Piano pop
Ontdek ons cursusaanbod tijdens het Open Huis op 26 mei!

Piano pop

De akoestische en digitale piano zijn de instrumenten die worden gebruikt in de les en om te kunnen studeren dient de cursist één van deze instrumenten te bezitten. Soms is een aanslaggevoelige synthesizer ook te gebruiken. 

Lessen
De eerste pianolessen lichte muziek verschillen in de basis niet veel van de klassieke lesmethode. Heeft men na enige tijd een redelijke vaardigheid op de piano en voldoende kennis van het notenschrift, dan komt in pop en jazz de nadruk te liggen op het aanleren van akkoorden en het spelen van akkoordenschema's. Hierbij wordt gebruik gemaakt van lesboeken met daarin pop-, jazz-, blues-, rock-, latin- en swingmuziek. Voor gevorderde cursisten bestaat de mogelijkheid zich te verdiepen in improvisatie.   

Oefenen
Natuurlijk hoort dagelijks oefenen bij het leren bespelen van een instrument. Afhankelijk van leeftijd en niveau is dit zo'n 20 tot 40 minuten per dag. Het werkt goed als je dit op een vast tijdstip op de dag doet. Hulp van ouders in de vorm van herinneren aan het oefenen en het vaststellen van een vaste oefentijd helpt hierbij enorm! Hoe je kunt oefenen, hoor je van je docent. 

Leskaart
We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent. De leskaart kost: 

€ 175,- voor 6 - 20 jaar

€ 195,- voor 21 - 99 jaar

Helaas is het op dit moment nog niet mogelijk de leskaart online te kopen. Wil je een leskaart, stuur dan een e-mail naar onze cursistenadministratie. Vermeld in de onderwerpregel 'leskaart plus het instrument waarvoor je de leskaart wilt gebruiken'.


Aanbod > Piano pop

Docenten voor deze cursus

Rocus van den Heuvel

Ton Beckers

Juliëtte van Capelleveen

Georgina Collington

Machteld Nijeholt

Frits Kroese

Hans van Ham

Jasper Lekkerkerk

Rocus van den Heuvel

‘Leerlingen bewust maken van wat ze doen’

Achtergrond
• Rocus studeerde kerkorgel en piano aan het Conservatorium van Utrecht.
• Sinds 1992 geeft hij les bij Scholen in de Kunst, aan volwassenen en kinderen.
• Als uitvoerend musicus speelt Rocus regelmatig als continuo-speler en als begeleider van koren en zangers. Ook speelde hij recentelijk in een muziektheaterproductie. 

Als docent
‘Voor mij is musiceren onderdeel van de persoonlijke ontwikkeling van iemand – ik verbind het lesgeven met hoe mensen met zichzelf omgaan. Het raakt aan alles waar iemand tegenaan loopt als hij weerstand tegenkomt. Niet dat we het daar letterlijk over hebben, maar het is wel mijn insteek. Als docent zou ik mezelf beschrijven als “niet autoritair maar wel streng”. Ik ben veeleisend als het gaat om expressie en zinsbouw – op dat gebied verdraag ik het slecht als mensen slordig spelen. Ik wil dat ze iets vertellen, zich uitdrukken met muziek. Daarom maak ik leerlingen bewust van wat ze doen, zodat ze niet opgesloten blijven in hun mind-set. Uiteindelijk wil ik dat mijn leerlingen vooral op hun eigen niveau, met hun mogelijkheden op een vrije manier een stuk kunnen spelen: dat ze de noten beheersen en er een gevoel of idee in kunnen leggen of herkennen.’ 

De lessen
‘In de les probeer ik met mijn eigen enthousiasme, mijn begeisterung iets los te maken. Muziek die voor een leerling uit dode noten bestaat, probeer ik tot leven te wekken. Door er een verhaal over te vertellen, door het voor te spelen, of door op de gevoelens in te gaan die de muziek oproept. Het lijkt misschien tegenstrijdig met mijn veeleisendheid, maar jonge kinderen zien mij niet als een strenge meester, soms lijk ik weinig gezag te hebben. Toch heb ik een doel: vóór de middelbare school wil ik ze door een paar fases heen duwen, zodat ze als 13 of 14-jarige kunnen spelen wat ze willen. Ik vind het mooi om jaren onderdeel te zijn van hun leven. De vertrouwelijkheid met veel leerlingen is bijzonder.’ 

Methode en repertoire
‘Ik werk met verschillende methodes, afhankelijk van het leervermogen van de leerling en ik heb een lijn die ik probeer vol te houden, maar dat is steeds moeilijker. Leerlingen zien veel om zich heen, en willen van alles. Meestal ga ik daar wel op in, maar ik zeg wel wat ik ervan vind en dan komen we tot een compromis. Naast de vaste methode gaan we dan eenvoudige popliedjes spelen. Maar aan veel vragen geef ik graag gehoor, zeker bij pubers. Die kunnen bijvoorbeeld hun motoriek goed ontwikkelen met Einaudi. En als ze dan echt geraakt worden, vind ik dat prachtig! Vaak spelen ze heel gepassioneerd. En na een paar jaar gaat het vervelen en ontstaat ruimte voor iets anders.’ 

Oefenen
‘Ook al zijn er veel jonge leerlingen die weinig studeren thuis, ik zet toch met ze door, want ik hoop dat ze er ooit plezier in zullen hebben. Als ze eenmaal met enthousiasme spelen op een niveau dat voor hen haalbaar is, of ze drukken zich uit in een new age-achtig stuk waar ik niks mee heb, krijg ik toch een kick! Want dan voelen ze wat het is om muziek te maken. Natuurlijk vind ik het nog leuker als een leerling er echt voor gaat, en zich de techniek eigen maakt om goed te spelen. Soms komen ze de eerste boeken zonder al te veel oefenen door, maar zodra ze gaan struikelen moeten ze studeren. Daarbij hoop ik op betrokkenheid van ouders.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als leerlingen ontdekken dat muziek maken een gelukservaring kan geven. Of als ze mijn artistieke opmerkingen kunnen plaatsen en horen wat ik bedoel. Dan komen we verder dan technisch zoeken en gaat een leerling het opgebouwde muzikale jargon echt voelen en kunnen we op gelijk niveau communiceren.’  


Ton Beckers

‘Die gelukzalige gezichten als leerlingen merken dat het mooi wordt’

Achtergrond
• Ton studeerde piano aan het Conservatorium in Hilversum, met als tweede hoofdvak elektronisch orgel en lichte muziek.
• Hij volgde een 2-jarige applicatiecursus Muziek en Informatica.
• Vanaf 1979 is hij als docent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Ton is dirigent van het Amersfoorts Salonorkest. 

Als musicus
‘Als jongetje had ik zelf pianoles op deze muziekschool. Ik zong ook in een kinderkoor en op een gegeven moment ben ik in plaats van zingen het koor gaan begeleiden op het orgeltje in de kerk. Ik nam orgellessen en later begeleidde ik ook grote gemengde koren. Na mijn opleiding ben ik me gaan verdiepen in muziek en elektronica en in digitale notatieprogramma’s. Inmiddels is het elektronisch orgel vervangen door keyboard, synthesizer en elektronische piano. Ik heb die ontwikkeling altijd nauw gevolgd.’ 

Als docent
‘Ik heb altijd docent willen worden, geen uitvoerend musicus. De passie, de lol die ik heb bij het muziek maken, wil ik overbrengen op mijn leerlingen. Ook als ik zie dat ze later niet de sterren van de hemel zullen spelen. Mijn doel is leerlingen te laten merken dat ze iets kunnen, weggetjes te vinden die we kunnen bewandelen waardoor iets lukt waar ze eerst moeite mee hadden. Het leuke is dat ik daar zelf ook nog steeds van leer.’  

De les
‘Met jonge leerlingen begin ik altijd auditief: het instrument verkennen, houding, vingers, en we gaan werken met liedjes die ze kennen. Daarna heb ik verschillende methodes aan de hand van boeken. Ik geef les zowel in klassieke als lichte muziek. Met keyboard gaat een leerling altijd de lichte kant op.’ 

Keyboard
‘Als leerlingen alleen voor keyboard komen om de leuke geluidjes, leg ik meteen uit dat je eerst de toetsen moet leren bespelen. We doen ook altijd piano-oefeningen voor de ontwikkeling van linkerhand – rechterhand techniek. Op het keyboard speel je met de rechterhand de melodie. De linkerhand doet akkoorden met automatische begeleiding, maar moet wel lenig blijven.’  

Repertoire
‘Ik werk hard om bij te blijven met de popmuziek. Het is leuk een kind van acht te kunnen verbazen:  

- “Wil jij Habibi van dj Boef spelen? Dat wordt lastig want het is een rap, dan moet je er zelf bij zingen.”

- “Meester! Dat jij dat kent!?”

Als je in deze richting lesgeeft, ben je altijd druk met repertoire zoeken. En vocale nummers instrumentaal maken. Maar zeker in de puberteit, als ze hevig met bepaalde muziek bezig zijn, moet ik kunnen ingaan op wat de leerling aanspreekt.’

Oefenen
‘Ik zeg vaak: “Ik kan veel, maar ik kan je niet instralen zodat je zomaar een stukje speelt.” Voor een deel ben ik als docent bezig met het bijbrengen van het besef dat er inzet nodig is, thuis oefenen. Dat bespreek ik met ouders. De meeste kinderen realiseren zich niet dat oefenen erbij hoort, ook al is het maar 5 – 10 minuutjes per dag. Het zit hem in regelmaat. Ik werd ook door mijn moeder binnengeroepen, met een lang gezicht omdat ik lekker aan het voetballen was.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als ik terugkrijg wat ik geef. Soms denk ik weleens dat alles in een bodemloze put valt, maar als een leerling na een week terugkomt en ik hoor dat mijn aanwijzingen opgevolgd zijn, dan ben ik blij! En die gelukzalige gezichten als een leerling hoort dat er verandering is en dat het mooi wordt...’ 

Links

Juliëtte van Capelleveen

‘Muziek heeft iets magisch’

Achtergrond
• Juliëtte studeerde piano bij Jacques Hendriks en Arthur Hartong aan het Conservatorium in Arnhem.
• Sinds 1992 geeft ze pianoles bij Scholen in de Kunst.
• Behalve piano speelt Juliëtte altsaxofoon. Met een Amsterdamse muziektheaterband treedt ze op voor achterstandsscholen en buurtfestivals.
• Juliëtte verdiept zich in methodiek en leert hoe ze elementen uit de Kodály methode kan integreren in de instrumentale les.

Als docent
‘Ik zie mijzelf als sturend, ik onderzoek welke muziek de leerling leuk vindt en wil spelen. Hoewel ik op deze manier dus vaak niet met een vaste methode werk, heb ik wel een lijn in gedachte die voor een bepaalde leerling nodig is om zich specifieke technische en muzikale vaardigheden eigen te maken. Vroeger had ik een patroon in mijn hoofd: als je vier jaar speelt, moet je daar en daar zijn. Daar ben ik gelukkig vanaf, iedereen werkt in zijn eigen tempo. Dat geeft veel rust!’

Methode
‘De laatste jaren ben ik me gaan verdiepen in elementen van de Kodály methode, dat heeft me veel energie en nieuwe impulsen gegeven. Creatief omgaan met het materiaal, bij jonge kinderen niet werken met boeken, maar met losse liedjes. We hebben een liedje, we maken er tekst en bewegingen bij, die we uitvoeren terwijl we het liedje zingen en zo verankert het zich in het geheugen. Alle elementen die nodig zijn om het liedje te kunnen spelen oefen je zo op een speelse manier. Als we dan achter de piano zitten is alles al gekend.’

Repertoire
‘Als mijn leerlingen verder zijn, komen ze met eigen stukken. Op een bepaalde leeftijd willen ze bijna allemaal zingen en popnummers begeleiden. Geweldig, zonder gêne, dat ontroert me. Juist het je kunnen uiten is waar ik het voor doe. Op dit moment spelen ze bijvoorbeeld allemaal Yann Tiersen en Einaudi, van die simpele minimal-achtige muziek - pubers vinden dat heerlijk, lekker motorisch, blijven hangen op akkoorden. Op een gegeven moment zien ze de beperking en sluis ik er weer wat Chopin tussendoor. Zo probeer ik de puberteit te overbruggen. Daarna gaan we hard aan de slag met het 'echte werk', zodat ze een goede basis hebben als ze na de middelbare school gaan studeren.’

Studeren
‘In de beginfase zijn ouders belangrijk, ze moeten liefst een vast moment op de dag kiezen en mee studeren. Je hoeft er niet altijd naast te zitten, maar wel in buurt, zodat je kan zeggen: “Dat klonk leuk, doe dat nog eens.” Vooral ondersteunend en niet corrigerend. Vroeger verwachtte ik dat mijn leerlingen thuis veel studeerden en was ik chagrijnig als het tegenviel. Dat heb ik losgelaten. Ik werk gewoon keihard in de les en dan zie ik wel. Soms hebben ze het gewoon heel druk, of geen zin. Toen ik thuis een zoon met een instrument had, zag ik pas hoe dat ging. Dan waren we een weekend weg en was de week alweer voorbij. Maar als het bij een leerling structureel wordt, dan zeg ik wel dat het misschien tijd is om iets anders te doen.’

Geluksmomentjes…
‘Als ik zelf heel geïnspireerd ben en een leerling voelt dat, waardoor een enorme creatieve werklust ontstaat. Of juist andersom, als een leerling heel geïnspireerd is. Dan heeft muziek iets magisch.’


Georgina Collington

‘Doorgeven van geluk’

Achtergrond
• Georgina studeerde aan de Royal Northern College of Music in Manchester, bij John Gough. Zij vervolgde haar studie op het Conservatorium van Amsterdam bij Matthijs Verschoor.
• Vanaf 2002 geeft Georgina les bij Scholen in de Kunst. Ze is altijd betrokken geweest bij de ontwikkeling van de talentenklas van Scholen in de Kunst.
• Naast haar lespraktijk, begeleidt ze instrumentalisten en zangers, speelt ze in ensembles en treedt ze op als solist. 

Als docent
‘Klassieke muziek betekent veel voor mij en ik voel me verantwoordelijk voor het doorgegeven van het geluk dat musiceren mij geeft. Kinderen komen er niet meer vanzelfsprekend mee in aanraking, terwijl het zo waardevol is - voor de rest van je leven. Zeker piano spelen, dat is heel compleet: we hebben het mooiste repertoire en er zijn zo veel mogelijkheden om samen te spelen.  

Ik eis veel, want goed leren piano spelen vraagt grote inspanning. Maar ik ben realistisch: ik kijk wat mogelijk is en dat probeer ik eruit te halen. Bovenal is mijn taak een leerling te motiveren, elk les weer. Met kleine stapjes ergens naar toe werken: een voorspeelmoment, samenspelen, een concours. Ik wil dat piano leren spelen een reis is met veel plezier, waarbij we samen veel bereiken. Wat dat precies is, verschilt per leerling.’ 

Methode
‘Met jonge kinderen zing ik in het begin veel, we spelen op het gehoor, we bewegen, maar ik wacht niet lang met notenlezen. Daar heb je veel aan omdat je met piano al snel veel noten tegelijk speelt. Maar als een kind daarmee worstelt, push ik het niet. Bij alles wat we doen, probeer ik constructieve aandacht te geven: aandacht aan de dingen die niet goed gaan, maar ook blijven focussen op dat wat wel goed gaat. Met piano hebben we geluk met heel veel mooie methodes. Ik maak keuzes afhankelijk van wat een kind nodig heeft.’ 

De les
‘Ik vind het belangrijk dat kinderen zelf efficiënt leren studeren, dat is meer dan zitten, de stukken doorspelen en klaar. Ik leer ze het verschil tussen spelen en oefenen. We analyseren de muziek en verzinnen oefeningen met de lastige stukjes. En als een kind het stuk technisch beheerst, wil ik natuurlijk dat het zich helemaal vrij voelt zich een stuk eigen te maken. Daarom praten we over de muziek: Waar gaat het over? Hoe voel je je als je dit stuk speelt? Welke zinnen kunnen we eruit halen? En natuurlijk: hoe gebruik je daarvoor de techniek?’ 

Repertoire
‘In het begin spelen we gewoon liedjes die de leerling kent, maar zo snel mogelijk geef ik klassieke stukken: Kabalevsky, Bartók, Mozart, Bach – stukken die voor kinderen geschreven zijn. Als kinderen echt willen, spelen we ook popliedjes, maar vaak, als ze de smaak van klassieke muziek te pakken hebben, willen ze niet anders meer. Ik houd zelf van veel soorten muziek, maar klassieke muziek vind ik als goede literatuur: als je het eenmaal ontdekt, wil je niet meer terug.’ 

Ouders
‘De rol van ouders is belangrijk, zij kunnen helpen de motivatie van een leerling de hele week levend te houden. Interesse tonen, positieve aandacht geven en creatieve oplossingen vinden als het niet lekker gaat. Zodat het kind zich niet alleen voelt en ervaart: ‘Muziek is belangrijk in dit gezin’. Maak er ook iets leuks van. Ik ga bijvoorbeeld zelf met mijn kind na de muziekles een donut eten. De les is al leuk, maar dan nog even met z’n 2-tjes, dan wordt het nog leuker.’ 

Meer dan les
‘Het mooie van Scholen in de Kunst is dat we als community de leerlingen veel kansen kunnen bieden voor samenspel en talentontwikkeling. De jongsten kunnen in een piano-orkest; er is een piano plusklas; we vormen ensembles en kunnen spelen met dansers. Ik vind dat belangrijk en ben met veel plezier betrokken bij het vormgeven van de samenspeelprojecten en van de School voor Talent.’ 

Geluksmomentjes…
‘Er zijn zoveel geluksmomenten! Als jonge kinderen weer een stapje maken, iets bereiken. Of als ik met gevorderde leerlingen heel intens en lang aan een stuk heb gewerkt en bij een voorspeelavond komt alles samen: ze beheersen de techniek, ze zijn vrij, zitten helemaal geconcentreerd in de muziek. En hun glimlach na een optreden, of het gezicht van ouders die trots zijn op hun kind. Dan ben ik gelukkig!’ 

Machteld Nijeholt

‘Pianospelen is ingewikkeld, maar je kan het vereenvoudigen’

Achtergrond
• Machteld studeerde af als docerend en uitvoerend musicus aan het Conservatorium van Arnhem, en volgde de specialisatie kamermuziek in Rotterdam.
• 10 jaar lang speelde ze in een pianoduo.
• Sinds 1996 geeft ze les bij Scholen in de Kunst, aan kinderen en volwassenen.
• Als uitvoerend musicus begeleidt Machteld zangers en koren.
• Vanuit Scholen in de Kunst geeft ze muziekonderwijs op basisscholen. Daarvoor volgde ze de cursus ‘Muziek aan de basis’.

Als docent
‘Lesgeven ben ik in loop van de jaren steeds leuker gaan vinden. Ik houd van het nadenken over strategieën om barrières zo laag mogelijk te houden; het een leerling makkelijk te maken iets ingewikkelds te doen. Vanuit mijn ervaring op basisscholen heb ik veel nieuw gereedschap in handen gekregen voor de pianolessen. Op scholen spelen kinderen met twee klankstaven, terwijl ze een liedje zingen – een hele zinvolle manier van muziek maken, terwijl er technisch niks aan is. Zo werk ik ook in de pianoles, pianospelen is heel ingewikkeld, maar je kan het versimpelen: een eenvoudige begeleiding spelen waar je een liedje bij zingt.’  

Beginners
‘Mijn lessen aan beginners zijn heel breed, met elementen uit de Kodály methode: we zingen, klappen, ik gebruik plaatjes en spelletjes met materialen – bijvoorbeeld een doek dat we met elkaar omhoog en omlaag bewegen met de muziek mee. En ik wacht met noten leren lezen – ik vraag leerlingen niet alleen te spelen wat ze zien, maar ook wat ze horen en wat ze voelen.’  

Gevorderden
'Bij leerlingen die verder zijn, beginnen we elk nieuw stuk met een zoekproces in de les, ik laat ze nooit zomaar thuis met iets beginnen. Ik speel het voor, en samen werken we op een muzikale manier aan de moeilijke dingen. Ik vraag bijvoorbeeld als ik voorspeel wanneer de melodie in de rechterhand overgaat naar de linkerhand. Of ik laat ze meeklappen en zeggen wanneer de maatsoort verandert. Dat zijn luisteropdrachten die leiden tot meer begrip van het stuk. Daar koppel ik in de les dan een oefenopdracht aan. Maar soms is het juist leuk voor gevorderde leerlingen om zelf uit te zoeken hoe ze een stuk moeten aanpakken. Dat was bij mij vroeger wel anders. Ik bereidde een stuk altijd alleen voor, ik nam het mee naar les en dan kwamen er rondjes om de plekken die niet goed waren. Voor mij was het nooit duidelijk waarom die rondjes er stonden.’ 

Oefenen
‘Mijn lessen zijn niet vrijblijvend, we werken hard, ook al is er thuis niks gebeurd. Maar ik verwacht wel dat ze zelf oefenen, herhalen wat we in de les gedaan hebben. Ik kan het oefenen niet afdwingen, dus ik probeer ze te verleiden. Ik geef stickers en laat ze muzieknootjes inkleuren bij de dagen van de week dat ze studeren, zodat ze wennen aan dingen “gewoon doen”. Ik hoop ook dat de ouders dat ondersteunen, leerlingen tot een jaar of 11, 12 kunnen dat zelf niet regelen. Bij de jongste kinderen moedig ik ouders aan spelletjes met hun kind te doen aan de piano.’ 

Repertoire
‘Ik zelf houd het meest van klassieke muziek, maar ik bied een breder repertoire aan. Jonge kinderen spelen van alles, liedjes en stukjes. En pubers zijn heel gevoelig voor wat bij hun stijl past, die mogen zelf kiezen. Maar dan vind ik het ‘niet erg’ als ze op een dag uitgekeken zijn op Einaudi en ik ze Chopin kan geven. Dan voelen ze wel dat dat veel geeft.’  

Geluksmomentjes…
‘Ik geniet erg van de samenspeelperiode, hoe leerlingen met elkaar muziek maken, dat sociale gedoe, terwijl ik een beetje op afstand sta. Hoe ze elkaar helpen en soms tot de orde roepen. “Wat voor tempo zullen we nemen?” Of een jongen die niet goed is voorbereid… en een meisje dat dan zegt: “Ik ga hem deze week elke dag appen!” Verantwoordelijkheid nemen, zonder dat ik er bovenop zit. 

Maar ik beleef ook geluksmomentjes die niets met muziek te maken hebben: een leerling die een leuke grap maakt, of me voor de gek houdt – ik trap er altijd in…’


Frits Kroese

‘Zo’n moment waarop alles bij elkaar komt’

Achtergrond 
• Frits Kroese studeerde piano aan het Utrechts Conservatorium, bij Polo de Haas en Ria Groot.
• Sinds 1987 geeft hij les bij Scholen in de Kunst.
• Frits is medeorganisator van de School voor Talent en begeleidt als pianist veel leerlingen uit deze groep.
• Hij speelt veel zelf en haalt daar inspiratie uit voor het lesgeven. Zo regelt hij graag uitdagingen voor zichzelf om voor een bepaalde tijd heel hard te moeten studeren.  

Als docent 
‘Wie heb ik voor me? Die vraag is mijn uitgangspunt bij het lesgeven. Het gaat mij om de persoon. En meteen volgt mijn belangstelling in de mens en zijn muziek. Die verbintenis wil ik optimaal maken. Ik wil dat mijn leerlingen zich leren uitdrukken in muziek. Met muziek zeg je het onzegbare, en dat wil je horen.’  

De les
‘Door samen te spelen en voor te spelen, kan een leerling gedrag en muzikaliteit kopiëren. Ik probeer zo min mogelijk te praten, want de essentie van muziek laat zich niet vangen in wat ik zeg. Ik geef veel ruimte, maar kan ook duwen-sjorren-trekken. Het is niet alleen aan de leerling te bepalen wat hij wil leren, dan zou mijn toegevoegde waarde gering zijn. Het is aan mij te zien wat er nog meer in zit, wat zou kunnen en iemand zo ver te krijgen dat hij zich daarvoor inspant. Als ik denk dat een leerling meer kan, vraag ik meer. Maar op alle niveaus geldt: wat is de rek die iemand aan kan? En natuurlijk voel ik me verantwoordelijk voor het plezier dat een leerling heeft in de les, dat is de kurk waar alles op drijft. Er is altijd wel wat te lachen of te kletsen. Het hoeft niet elke week alleen maar leuk te zijn, maar grosso modo moet iemand er blij van worden.’   

Spelen en studeren
‘Weinig kinderen oefenen uit zichzelf. Niet omdat zij het niet leuk vinden! Kinderen zijn veel te lekker bezig met andere dingen. Ouders moeten in de gaten houden dat hun kind voldoende achter de piano zit. Ik wil een leerling het verschil leren tussen spelen en studeren. Spelen is lekker onbekommerd alles van a-z doorwerken en studeren is het nadenken over het stuk en over wat je aan het doen bent. Hoe zorg ik dat het over een half uur beter is? Dat is het moeilijkste en dat probeer ik mee te geven in de les. Welke noten staan er precies, welke stukjes moet je herhalen? Ik leer ze te onderscheiden wat eenvoudig is en dan te kijken wat er overblijft. Een complex liedje kun je zo overzichtelijk maken. Dat is voor mij ook een continu leerproces, een stuk zo te vertalen, te ontleden dat de ander er mee verder kan. Een typische eigenschap van piano leren spelen is dat je een complexer notenbeeld moet verwerken dan bij een melodie-instrument. Kinderen die houden van die complexiteit kunnen dus echt hun intellectuele vaardigheden kwijt.’  

Repertoire
‘Leerlingen hebben een belangrijke stem in welke stukken ze spelen. Als ze namelijk iets graag willen, gaan er deuren open die anders gesloten blijven. Op de middelbare school probeer ik altijd stukken te geven waar je mee voor de dag kunt komen’. 

Geluksmomentjes…
‘Als iemand één is met de muziek. Zo’n moment waarop alles bij elkaar komt. De concentratie is optimaal, er zit niks in de weg. De muziek op dat moment op z’n mooist. Daar wil ik de ander brengen.’  


Hans van Ham

‘Als leerlingen genieten van wat ze zelf kunnen…’

Achtergrond
• Hans studeerde klassiek piano (docerend en uitvoerend musicus) aan het Conservatorium in Utrecht, bijvak lichte muziek en jazz.
• Hij geeft sinds 1992 les bij Scholen in de Kunst, aan kinderen en volwassenen.
• Als uitvoerend musicus speelt Hans vooral graag samen, in duo-bezetting of met grotere ensembles. Hij heeft veel affiniteit met 20e -eeuwse muziek en speelt vaak nieuw gecomponeerde stukken. Als middelbare scholier speelde hij ook in popbandjes, later in jazzcombo’s. 

Als docent
‘Speelplezier en de ervaring dat muziek maken de mooiste hobby is die er bestaat – dat wil ik mijn leerlingen bijbrengen! Hoe ik dat doe? Ik reik mijn leerlingen een zo breed mogelijk repertoire aan en probeer ze de vaardigheden bij te brengen om dat te kunnen spelen. Daarbij ben ik doelgericht en positief. Ik ben een allround docent door mijn ervaring met zowel klassieke muziek als pop- en jazzmuziek. Verder werk ik ook graag met talentvolle leerlingen. In de loop van de jaren zijn enkele leerlingen van mij uiteindelijk naar het conservatorium gegaan.’ 

Methode
‘Bij de jongsten begin ik met liedjes, zonder ze meteen noten te leren lezen. Door zingen, bewegen en klappen, krijgen de kinderen besef en gevoel voor toonhoogte, maat en ritme. Daarna lukt het spelen van de liedjes op de piano heel makkelijk. We gebruiken vaak het hele klavier, van laag tot hoog. Ook spelen we samen en al gauw spelen leerlingen ook met twee handen. 

Uiteraard kan een leerling ook direct beginnen met notenlezen. Ik kies per leerling de meest geschikte methode en vul die aan met losse (samenspel)stukken. Natuurlijk houd ik ook rekening met de voorkeur van de leerling, bijvoorbeeld in de keuze voor klassieke of lichte muziek.

Bij alle leerlingen besteed ik veel aandacht aan de ontwikkeling van motoriek en speeltechniek, met behulp van oefeningen en etudes. Dat vinden de meesten leuk om te doen!’

Samenspelen
‘Piano is een solistisch instrument en ik vind het belangrijk dat leerlingen daar af en toe even uitbreken door samen te spelen. Ik speel zelf veel met hen, maar regel ook projecten voor pianisten met elkaar of met andere instrumentalisten. Ze leren luisteren naar elkaar en verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen partij ten opzichte van de ander. Dat motiveert en natuurlijk is de gezelligheid ook stimulerend.’ 

Oefenen
‘Op les oefenen we eigenlijk zoals leerlingen dat thuis ook moeten doen, zodat ze merken hoe snel ze zichzelf iets eigen kunnen maken. We herhalen tot het lekker loopt en hebben aandacht voor maat en ritme, tempo en dynamiek. Veel aandacht gaat uit naar de muzikale afwerking. Bij de jongsten vraag ik vaak aan ouders om bij de les te zitten zodat ze zien wat de bedoeling is en ze daar thuis op terug kunnen komen. Om goed vooruit te gaan met pianospelen is regelmatig oefenen belangrijk. Een vaste oefentijd helpt daarbij.’  

Geluksmomenten
‘Ik ben blij als leerlingen oppakken wat ik ze aanreik; dat een oplossing werkt, waardoor een leerling ervaart dat het spelen beter of makkelijker gaat. Geweldig ook als je merkt dat een stuk echt aanspreekt. Dan raken leerlingen gemotiveerd en genieten ze van de muziek en van wat ze zelf kunnen.’ 

Links

Jasper Lekkerkerk

‘Met plezier gaat het leerproces 100 keer zo snel!’

Achtergrond
• Jasper studeerde piano op de jazzafdeling van het Conservatorium van Amsterdam. Hij haalde zijn bachelor en master en volgde daarbij lessen in New York aan de Manhattan School of Music.
• Hij geeft sinds 2002 les bij Scholen in de Kunst.
• Jasper heeft een uitgebreide uitvoeringspraktijk. Hij heeft wekelijks jazzsessies in Miles, hij speelt in een jazz octet en in een bigband en geeft concerten met diverse gitaristen. 

Als musicus
‘Ik ben zelf ooit begonnen bij Scholen in de Kunst, bij collega Hans van Ham, als klassiek pianist, maar ik merkte al snel dat veel andere muziek ook mijn interesse wekte. Het pianospelen ging lekker en ik zag mezelf er wel mee verdergaan, maar niet in een klassieke setting. Toen ben ik dus jazz gaan studeren. Ik treed veel op als jazzpianist en dat versterkt het lesgeven. Mijn leerlingen kan ik motiveren als ze naar mij komen luisteren en zo begrijpen wat ik doe.’  

Als docent
‘Het allerbelangrijkste wat ik mijn leerlingen bij wil brengen is plezier in muziek maken, lekker spelen! Hoe ik dat precies aanpak? Dat gaat bij mij vanzelf. Hopelijk straal ik zelf plezier uit en werkt dat aanstekelijk. Ik ben denk ik niet de allerstrengste docent, een bewuste keuze want ik wil de leerling het plezier niet afnemen door te veel kritiek. Muzikaal wil ik ze natuurlijk heel veel bijbrengen. En ik hoop dat leerlingen op een gegeven moment de muziek kunnen spelen en uitvoeren die ze willen, en dat ze daar trots op zijn.’  

De les
‘Ik heb leerlingen van alle leeftijden. Bij beginners zijn de lessen niet heel anders dan bij klassiek. We verkennen de piano of het keyboard, leren techniek en noten lezen. Improviseren is van begin af aan wel al onderdeel van de les, dat kan goed met jonge kinderen. Later gaan we echt richting lichte muziek en popmuziek, met akkoorden en begeleidingen. De keuze van de muziek hangt voor een groot deel af van de leerling, soms hebben kinderen een uitgesproken smaak. Maar ik geef leerlingen ook andere ideeën mee. Iedereen kan in een van de bandjes hier op school. Het is niet verplicht maar wel hartstikke leuk en leerzaam. Er wordt dan een aantal weken achter elkaar gerepeteerd met de Band. Leerlingen treden daarna op tijdens speciale bandjes-voorspeelavonden in het Eemhuis of in het Kadecafé. Ook in De Kelder, Café Miles en in De IJsbreker in Leusden zijn regelmatig uitvoeringen van bands en leerlingen die zangbegeleiding doen.’  

Oefenen
‘Als het even kan, moet je thuis wel oefenen, maar als het druk is met school doen we het wat rustiger aan. Hoewel de verantwoording voor het studeren bij de leerling ligt, spelen ouders bij jongere kinderen een belangrijke rol – even helpen herinneren en bijvoorbeeld een vaste oefentijd afspreken. In mijn les wil ik graag gemotiveerde leerlingen die hun aandacht erbij hebben. Is dat niet zo, dan bespreek ik dat – vaak zit er iets achter. Want het draait om plezier: als iemand iets leuk vindt gaat het leerproces 100 keer zo snel.’  

Geluksmomentjes…
‘Uitvoeringen vind ik altijd leuk. Als iemand heel blij is met een optreden, word ik ook blij. Maar als het bij een leerlingen even niet zo goed gaat, en ze balen – en als ik ze daar weer bovenop kan helpen, ben ik ook weer blij.’