Viool

Viool

De viool behoort samen met de altviool, de cello en de contrabas tot de strijkinstrumenten. Het onderwijs is erop gericht om vanaf het begin zo te werken dat de leerling al na korte tijd plaats kan nemen in één van de orkesten. 

Lessen
De vioollessen kunnen met 7 jarige leeftijd worden begonnen. In het eerste lesjaar krijgen de leerlingen bij voorkeur twee maal per week les; een groepsles en een individuele les (de minimum/maximum leeftijd voor de eerstejaars groep is afhankelijk van het advies van de viooldocenten). 

Vanaf het eerste lesjaar krijgen leerlingen een individuele les. Het lesgeld voor strijkinstrumenten is hoger dan voor de overige instrumenten i.v.m. met de langere lestijd. (Dit geldt niet voor volwassenen).

Voor jonge kinderen vanaf 4 tot 7 jaar is er ‘ontdek de viool’. In deze lesvorm hebben de leerlingen één keer per week in groepsverband les. Spelenderwijs maken de kinderen in de lessen kennis met het instrument. Plezier in het muziek maken op de viool staat centraal in deze lessen; dát is de beste drijfveer om veel te kunnen leren!

Oefenen
Uiteraard hoort dagelijks oefenen bij het leren bespelen van een instrument. Hoeveel oefening er per dag nodig is wordt aangegeven door de docent. Positieve aandacht van de ouders werkt zeer stimulerend. 

Nog vragen?
Je kunt altijd contact met ons opnemen om te overleggen of een vraag te stellen. 

Leskaart
We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent. De leskaart kost: 

€ 175,- voor 6 - 20 jaar

€ 195,- voor 21 - 99 jaar

Helaas is het op dit moment nog niet mogelijk de leskaart online te kopen. Wil je een leskaart, stuur dan een e-mail naar onze cursistenadministratie. Vermeld in de onderwerpregel 'leskaart plus het instrument waarvoor je de leskaart wilt gebruiken'.


Aanbod > Viool

Docenten voor deze cursus

Jan Schoonenberg

Marjanne Heus

Marguerite de Waal

Stieneke Nagel

Sabine van Lier

Christine Vermeulen

Jan Schoonenberg

Marjanne Heus

‘Ik wilde als meisje viool spelen nadat ik het Dubbelconcert van Bach hoorde. Als ik dat op een gegeven moment samen met een leerling kan spelen, is de cirkel voor mij weer rond’

Achtergrond
• Marjanne studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, in de vooropleiding bij Qui van Woerdekom en hoofdvak bij Jacques Holtman en Leo Boelens.
• Vanaf 1988 is ze als viooldocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Samen met Stieneke Nagel geeft ze ook de groepslessen viool [hyperlink] . 

Als musicus 
‘Bij mijn afstuderen zei de commissie: “Wij zien in jou een hele goede docent.” Woest was ik!  Dat wilde ik niet horen: ik was uitvoerend musicus, remplaceerde in de orkesten. Ik wilde zelf spelen. Later realiseerde ik me dat het om een extra kwaliteit ging en dat het klopte. Ik heb me altijd al graag verdiept in methodiek en ik wil niets liever dan leerlingen liefde voor muziek overbrengen.’  

Als docent 
‘Volgens mij ben ik heel enthousiast. En doelgericht. Ik heb voor ogen wat ik wil dat mijn leerlingen kunnen na één jaar, maar ook na zeven jaar. Ik begeleid ze vaak van hun 8e tot hun 18e, een belangrijke periode in hun leven. Muziek raakt je hart, dus al ze ergens mee zitten, hoor ik dat vaak. We kunnen dat bespreken, of juist niet, dan helpt lekker muziek maken.’ 

Methode 
‘In mijn praktijk komt alles samen wat ik zelf heb meegekregen. Mijn eigen leraar, Qui van Woerdekom heeft hier in Amersfoort de groepslessen opgezet, in combinatie met individuele lessen, zoals we dat nog steeds ideaal vinden. Zijn methodiek is de basis voor onze vioollessen. Het belang van een goede houding heb ik van hem overgenomen. Ik ben zelf in de vooropleiding door Qui “recht gezet”, zoals hij dat noemde. In dat jaar werd de basis nog eens in sneltrein tempo overgedaan. 

Kodály 
Muziek maken begint voor mij met innerlijke klankvoorstelling en met zingen. Dat heb ik ook van vroeger meegekregen. Op school hadden we een leraar die werkte met de Kodaly methode [hyperlink] en thuis zongen we ook veel. Die basis draag ik over. We hebben onlangs als docenten een Kodály-cursus gevolgd. Elementen daarvan integreer ik in de groepsles.’ 

Mijn les 
‘Mijn leerlingen krijgen een klassieke scholing. Tijdens de lagere school probeer ik flink, voorwaarts mars, vooruit te komen. Veel techniek, aan de hand van leuke stukjes en samenspel. Als dan de puberteit begint, moet ik meestal gas terugnemen: “wegens verbouwing gesloten”. Dat is niet erg, we hebben al veel geïnvesteerd. Als ze met populaire muziek aankomen, ga ik daar graag in mee. Op een gegeven moment realiseren ze zich dat er weer oefeningetjes nodig zijn om verder te komen.’  

Studeren 
‘Ik verwacht dat mijn leerlingen studeren. Als ze jong zijn, kunnen ouders helpen discipline aan te brengen, ze stimuleren te beginnen, samen een vast moment bepalen. Ik betrek hen er graag bij door bijvoorbeeld videootjes van de les te sturen. We hebben boeken met meespeel cd’s, dat motiveert ook voor thuis en leert de kinderen goed luisteren.’ 

Geluksmomenten… 
‘Ik wilde als meisje viool spelen nadat ik het Dubbelconcert van Bach hoorde. Als ik dat op een gegeven moment samen met een leerling kan spelen, is de cirkel voor mij weer rond’ 


Marguerite de Waal

‘Dat toverachtige, daar gaat het om’

Achtergrond 
• Marguerite studeerde viool aan het Utrechts Conservatorium, bij onder meer Emmy Verhey, Eeva Koskinen en ze nam deel aan de masterclasses van Viktor Liberman.
• Sinds 1987 geeft ze les bij Scholen in de Kunst.
• Marguerite speelt regelmatig in de beroepsorkesten en maakt graag kamermuziek in een duo of trio.

Als docent
‘Liefde voor muziek, plezier in muziek maken, dat wil ik mijn leerlingen bijbrengen. Vioolles is vaak een mijlpaal in de week, een vast gegeven. Op school gaat alles volgens een stramien, met de regels van taal en rekenen. Het is mooi als kinderen daarnaast even in een andere wereld zijn. Muziek is een wereld van gevoel, fantasie en optimisme. Ik streef er dan ook naar dat mijn leerlingen opgewekt de deur uitgaan. Maar ik kan ook streng zijn, zeker als jongeren naar het conservatorium willen.’

De les
‘Als ik zie wat er in een kind zit, wil ik dat er heel graag uithalen. Dan ben ik heel geduldig. Ik zit niet zo vast aan een methode, maar kijk wat een kind aanspreekt. Voorspelen, naspelen, zingen, uitbeelden in muziek, noten lezen. Ik ben zelf opgeleid binnen de Russische vioolschool, ik houd van het zangerige spel en de warme vioolklank. Dat probeer ik over te brengen op mijn leerlingen, in combinatie met de praktische benadering van mijn pedagogiekleraar Qui van Woerdekom. Ik ga uit van het klassieke repertoire, maar als iemand Pirates of the Caribbean wil spelen, prima. Of musicalstukjes, vaak hebben die hele lastige ritmes, die gaan we dan uitzoeken, klappen totdat ze het voelen. Naast de individuele les hebben de strijkers in het eerste jaar ook groepsles ’

Studeren
‘Ik verwacht inzet en hoop dat de les zo inspirerend is dat de viool niet als een hockeystick voor een week in de kast belandt. In de les leer ik hoe mijn leerlingen het studeren aan moeten pakken. Ik begeleid veel op piano, dan klinkt het vaak zo leuk dat ze zin krijgen om thuis te studeren. Boeken met meespeel-cd’s, dat motiveert ook. En het helpt als ouders niet alles aan het kind overlaten, maar actief betrokken zijn, interesse tonen: “laat eens horen, wat heb je geleerd?” Liefst samen oefenen, maar in elk geval helpen herinneren, het is net als tandenpoetsen, gewoon doen.’

Geluksmomentjes…
‘Als we opeens echt muziek maken, buiten het metronomische om, als de timing en klankkleur zo is dat je kippenvel krijgt. Dat toverachtige daar gaat het om. Of als we samen heel erg moeten lachen.’


Stieneke Nagel

‘Dat was mooi hè! Nog een keer?!’

Achtergrond
• Stieneke kwam als 15-jarige in de jong talentklas van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Qui van Woerdekom.
• Vanaf 2001 begon ze haar Bachelor aan hetzelfde Conservatorium bij Jaring Walta en Peter Brunt. Tijdens haar master aan het Conservatorium in Utrecht bij Joyce Tan specialiseerde ze zich in de vioolmethodiek.
• Stieneke nam deel aan de methodiekklas in de dvd-serie ‘Vioolmethodiek’ die Qui van Woerdekom maakte in opdracht van het KC Den Haag .
• Vanaf 2007 is ze verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Naast het geven van de individuele lessen begeleidt Stieneke samen met Tom Tulen en Josien van Mens het Juniorenorkest van Scholen in de Kunst. 

Als docent
‘Lesgeven vind ik heel erg leuk. Toen ik na mijn afstuderen in orkesten speelde, keek ik vaak naar de violisten om me heen. Dan bedacht ik voor wie welke oefening geschikt zou zijn. Spelen is ook heerlijk, en belangrijk om te blijven doen, zodat ik blijf ervaren wat ik aan mijn leerlingen overdraag. Voor mij is het veel waard dat ik met kinderen mag werken, hen kan onderwijzen.’  

Ik wil mijn leerlingen natuurlijk de liefde voor de viool bijbrengen, maar ik zie het ook als mijn taak om ze te enthousiasmeren voor klassieke muziek in het algemeen. Ook wil ik ze graag meegeven hoe waanzinnig leuk het is om samen te spelen, in een orkest, in kamermuziekverband of samen in de les. Als ze dat in hun hart sluiten, dan blijft muziek voor altijd bij hen.

Daarnaast leren ze nog zoveel meer: oefenen en doorzetten in een tijd van appjes sturen en hup, meteen resultaat hebben. Het besef dat je soms eindeloos moet herhalen voordat je iets bereikt, maar dan ook verrast kunt worden door het resultaat. Dan laat ik ze iets spelen dat ze even geleden heel moeilijk vonden: “Weet je nog...? En kijk eens hoe makkelijk het nu gaat!” Ze zullen altijd iets hebben aan dat bewustzijn.

De lessen zijn vrolijk en gezellig en ik probeer mijn enthousiasme zo goed mogelijk over te brengen op de leerlingen. Waar nodig ben ik strikt en wijs ik leerlingen op de afspraken. Viool leren spelen vereist namelijk discipline en het is van belang dat meteen de juiste techniek wordt geleerd. Soms is het dan nodig om te zeggen: die hand moet gewoon zo, dit loopje studeer je op deze manier en wat in het schriftje staat, doe je gewoon – klaar. Dat klinkt misschien streng, maar volgens de kinderen is het vooral duidelijk.’

Methode
‘Toen ik als 15-jarige bij vioolpedagoog Qui van Woerdekom mijn lessen vervolgde, viel er nog heel veel te leren. Bij hem ontwikkelde ik heel bewust een goede basistechniek. Later leerde ik die bij Joyce Tan steeds meer toepassen in dienst van de muziek. Deze basis wil ik de kinderen ook meegeven: met de juiste techniek de vertaling maken naar de muziek. Als mijn leerlingen sterker of zachter willen spelen, weten ze wat ze moeten doen met hun streek. Als ze willen vibreren kunnen ze meer dan alleen een beetje ‘wiebelen’.’ 

Groepsles | Individuele les
‘In het eerste jaar hebben de kinderen elke week zowel groepsles als individuele les. In de groeples leren we de kinderen muziek maken vanuit het innerlijk gehoor: we spelen niet alleen viool, we zingen, we bewegen, we doen technische oefeningetjes, spelletjes en we leren noten lezen. Tijdens de individuele les werken we dat verder uit naar de behoefte van het kind. Na het eerste jaar zijn er veel mogelijkheden om op steeds hoger niveau door te gaan met samenspelen. Dat is echt de meerwaarde van Scholen in de Kunst. Alle kinderen mogen vanaf het eerste jaar in het Juniorenorkest spelen en stromen daarna door naar het volgende orkest. Alles binnen één school, dat is echt uniek. Voor mijzelf is ook de samenwerking met collega’s belangrijk: het regelen van samenspelen, elkaar scherp houden en geïnspireerd raken door elkaar.’  

Studeren
‘De motivatie voor vioolspelen komt uit het kind en samen met ouders haak ik daarop in. Ik probeer in de les genoeg mooie momenten te creëren waarop kinderen voelen dat ze iets leren waar ze thuis mee aan de slag willen en kunnen. Ik zoek materiaal dat bij hen past en dat voor hen leuk is om mij na een week weer te laten horen. Ook leer ik ze zelfstandig studeren. Voor thuis kunnen ouders zoeken welke benadering bij hun kind past: bij sommige kinderen werkt het als ouders zeggen: “Ik ga nu koken, werken, of stofzuigen, dan ga jij vioolspelen en doen we daarna samen gezellig boodschappen.” Anderen vinden het juist fijn als je met een kop thee naast ze gaat zitten.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als ik samenspeel met een leerling en we ineens echt muzikale zinnen kunnen maken – dat de leerling mij dan aankijkt en zegt: “Dat was mooi hè! Nog een keer?!” Of, aan het eind van elk jaar, als de eerstejaars met z’n allen ‘solospelen’, met het Juniorenorkest. Dan staan ze daar op een rijtje zo ontzettend hun best te doen, in mooie jurkjes en jasjes, en dan spelen ze drie complete liedjes. Na afloop allemaal hyper. Als ik dan terugdenk aan hun eerste les, toen ze niet wisten hoe de viool op hun schouder moest… Dan voel ik me bevoorrecht dat ik kinderen zo’n mooie ervaring mee kan geven.’ 

Sabine van Lier

‘Als de leerling ineens voelt: Aha, nu heb ik het!’

Achtergrond
• Sabine begon als meisje van vijf haar vioollessen bij Mea Fontijn op het Rotterdams Hellendaal Vioolinstituut.
• Ze haalde haar bachelor aan het Conservatorium van Utrecht bij Chris Duindam en studeerde in 2016 af voor haar master in Bremen bij Thomas Klug.
• Ze speelt geregeld mee in verschillende orkesten waaronder het Ciconia Consort en Het Promenade Orkest.
• Sabine maakt veel kamermuziek en heeft onder meer een vast duo met celliste Elisabeth Schijns, duo Sael. 

Als docent
‘Mijn eigen docenten hebben me altijd meegesleept in hun liefde voor de viool en in het plezier van muziek maken. Het voelt zo goed dat nu over te dragen. Het is een fantastisch beroep, maar ook als hobby is muziek maken geweldig! Volgens mij ben ik als docent geduldig en ook wel lief. Ik hoor graag wat leerlingen leuk vinden om te doen. Ik heb bijvoorbeeld iemand die altijd klassiek speelde, maar nu wat meer pop- en jazzachtige muziek wil spelen. Dan ga ik daar in mee. Uiteindelijk hoop ik dat leerlingen zich leren uiten in muziek, dat ze hun creativiteit en gevoelens vrijlaten. Ik leer ze daarom van begin af aan nadenken over wat ze willen, ik vraag naar hun ideeën over een muziekstukje. Is het vrolijk? Of klinkt het somber? Laat dat dan maar horen!’  

Methode
‘Ik begin met jonge kinderen meestal zonder boek. Eerst trainen we het gehoor en een goede houding. We zingen liedjes, doen ritmespelletjes en stokoefeningen. Langzaam beginnen we met de viool erbij voor het tokkelen van de liedjes. Ik vind het belangrijk dat kinderen eerst goed leren luisteren en naspelen als ik iets voorspeel, noten leren lezen komt pas wat later. Samenspelen is een essentieel onderdeel van de lessen. Samen met Marjanne Heus geef ik de eerstejaars groepslessen, die sluiten aan bij de individuele lessen. Zo ervaren kinderen meteen het plezier in samen muziek maken. In de jaren daarna is er voor iedereen de mogelijkheid dit plezier vast te houden in de verschillende orkesten hier op school.’ 

Oefenen
‘Tijdens de les probeer ik leerlingen te stimuleren thuis regelmatig te oefenen om zo verder te komen. Ik hoop dat ouders jonge kinderen helpen elke dag wat doen, anders heb je niet zo veel aan de les. Daarvoor hoef je als ouder echt geen muzikant te zijn. Toen ik zelf klein was, moesten mijn ouders er ook een beetje achteraan zitten. Als docent merk je echt of kinderen thuis een beetje hulp krijgen. Soms geef ik bij het huiswerk een weekschema. Met voor kleine kinderen een taakjeslijst die ze kunnen afvinken. Dat maakt het vaak leuker.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als we bijvoorbeeld heel lang werken aan een techniekoefening en ineens voelt de leerling: Aha, nu heb ik het! Of als leerlingen een stuk zo goed beheersen dat er echt ruimte ontstaat voor muzikaliteit – het plezier dat ze er dan in krijgen!’  


Christine Vermeulen

‘Het stikt van de geluksmomentjes!’

Achtergrond
• Christine studeerde Muziektherapie en haalde daarna haar lesbevoegdheid als docent muziek
• Vanaf 2001 is ze verbonden aan Scholen in de Kunst 
• Christine geeft Muziekfabriek voor kinderen en ukelele-les voor volwassenen en kinderen
• Vanuit Scholen in de Kunst is ze docent muziek op verschillende basisscholen 
• In haar vrije tijd speelt Christine viool in een folk-punkband 

Als docent
‘Als ik iets van mezelf weet, is het dat ik ongelofelijk enthousiast ben, soms worden de kinderen in mijn groepslessen daar helemaal vrolijk-hieperdepiep van. Dan spreek ik mezelf soms even toe: rustig aan! Ik wil de kinderen zo graag laten ervaren hoeveel plezier je kunt hebben met muziek maken – hoe leuk het is om met elkaar te zingen, te spelen. Ik weet dat ik dan stiekem ook een heleboel andere dingen bij ze trigger. Ze leren bijvoorbeeld tegenstellingen in muziek herkennen zoals hoog-laag, kort-lang, hard-zacht, maat-ritme, zolang zij maar het gevoel hebben dat ze lol hebben in het muziek maken.’  

Muziekfabriek
‘Ik zorg voor veel afwisseling in de les, zodat ik de kinderen steeds trigger om erbij te blijven. Ik zing veel, ik laat ze zelf dingen verzinnen, muziekjes componeren, en soms geef ik een beetje theorie en we beginnen met noten leren lezen. Ik neem altijd een instrument mee waar we naar kijken en luisteren. We eindigen meestal met een muzikaal spelletje.’  

Ukelele-les
‘Ukelele wordt vaak gekozen door volwassenen die graag een instrument willen leren bespelen. Het is een toegankelijk instrument, waarmee je jezelf zingend kunt begeleiden en in korte tijd al echt muziek kunt maken. De ukelele-lessen zijn vooral in groepsverband in periodes van vijf weken. Maar ik heb ook individuele cursisten, voor korte of langere tijd. Het leuke is dat je in een aantal weken al veel kunt bereiken! Je redt jezelf al snel met een paar akkoorden. Er zijn bijvoorbeeld basisschooldocenten, die met de ukelele in hun klas kinderliedjes willen zingen en dat lukt wel na zeven weken. Het gaat voor mij ook hier om de lol van het muziek maken. Het is zo leuk om jezelf op deze manier te kunnen uiten. Mijn enthousiasme slaat over op andere mensen en dan hoop ik, juist bij volwassenen, dat ze zich vrij voelen. En dan gewoon, hup, gaan! Zingen, spelen! Wat maakt het uit wat anderen denken?!’  

Geluksmomentjes…
‘Het stikt van de geluksmomentjes! Bij de kinderen bijvoorbeeld: als we iets maken met elkaar en het klinkt te gek, en ik zie de kinderen met rode wangen van plezier – daar word ik zielsgelukkig van. Of als ik ze in groepjes laat samenwerken en ze tillen elkaar naar een hoger plan. En aan het eind van het jaar hebben we een optreden met de kinderen van de Muziekfabriek. Dan staan ze allemaal op het podium, de ouders glimmend in de zaal, dan ben ik zo trots!’