Kunstclub, 6 - 12 jaar

Kunstclub, 6 - 12 jaar

De Kunstclub, daar wil je bij horen! In uitdagende opdrachten leer je je ideeën in klei, verf, hout, karton en allerlei andere materialen uit te voeren. Zo wordt je fantasie werkelijkheid in een echt kunstwerk.


Je leert timmeren, boetseren en schilderen. Een opdracht kan in één les klaar zijn, maar meestal werk je er langer aan. Omdat ieder op zijn eigen manier aan de opdrachten werkt, kun je ook veel van elkaar leren.

Natuurlijk exposeer je je eigen werk aan het einde van het cursusjaar op onze grote Kinderkunsttentoonstelling!

Aanbod > Kunstclub, 6 - 12 jaar

Docenten voor deze cursus

Marijke Schurink

Dorette Giling

Judith Hofstee

Theo van Delft

Marijke Schurink

‘Ik laat graag dingen ontstaan’

Achtergrond 
• Marijke studeerde aan de Hoge School voor de Kunsten in Utrecht.
• Ze heeft al 25 jaar een beeldende kunst praktijk en werkt graag in opdracht.
• Sinds 2007 geeft Marijke les op Scholen in de Kunst, ze begeleidt het Textielatelier voor volwassenen en geeft kinderen les in beeldende vorming. Ook geeft ze lessen op basisscholen in Amersfoort.

Als docent
‘Ik werk sterk vanuit mijn eigen belevingswereld en mijn blikveld als kunstenaar. Dat inspireert me bij het opzetten van de lessen. Lesgeven en kunst maken vloeien in elkaar over. Heb ik net wat leuks ontdekt met fotografie, dan wil ik daar ook iets mee in mijn kindergroep. En als ik onderweg naar de les jonge eendjes zie zwemmen, denk ik: ‘Hé laten we dieren met hun jongen gaan kleien!’ Ik laat me dus graag door allerlei dingen verrassen en dat neem ik mee naar de les.’

De les
‘Het allerbelangrijkst vind ik dat de kinderen plezier hebben in iets maken, dat ze ontdekken dat ze dat kunnen. Ik heb geen strak jaarprogramma, maar wel een aantal elementen die ik in de cursus aan bod laat komen: werken in plat vlak, ruimtelijk werken, ik bied verschillende materialen aan, we werken aan de hand van een thema, een kunstenaar, of een stroming in de kunst. Ik ga ook altijd met ze naar een museum en we maken een kunstwandeling door Amersfoort, langs alle buiten kunstwerken. Maar alles is flexibel en we doen ook dingen op verzoek. Nu tekenen we bijvoorbeeld stripverhalen.’

Verder helpen
‘Om de kinderen enthousiast te maken, laat ik voorbeelden zien en vertel ik graag over kunstenaars, soms met boeken of filmpjes. Of ik verbind een opdracht aan de natuur: dan neem ik een mooie tak mee ter inspiratie. Om ze verder te helpen, doe ik soms wat voor, ik geef tips, en ik gebruik de kunstboeken uit de kast. Bij technische dingen gaat het vaak over uitgangspunten van voor-achter, groot-klein, hoe gebruik je dat soort beeldende principes? Maar over het algemeen laat ik de kinderen heel vrij, ik geef de richting aan van tevoren, maar ik laat graag dingen ontstaan. Misschien stuur ik ze soms wel een beetje het bos in.’

Geluksmomentjes…
‘Als ze plezier hebben, of als kinderen zelf heel tevreden met iets naar huis gaan. Maar, toch ook als er echt mooie dingen gemaakt worden. Dat ik zelf verrast word en denk: ‘Oh dat is mooi gedaan!’ Een keer had ik zonnebloemen mee en zijn ze die gaan schilderen, daar zaten zulke mooie schilderijen bij, dat vind ik dan wel kicken!’


Dorette Giling

Judith Hofstee

‘Buiten de gebaande paden’

Achtergrond 
• Judith studeerde gezondheidswetenschappen aan de universiteit Nijmegen. Na een loopbaan als ARBO-adviseur liet zij zich omscholen tot docent creatieve handvaardigheid.
• Met een extra opleiding tot Felt Artist heeft zij zich gespecialiseerd als viltkunstenaar.
• In 2009 is Judith als docent begonnen bij Scholen in de Kunst.
• Behalve haar groepslessen in het ICOON, geeft Judith vanuit Scholen in de Kunst beeldende lessen op basisscholen in Amersfoort en Leusden.
• Als zelfstandige geeft zij workshops wolvilten, bijvoorbeeld in de vakanties bij de schaapskooi Ermelo.  

Als docent 
‘Het liefst volg ik de creativiteit van de leerlingen, zonder veel te sturen. Dat gaat makkelijker als ze ouder zijn, bij de kleinsten ben ik meer een juf. Het allerbelangrijkste vind ik dat ze gaan ontdekken, uitproberen en durven experimenteren. Dat stimuleer ik door ze hun werk net anders te laten doen dan ze gewend zijn. Met een goede opdracht zorg ik dat ze niet anders kunnen dan hun fantasie gebruiken. Ze moeten bijvoorbeeld een omgeving verzinnen voor een dier dat ze gemaakt hebben. Dan is het makkelijk voor ze om die te gaan schilderen, maar ik vraag ze juist om met ander materiaal te werken. Of ik vraag ze één enkele kleur om het dier heen te schilderen, in plaats van het bekende huisje, zonnetje, boompje. Zo komen ze tot iets eigens, voorbij het vanzelfsprekende. Daar ligt mijn meerwaarde als juf, daardoor wordt het kunstzinnig.’  

De les 
‘Mooi vind ik de uitspraak van Picasso: “Ieder kind is een kunstenaar. De moeilijkheid is er een te blijven als je groot wordt.” Eigenlijk blijf je als kunstenaar altijd spelen, dus plezier in de les staat voor mij voorop. Een uitgangspunt voor een les kan een kunstenaar, een techniek of een thema zijn. We hebben daar eerst een gesprekje over, soms met voorbeelden uit de kunstgeschiedenis, of uit de buurt. Dan beginnen ze met een ontwerp. Een thema kan zijn zelfportret en dan maken we in een paar weken een portret van hout, van klei en bijvoorbeeld een portret zoals Picasso dat zou doen.’  

Verder helpen en uitdagen 
‘Ik probeer mijn leerlingen te laten ervaren dat alles kan in kunst, het hoeft niet realistisch te zijn, het kan ook gaan om de suggestie. Iets met vier poten en een staart zal iedereen herkennen als dier, zonder dat het lijkt. Zo help ik ze over een drempel. Uitdagen doe ik door ze meerdere soorten materialen te laten gebruiken en door ze te stimuleren iets echt af te maken, of te blijven proberen tot het wel lukt.’ 

Geluksmomentjes... 
‘Ik geniet het meest als kinderen zelf iets ontdekken wat buiten de gebaande paden gaat. Als ik dat maar een heel klein beetje zie, dan denk ik “gaaf!”  


Theo van Delft

‘Alleen het vonkje geven’

Achtergrond
• Theo volgde zijn opleiding aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.
• Sinds 2006 is hij docent bij Scholen in de Kunst en geeft hij veel verschillende cursussen: digitale en audiovisuele kunst, fotografie en 3D printen, maar ook ateliers waarin hij teruggaat naar zijn wortels: waarin hij zijn liefde voor beeldhouwen kan uitleven.
• Vanuit Scholen in de Kunst geeft hij les in het basis en voortgezet onderwijs.
• Theo geeft ook losse workshops fotografie, video of digitale kunst, hij was onder meer workshopleider voor Kunstcentraal, Cinekids en Het Rijksmuseum.
• Als beeldend kunstenaar maakt hij vrij werk en werk in opdracht vanuit zijn atelier in Amersfoort.

Als kunstenaar
‘Mijn motto als kunstenaar is: “Ik maak dus ik besta en ik besta dus ik maak.” Leven is voor mij dingen maken, dat zit in iedere cel van mijn wezen. Kunst is iets dat gemaakt wil worden. Daar zoek ik dan bij wat nodig is, schilderen, fotografie, beeldhouwen – dus niet per se vanuit één discipline. Als ik iets niet kan, ga ik het leren.’

Als docent
‘Reisleider op ontdekking, dat hoop ik te zijn voor mijn cursisten. Ik wil ze het onbevangen plezier meegeven van iets maken en ontdekken. En hen te laten ervaren hoe ‘bestaan’ en ‘iets creëren’ met elkaar verbonden zijn, ongeacht vanuit welke beeldende vorm. Volgens mij neem ik mensen mee in mijn enthousiasme. Maar mijn taak is vooral een situatie te scheppen waarin mensen zelf ontdekken wat ze willen maken. Als daar techniek voor nodig is, ga ik die aanleren, zoekend naar manieren waarop ik de eigen vaardigheden kan ondersteunen. Mensen op hun eigen kracht aanspreken, zodat ze voelen: ik ben het die iets maakt. Kinderen probeer ik vooral veiligheid te bieden, te zorgen dat ze niet bang zijn iets fout te doen, dat ze ervaren dat het normaal is dat je iets nog niet precies weet.’

De les
‘We werken zowel met korte opdrachten als aan langer lopende projecten. Aan het begin van de les probeer ik de cursisten met een opdracht te activeren. Bijvoorbeeld bij fotografie: verzamel kleuren – dan is iedereen meteen bezig met ontdekken. Daarna gaan we kijken wat we met die beelden kunnen doen, ik geef wat theorie en laat ze nadenken over wat ze willen vertellen: waarom doe ik dit? Dan volgt de fase van onderzoeken; alle kanten op gaan, om uiteindelijk alles te trechteren naar één werk, één project. Ter inspiratie probeer ik kunst en de ‘grote wereld’ mijn les binnen te halen. Ik laat dingen zien, neem iets mee, of ik vertel wat ik gezien of gehoord heb, om een ander perspectief binnen te krijgen.’

Sfeer
‘De sfeer in mijn groepen is open, speels en avontuurlijk. Er wordt veel uitgewisseld en samengewerkt. Bij de jongeren is gezelligheid, saamhorigheid belangrijk – typisch voor tieners, ze blíjven maar kletsen. Ik ben natuurlijk een essentieel onderdeel; ik schep kaders en veiligheid en zorg dat er nieuwe dingen gebeuren, maar ze komen echt voor elkaar. Bij de jongere kinderen is ook ruimte voor wat rennen, duwen en trekken, afhankelijk van waar we mee bezig zijn. Ik maak echt onderscheid in momenten van interactie met elkaar en momenten van geconcentreerd met je eigen werk bezig zijn. Een filmpje met bijvoorbeeld het thema achtervolgen leent zich natuurlijk voor vrolijk gezamenlijk exploreren!’

Geluksmomentjes…
‘Als ik cursisten verleid buiten hun comfortzone te gaan en als ze ervaren dat het iets oplevert om dat ‘enge gebied’ te verkennen. Dat zijn juweeltjes. Of als ik een onderwerp bedenk en de groep komt zelf met ideeën en gaat los, nog voordat ik ze werkvormen voorleg. Door de sfeer die gegroeid is, kunnen ze soms zonder expliciete spelregels, vanuit hun natuurlijke energie gezamenlijk tot iets nieuws komen. Dan ben ik bijna overbodig en hoef ik alleen een vonkje te geven. Daar gaat het uiteindelijk om.’