SKA: Verder leren dansen, 6 - 7 jaar

SKA: Verder leren dansen, 6 - 7 jaar

N.B. Voor kinderen die naar de volgende bso-locatie gaan:
  • Vlinderstruik 

In deze cursus is veel ruimte voor fantasie, dansexpressie en improvisatie. Met jouw unieke dans trek jij de aandacht van het publiek.

In de les werk je aan een goede lichaamshouding. Om dit goed te oefenen, doe je grondoefeningen. Ook leer je je benen en armen tegelijk te bewegen en dat is best moeilijk! We besteden in de les veel aandacht aan ritmegevoel, richting en muziek. Je danst op verschillende soorten muziek en de juf maakt gebruik van instrumenten. Deze cursus is het vervolg op Leren dansen.

Aanbod > SKA: Verder leren dansen, 6 - 7 jaar

Docenten voor deze cursus

Nina van Driel

Nina van Driel

‘Ik vraag de leerlingen mee te denken’

Achtergrond
• Nina rondde de opleiding Sociaal Pedagogisch Werk af en ging daarna naar de dansacademie in Tilburg. Daar studeerde ze in 2009 af als docent dans.
• Sinds 2010 geeft Nina les bij Scholen in de Kunst.
• Ze geeft vooral danscursussen voor kinderen van drie tot en met twaalf jaar. Daarnaast heeft ze bij Scholen in de Kunst ook volwassenengroepen dansconditie, waarin ze een mix van dansstijlen verwerkt.
• Nina is vakdocent dans op verschillende basisscholen, ze doceert op de theaterschool en geeft losse workshops 

Als docent
‘Tijdens mijn studie Sociaal Pedagogisch Werk ontdekte ik hoe leuk het was les te geven aan kinderen. Dat wilde ik combineren met dans, omdat ik zelf zo genoot van dansen. Hoe ben ik als juf? Ik denk dat ik oog heb voor de groep, maar ook voor het individu. Ik ga graag in op de belevingswereld van kinderen, ik richt me op hun ontwikkelingsniveau en ik ben een juf van meer dan alleen maar pasjes en techniek. Belangrijkere elementen in mijn les zijn groepsdynamiek, durven presenteren, eigen fantasie en plezier. En ik vind het belangrijk een veilige sfeer te creëren, waarin iedereen zich gezien voelt.’   

Werken met tegenstellingen
‘De dansdocenten van Scholen in de Kunst werken met een gezamenlijk lesplan, gekoppeld aan leeftijden. Dat is ook bij mij de rode draad, zo hebben kinderen een doorlopende leerlijn. In mijn lessen ligt de nadruk daarbij niet zozeer op het technische aspect van dans. Ik benader oefeningen liefst anders. Wanneer ik leerlingen bij klassiek ballet een tendu aanleer, zeg ik niet: “Draai je been uit, gebruik je bovenbeenspieren, strek je voeten.” Alleen focussen op de beweging van je benen is niet genoeg om die beweging ook echt te begrijpen en uit te voeren. In elk geval niet bij kinderen. Dus heb ik het over Pinokkio met hele rechte houten benen en over een andere pop die juist heel slap beweegt. Ik geloof sterk in het werken met tegenstellingen. Als je voelt hoe het werkt om slap te bewegen, dan weet je ook hoe het strak en recht kan.’ 

Lesopbouw
‘We beginnen met een warming up, om in de danssfeer te komen. Lekker rennen, huppelen - verplaatsende bewegingen door de hele ruimte. Daarna geef ik juist oefeningen voor scherpte en concentratie en doen we sprongen over de diagonaal. Het laatste deel zijn de leerlingen altijd creatief bezig, met hun fantasie, in groepjes, soms met materialen als linten en stokken. Elke les heeft een fantasierijk thema, bijvoorbeeld ‘buiten spelen’, dan verwerk ik het gevoel van de schommel of de achtbaan in de bewegingen en ik vraag de leerlingen mee te denken. Eens in de twee jaar hebben we met alle dansgroepen een grote voorstelling. In dat jaar train ik ook bij de allerkleinsten het dansgeheugen, zodat ze een reeks dansbewegingen kunnen maken zonder dat ze mij alleen maar nadoen.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als de les die ik thuis gemaakt heb - in m’n eentje aan mijn tafeltje, goed aansluit bij de kinderen. En natuurlijk als ik zie dat de kinderen echt plezier hebben bij het dansen.’