Trompet, bugel en cornet

Trompet, bugel en cornet

De trompet, cornet en bugel behoren tot de groep ‘koperblaasinstrumenten’. Vaak kennen we alleen trompet, maar tot de directe familie horen ook de cornet en de bugel. Het verschil zit hem in het geluid dat je uit deze instrumenten kunt toveren. Een trompet herken je aan het heldere en stralende geluid, het geluid van de cornet is vaak iets minder helder en het geluid van de bugel kun je het beste omschrijven als warm en rond. De techniek om deze instrumenten te bespelen is nagenoeg hetzelfde. Trompetten kom je tegen in een symfonie orkest, harmonie orkest, fanfare orkest, big-band en vele andere orkesten en bands. Het is dus een instrument waarmee je veel kanten op kunt. 

Wanneer kan ik beginnen met trompetspelen?
Een mooie leeftijd om te beginnen met trompetspelen is 7 of 8 jaar. De docenten bekijken per individu of je fysiek in staat bent om trompet te spelen. Win daarom goed advies in bij één van onze docenten en overleg wat de mogelijkheden zijn. Zij zullen u hierover goed adviseren. 

Lessen
Het belangrijkste van muziek maken is natuurlijk dat je er plezier in hebt. Om te zorgen dat je er ook plezier in houdt, wordt tijdens de lessen ruim aandacht besteed aan technische aspecten als ademhaling, embouchure (hoe je lippen staan) en houding. Hiervoor krijg je vaak naast de te spelen stukjes aparte oefeningen om te zorgen dat je je blijft ontwikkelen. Dit garandeert een jarenlang speelplezier! 

Naast deze oefeningen worden er echte muziekstukken gespeeld. Sommige met, en andere zonder CD. Het leuke aan de stukjes met CD is dat je thuis kunt oefenen met pianobegeleiding of zelfs een heel orkest. Er zijn heel veel leuke boeken, variërend van klassiek en film tot aan musical en pop. Keuze genoeg dus! Met deze stukjes kun je echt de show stelen als je een keer een optreden hebt! Daarnaast wordt in de les al een basis gelegd voor het samenspelen. Je kunt duetten doen met je leraar of je medeleerling, of misschien zelfs met z'n drieën! Dit verhoogt alleen maar het plezier.

Oefenen
Trompet spelen leer je natuurlijk niet alleen op les. We verwachten wel dat je thuis oefent aan de stukjes en de oefeningen die je op krijgt in de les. Hoelang je moet studeren krijg je te horen van je docent, hij geeft tips en aanwijzingen waarop je die week moet letten. Zeker in het begin is het fijn als ouders een oogje in het zeil houden, de docent zal hierover zeker contact houden met u als ouder. 

Nog vragen?
Je kunt altijd contact met ons opnemen om te overleggen of een vraag te stellen. 

Leskaart
We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent. De leskaart kost: 

€ 175,- voor 6 - 20 jaar

€ 195,- voor 21 - 99 jaar

Helaas is het op dit moment nog niet mogelijk de leskaart online te kopen. Wil je een leskaart, stuur dan een e-mail naar onze cursistenadministratie. Vermeld in de onderwerpregel 'leskaart plus het instrument waarvoor je de leskaart wilt gebruiken'.


Aanbod > Trompet, bugel en cornet

Docenten voor deze cursus

Liesbeth Vernout

Ruud van de Laar

Liesbeth Vernout

‘Als leerlingen een beetje verliefd worden op de trompet…’

Achtergrond
• Liesbeth studeerde Muziekwetenschappen in Utrecht; had een eigen muziekuitgeverij, en besloot pas daarna professioneel verder te gaan met de trompet. Ze behaalde haar diploma docerend musicus in 2004 en studeerde HaFa-directie aan het Artez conservatorium Arnhem.   
• Liesbeth geeft sinds 2004 trompetles bij Scholen in de Kunst.
• Ze dirigeert daarnaast onder meer het Kei Stedelijk Opleidingsorkest. 

Als docent
‘De leerling en ik hebben allebei iets met de trompet, die gemeenschappelijkheid is mijn uitgangspunt. Vervolgens zie ik mijzelf als iemand die het leren beheersen van het instrument begeleidt, coacht. Daar is geen specifieke manier voor. De weg hangt af van de leerling, wat zoekt een leerling? Wat vindt hij? En wat brengt hij zelf in? Ik richt me op de zelfstandigheid van leerlingen, ongeacht of ze ‘goed’ zijn in trompetspelen of niet - ik wil dat ze het gevoel krijgen iets te beheersen en dat ze daarvan kunnen genieten. Het verschil tussen de leerlingen maakt lesgeven juist zo boeiend.’ 

Ruimte geven
‘Meestal begin ik bij kinderen met lekker uit het hoofd spelen. Maar als ze meteen nieuwsgierig zijn naar de nootjes, beginnen we daarmee. Vervolgens wil ik leerlingen vooral de ruimte geven dingen te doen die niet per se in ‘het boekje’ staan. Uiteraard is het bijbrengen van de basistechniek van het trompet spelen het essentiële onderdeel van het speel-leerproces. Maar het is zo mooi als iemand komt met iets wat ik niet verwacht, of zegt: “Kijk eens wat ik kan op de trompet!” Dan weet ik: daar ga ik op aansluiten! Vervolgens zijn er zoveel methodes waar we mee kunnen werken, ik kijk altijd wat past. Dat houdt kinderen gemotiveerd en enthousiast.’  

Oefenen
‘Ik geef aan wat leerlingen thuis kunnen oefenen, maar als ze terugkomen met wat anders - ook prima. Ik hoop dat ze doen wat mogelijk is, en vooral dat ze spelen vanuit eigen enthousiasme. Lukt dat niet, dan kan ik ze vaak helpen – samen met ouders kan ik de trukendoos opentrekken. Bijvoorbeeld een roostertje maken, dat vinden vooral pubers fijn. Maar ook bij hen werkt eigen verantwoordelijkheid het beste, zelf de kick ervaren van mooi spelen. Ik spreek wel eens af dat we even helemaal niks thuis oefenen, alleen maar op les. Dan zegt de puber al snel: “Ik wil toch wel íets doen!” Als jongeren bang zijn trompetspelen niet te kunnen combineren met bijvoorbeeld de brugklas, stel ik ze gerust en werken we lekker op de les en dan komt het oefenen ook weer. Voor leerlingen uit de HaFa-wereld die zelf graag een examen willen doen, of leerlingen die naar concoursen gaan maak ik afspraken over wat er van ze gevraagd wordt.’  

Samenspelen
‘Ik kom zelf uit de uit de wereld van de harmonie en fanfare, en in mijn studententijd speelde ik in symfonieorkesten. Met die achtergrond stimuleer ik het samenspelen graag, vaak is het sociale aspect heel motiverend. Bij de leerlingen die van de harmonie en fanfare komen, gaat dat vanzelf. Er zijn ook kinderen die liever alleen, puur met hun instrument bezig willen zijn. Het kan hen helpen in het dagelijks leven: leren doorzetten, of als afleiding, of gewoon omdat ze het fijn vinden om te doen.’  

Geluksmomentjes…
‘Er zijn zoveel dingen waar ik blij van word! Het enthousiasme van de kinderen; als leerlingen vrolijk de deur uitgaan; als ze met iets onverwachts komen. Of als ik zie dat leerlingen een beetje verliefd worden op de trompet.’  


Ruud van de Laar

‘Onderlangs of bovenover’

Achtergrond 
• Ruud volgde de Bachelor en Masteropleiding klassiek trompet aan het Conservatorium van Amsterdam, daarna ontwikkelde hij zich ook in andere stijlen.
• Na zijn afstuderen remplaceerde hij in verschillende orkesten.
• Sinds 2002 geeft hij les aan Scholen in de Kunst.
• Ruud is dirigent van een Jeugdorkest in Helmond en Harmonieorkest in Wijk bij Duurstede.
• Op Scholen in de Kunst leidt hij de Flexband, een blazersband voor jongeren.

Als docent
‘Mijn leerlingen krijgen veel speelruimte, maar ik houd niet van lanterfanten. Je komt om te leren, daar moeten we dan iets voor doen. Mijn streven is dat een leerling als hij bij mij weggaat een zelfstandig muzikant is, dat hij zich kan redden in een orkest, of in een bandje. Dan kan je pas ervaren hoe leuk het is. Bij lesgeven probeer ik te levelen met de leerling, we moeten het samen doen. Een vertrouwensband is de beste basis.’

De les
‘Lesgeven is maatwerk. Bij de één ben ik voorzichtig, bij de ander kan ik het wat harder aanpakken. De methode die werkt voor de één, is niks voor de ander. Ik moet inventief zijn, soms verzin ik 1001 dingen, probeer ik het onderlangs of bovenover voordat het aanslaat. Ik geloof daarbij niet in harde doelen voor de lange termijn. We hebben de examens voor leerlingen die in de verenigingen spelen, maar verder zie ik de voortgang als work in progress: je gelijkmatig ontwikkelen op alle pijlers waarop je spel rust. Een leerling leert vanuit zijn eigen kracht en ik zoek waar ik op kan doorpakken.’

Studeren
‘Bij jonge kinderen is het belangrijk dat ouders, ook zonder muzikale achtergrond, motiveren en een vinger aan pols houden. Maar later gaat het om eigen verantwoordelijkheid. Lastig soms, want kinderen leven in de klik-ik-heb-het-maatschappij, gewend alles snel te bereiken. Vaak gaat het mis als ze moeite moeten doen om echt vaardigheden te trainen. Maar ik steek energie in leerlingen om hen verder te brengen en te enthousiasmeren. Als ze dan maar één of twee keer in de week tien minuten studeren, laat ik van me horen. Eerst frons ik mijn wenkbrauwen, de tweede keer waarschuw ik, en uiteindelijk krijg je wel de wind van voren. Ik heb zelf te veel ambitie om dat te laten gaan. Hoewel ik bij middelbare scholieren wel gas terug kan nemen. Interesses worden breder en dat moet ik respecteren.’

Geluksmomentjes…
‘Als zo’n meisje, dat anderhalf jaar speelt, zonder blikken of blozen die hoge noot eruit blaast… Of als leerlingen overzicht krijgen: de noten, het ritme, de muziekstijl – het hele pakketje, gekoppeld aan hun niveau. Maar ik ben ook leider van de blazersgroep De Flexband, een ontzettend leuke mix van jongeren, van groep 8 tot de echte pubers, dat is iedere woensdag een feestje!’