Cursusaanbod
Sidk Dans Terug Naar Toen (C) Henry Krul (57)

Magnus Nilsson

‘De ervaring van elke les een stapje verder’

Achtergrond
• Magnus begon zijn trombonestudie aan het Malmö College of Music in Zweden en studeerde verder aan het Conservatorium in Utrecht.
• Hij werkte als remplaçant in beroepsorkesten, militaire orkesten en diverse internationale ensembles en is lid van een Ostravská Banda, een Tsjechisch ensemble van Ostrava Center of New Music dat zich richt op hedendaagse muziek.
• Magnus is projectcoördinator bij het Conservatorium van Utrecht en executive director van de International Trombone Association.
• Sinds 2008 is hij als docent verbonden aan Scholen in de Kunst. 

Als docent
‘Mijn hart ligt bij de afwisseling in al mijn werkzaamheden; de combinatie van uitvoerend musicus en docent vind ik heel inspirerend. Als docent ben ik een rustig persoon die alles graag opbouwend benadert. Bij elke leerling zal ik ongeacht het niveau het positieve benadrukken, alle kleine stapjes bemoedig ik. Daarbij staat plezier bij het spelen voorop en dat is voor mij vooral verbonden met samenspel.’  

De les
‘Ik vind het belangrijk dat een leerling meteen voelt dat hij iets kan, in het begin kan dat een simpele melodie zijn met een cd-begeleiding. Hoe snel kinderen iets oppakken, wisselt natuurlijk sterk, maar ik wil dat iedereen in principe na elke les het idee heeft dat hij een stapje verder is. We spelen veel samen in de les en ik probeer aan te voelen waar de interesses liggen wat betreft muziekstijl.’  

Samenspel
‘Muziek maken is meer dan op je kamer trombone spelen. Het allerleukst wordt het in combinatie met het sociale aspect. Als een leerling gaat samenspelen, komt vaak een ander deel van de persoonlijkheid boven. Ik zal dus altijd proberen daar gelegenheden voor te vinden bij de orkesten hier bij Scholen in de Kunst, bij harmonieorkesten of verenigingen.’  

Oefenen
‘Ik hoop natuurlijk dat de leerling echt gemotiveerd is om er ook thuis tijd in te steken. In de les probeer ik veel energie te geven en elk kind te laten ervaren wat hij kan. Dat geeft hopelijk de drive om thuis verder te gaan. Soms bespreken we samen het weekrooster: wanneer is er tijd om te studeren. Daar betrek ik ook graag de ouders bij. Een open communicatie met hen vind ik heel fijn, zodat we de ontwikkeling van het kind samen blijven bespreken.’  

Geluksmomentjes…
‘Als iemand ineens de motivatie vindt en keihard gaat werken – dat is zo mooi om mee te maken. Maar geluksmomenten zitten ook in het kleine. Een kind dat heel hard werkt aan iets en het ineens heeft. Daar geniet ik van! En het is fijn als ik merk dat de energie die ik steek in het lesgeven ook echt iets betekent voor mijn leerling.’