s moesten worden afgedekt. En toch gingen we door. Dat soort momenten blijven je bij.”
“Ik speel in een orkest.” Jolanda zegt het met bescheiden trots. “Het is iets waarvan ik nooit gedacht had dat het bij mij zou horen. Maar het hoort nu wél bij mij. En ik ben er blij om.”
Het orkest verrijkt haar leven. Niet alleen door de muziek, maar ook door de mensen, de plekken, de verhalen. “Ik kom op plekken waar ik anders nooit zou komen. Ik ontmoet mensen met andere achtergronden. Het verbreedt mijn blik. En het maakt me gelukkig.”