Ontdek Slagwerk_kinderen_RS.jpg

Ontdek slagwerk, 5 - 6 jaar

Ontdek slagwerk is de leukste manier om kennis te maken met slagwerk en percussie. Aan de hand van liedjes, versjes en spelletjes leer je spelen op diverse slagwerkinstrumenten.

Voor de melodie gebruiken we xylofoon en marimba, voor het ritme vooral de djembé en soms zelfs het drumstel. Door zowel het melodisch als ritmisch spel te ontwikkelen, legt deze cursus een gedegen basis voor elk mogelijk vervolginstrument.

Docent Rombout Stoffers combineert kennis van slagwerk en werkwijzen uit methodes als PISO en Kodaly om een inspirerende instrumentale les voor het jonge kind te verzorgen. Regelmatig zal aansluitend aan de les een korte presentatie worden gehouden voor ouders en andere belangstellenden.

Aanbod > Ontdek slagwerk, 5 - 6 jaar

Docenten voor deze cursus

Rombout Stoffers

Rombout Stoffers

‘Rombout, ik heb nog geen high five gehad!’

Achtergrond
• Rombout studeerde klassiek slagwerk aan het Conservatorium van Amsterdam bij Victor Oskam en Nick Woud.
• Sinds 1996 is hij als slagwerk- en drumdocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Na een periode van remplaceren in de beroepsorkesten ontdekte Rombout zijn liefde voor het muziektheater. Sindsdien is hij naast slagwerker en drummer ook performer. Hij werkte mee aan tientallen producties, onder meer bij Het Filiaal en De Wereldband.

Als docent
‘Het gevoel dat ik op het podium heb, mijn enthousiasme, het prikkelende, dat wil ik overbrengen. Wat is podiumpresentatie? Hoe zorg je dat je de muziek die jij op je kamertje oefent, naar buiten brengt. Als slagwerker heb je een heel fysiek instrument, het heeft iets “oers” - het zit in je lichaam en het is aan mij om het knopje te vinden om het eruit te krijgen. Als dat lukt, dan blijven leerlingen jaren bij me! Ik geef heel veel energie en kan keihard “Te gek!” roepen als we iets lekker samenspelen. Soms schrikken leerlingen van mijn enthousiasme, dan moet ik even zeggen: “Ik bedoel: dat hebben we mooi gedaan.” 

De les
‘Kinderen beginnen met slagwerk meestal heel breed. Met xylofoon, marimba, een keer pauken. Maar ook drummen. Bij slagwerk gaat het een groot deel over het aanleren van specifieke motoriek - als je die hebt, ben je al op de helft, daarna gaat het eigenlijk pas over muziek maken. Of kinderen meteen leren noten lezen, is helemaal afhankelijk van de leerling. Sommigen zijn er snel aan toe, met anderen werk ik lang auditief. Het voordeel van noten lezen is dat ik in de les goed kan aangeven wat een kind in de week thuis kan doen.’ 

Inspireren
‘Ik laat mijn leerlingen naar mijn voorstellingen gaan en ik kom af en toe bij hen thuis. Om hun instrumentarium te zien. Ik kan niet zoals een dwarsfluitdocent even het instrument bekijken op les. Kinderen vinden het geweldig, het werkt heel inspirerend. En het is nuttig, ik vind verklaringen voor manieren van spelen en kan dan weer goede adviezen geven.’  

Motiveren
‘Door aan te sluiten bij wat leerlingen willen, probeer ik te motiveren, maar zeker met sturing van mijzelf. Ik wil dat ze vorderingen maken en daarvoor moet ik creatief zijn: huidige leerlingen geloven niet meer in braaf lesjes op volgorde thuis afwerken. Nu doe ik bijvoorbeeld een challenge: achter het drumstel, vier tonen slaan en er dan één weg laten – daar een voet voor in de plaats. Dat vinden ze te gek, dan gaan ze oefenen met metronoom: “Yes Rombout, ik kan het nóg sneller!” Of ik laat ze dingen zelf uitzoeken, op internet. Afwisseling, dat is belangrijk.’  

Oefenen
‘Huiswerk, dat is soms schipperen. Ik houd wel rekening met rustige en drukke tijden en we werken drie keer per jaar naar een voorspeelmoment. Maar het is niet altijd makkelijk, in je eentje achter dat instrument, geconfronteerd met je eigen onkunde. Ik leer ze kleine stapjes nemen en: “Nee, niet meteen, hop, een nummer meespelen met YouTube, maar eerst: lang-zaam!” Ouders spelen hierbij ook een rol. Ik mail het huiswerk, bij oudere leerlingen de ouders in de cc. Met soms subtiel: het zou fijn zijn als je deze week wél studeert. Ik vraag of ouders regelmatig tijd willen maken om te helpen. Niet corrigeren, maar ernaast zitten en roepen: “Oh, wat leuk!” Zelfvertrouwen geven.’   

Geluksmomentjes…
‘Als ik een leerling met een big smile het lokaal zie verlaten, terwijl hij niet happy binnenkwam met: “Ik heb deze week niet geoefend”. Of - aan het begin en eind van de les wil ik altijd een high five, een kind loopt naar buiten, maar draait zich om en komt terug: “Ik heb nog geen high five gehad…” Het kleine geluk, dat is het.’