Juniorenorkest, 8 - 12 jaar

Juniorenorkest, 8 - 12 jaar

Speel jij een instrument en ben je tussen de 8 en 12 jaar? Kom dan meespelen bij ons juniorenorkest en ervaar hoe leuk het is om samen muziek te maken.

Het Juniorenorkest van Scholen in de Kunst bestaat uit ongeveer 65 kinderen in de leeftijd van 8 tot 12. In dit orkest voor de jongste instrumentalisten, wordt op meeslepende muziek het samenspelen aangeleerd.

De blazers en de strijkers repeteren eerst apart en daarna samen. Eén keer per jaar is er een speciale studiedag, een gezellige middag op zaterdag. Het orkest treedt ongeveer drie keer per jaar op. De dirigent van het orkest is Tom Tulen, de assistent-dirigent is Stieneke Nagel.

Als je muziekles volgt bij Scholen in de Kunst, mag je gratis deelnemen aan het orkest. Als je geen les bij ons volgt, ben je ook van harte welkom, maar dan betaal je voor deelname. Er wordt natuurlijk gekeken naar welke instrumenten in het Juniorenorkest passen. Plaatsing in het orkest gaat daarom in overleg met je docent.

Na het Juniorenorkest kun je doorstromen naar het Jeugdorkest en uiteindelijk naar het Symfonieorkest. Een mooi begin van je muziekcarrière!

Aanbod > Juniorenorkest, 8 - 12 jaar

Docenten voor deze cursus

Stieneke Nagel

Josien van Mens

Tom Tulen

Stieneke Nagel

‘Dat was mooi hè! Nog een keer?!’

Achtergrond
• Stieneke kwam als 15-jarige in de jong talentklas van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Qui van Woerdekom.
• Vanaf 2001 begon ze haar Bachelor aan hetzelfde Conservatorium bij Jaring Walta en Peter Brunt. Tijdens haar master aan het Conservatorium in Utrecht bij Joyce Tan specialiseerde ze zich in de vioolmethodiek.
• Stieneke nam deel aan de methodiekklas in de dvd-serie ‘Vioolmethodiek’ die Qui van Woerdekom maakte in opdracht van het KC Den Haag .
• Vanaf 2007 is ze verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Naast het geven van de individuele lessen begeleidt Stieneke samen met Tom Tulen en Josien van Mens het Juniorenorkest van Scholen in de Kunst. 

Als docent
‘Lesgeven vind ik heel erg leuk. Toen ik na mijn afstuderen in orkesten speelde, keek ik vaak naar de violisten om me heen. Dan bedacht ik voor wie welke oefening geschikt zou zijn. Spelen is ook heerlijk, en belangrijk om te blijven doen, zodat ik blijf ervaren wat ik aan mijn leerlingen overdraag. Voor mij is het veel waard dat ik met kinderen mag werken, hen kan onderwijzen.’  

Ik wil mijn leerlingen natuurlijk de liefde voor de viool bijbrengen, maar ik zie het ook als mijn taak om ze te enthousiasmeren voor klassieke muziek in het algemeen. Ook wil ik ze graag meegeven hoe waanzinnig leuk het is om samen te spelen, in een orkest, in kamermuziekverband of samen in de les. Als ze dat in hun hart sluiten, dan blijft muziek voor altijd bij hen.

Daarnaast leren ze nog zoveel meer: oefenen en doorzetten in een tijd van appjes sturen en hup, meteen resultaat hebben. Het besef dat je soms eindeloos moet herhalen voordat je iets bereikt, maar dan ook verrast kunt worden door het resultaat. Dan laat ik ze iets spelen dat ze even geleden heel moeilijk vonden: “Weet je nog...? En kijk eens hoe makkelijk het nu gaat!” Ze zullen altijd iets hebben aan dat bewustzijn.

De lessen zijn vrolijk en gezellig en ik probeer mijn enthousiasme zo goed mogelijk over te brengen op de leerlingen. Waar nodig ben ik strikt en wijs ik leerlingen op de afspraken. Viool leren spelen vereist namelijk discipline en het is van belang dat meteen de juiste techniek wordt geleerd. Soms is het dan nodig om te zeggen: die hand moet gewoon zo, dit loopje studeer je op deze manier en wat in het schriftje staat, doe je gewoon – klaar. Dat klinkt misschien streng, maar volgens de kinderen is het vooral duidelijk.’

Methode
‘Toen ik als 15-jarige bij vioolpedagoog Qui van Woerdekom mijn lessen vervolgde, viel er nog heel veel te leren. Bij hem ontwikkelde ik heel bewust een goede basistechniek. Later leerde ik die bij Joyce Tan steeds meer toepassen in dienst van de muziek. Deze basis wil ik de kinderen ook meegeven: met de juiste techniek de vertaling maken naar de muziek. Als mijn leerlingen sterker of zachter willen spelen, weten ze wat ze moeten doen met hun streek. Als ze willen vibreren kunnen ze meer dan alleen een beetje ‘wiebelen’.’ 

Groepsles | Individuele les
‘In het eerste jaar hebben de kinderen elke week zowel groepsles als individuele les. In de groeples leren we de kinderen muziek maken vanuit het innerlijk gehoor: we spelen niet alleen viool, we zingen, we bewegen, we doen technische oefeningetjes, spelletjes en we leren noten lezen. Tijdens de individuele les werken we dat verder uit naar de behoefte van het kind. Na het eerste jaar zijn er veel mogelijkheden om op steeds hoger niveau door te gaan met samenspelen. Dat is echt de meerwaarde van Scholen in de Kunst. Alle kinderen mogen vanaf het eerste jaar in het Juniorenorkest spelen en stromen daarna door naar het volgende orkest. Alles binnen één school, dat is echt uniek. Voor mijzelf is ook de samenwerking met collega’s belangrijk: het regelen van samenspelen, elkaar scherp houden en geïnspireerd raken door elkaar.’  

Studeren
‘De motivatie voor vioolspelen komt uit het kind en samen met ouders haak ik daarop in. Ik probeer in de les genoeg mooie momenten te creëren waarop kinderen voelen dat ze iets leren waar ze thuis mee aan de slag willen en kunnen. Ik zoek materiaal dat bij hen past en dat voor hen leuk is om mij na een week weer te laten horen. Ook leer ik ze zelfstandig studeren. Voor thuis kunnen ouders zoeken welke benadering bij hun kind past: bij sommige kinderen werkt het als ouders zeggen: “Ik ga nu koken, werken, of stofzuigen, dan ga jij vioolspelen en doen we daarna samen gezellig boodschappen.” Anderen vinden het juist fijn als je met een kop thee naast ze gaat zitten.’ 

Geluksmomentjes…
‘Als ik samenspeel met een leerling en we ineens echt muzikale zinnen kunnen maken – dat de leerling mij dan aankijkt en zegt: “Dat was mooi hè! Nog een keer?!” Of, aan het eind van elk jaar, als de eerstejaars met z’n allen ‘solospelen’, met het Juniorenorkest. Dan staan ze daar op een rijtje zo ontzettend hun best te doen, in mooie jurkjes en jasjes, en dan spelen ze drie complete liedjes. Na afloop allemaal hyper. Als ik dan terugdenk aan hun eerste les, toen ze niet wisten hoe de viool op hun schouder moest… Dan voel ik me bevoorrecht dat ik kinderen zo’n mooie ervaring mee kan geven.’ 

Josien van Mens

'Regelmatig ben ik echt ontroerd’

Achtergrond
• Josien studeerde dwarsfluit bij Eugenie van der Grinten en behaalde in 1994 haar diploma docerend musicus.
• Als fluitiste speelde zij in het Nederlands Fluitorkest en in verschillende kamermuziekensembles.
• Vanaf 1998 geeft zij les op Scholen in de Kunst.
• Josien volgde de Suzuki opleiding: leren lesgeven volgens een auditieve speelse methode.
• In 2012 behaalde ze haar Pabodiploma.
• Vanuit Scholen in de Kunst geeft ze muzieklessen op basisscholen in Amersfoort.
• Josien is verantwoordelijk voor de organisatie en de blazersrepetities van het Juniorenorkest.

Als docent
‘Om te beginnen probeer ik kinderen op hun gemak te stellen, wil ik graag weten hoe het met ze gaat en een gezellige sfeer creëren. En van nature ben ik heel geduldig. Van daaruit zoek ik aansluiting bij de leerling en probeer ik de ingang te vinden om de leerling thuis aan de slag te krijgen. Dat werkt bij iedereen anders. Ik vind het heel bijzonder om op deze manier een band op te bouwen met mijn leerlingen en muzikaal dingen met elkaar te beleven.’

De les
‘Meestal werk ik met beginners helemaal auditief, zonder noten. Ik heb de Suzuki opleiding gedaan en die integreer ik in mijn les. De leerling luistert eerst en probeert dan uit te vogelen hoe hij het na kan spelen. We doen spelletjes, waarbij we luisteren en zingen. Dat werkt goed. Als kinderen meteen noten moet leren lezen, naast alle vaardigheden die nodig zijn voor het instrument, lukt echt luisteren vaak niet meer. Deze manier van spelen is ook een groot voordeel voor kinderen die bijvoorbeeld heel muzikaal zijn maar tegelijkertijd dyslectisch. Uit het hoofd spelen blijft een onderdeel van mijn les, ook als we na een jaar met bladmuziek werken.’

Oefenen
‘Bij jonge kinderen is de inzet van ouders belangrijk, oefenmomenten inplannen, stimuleren op een positieve manier. Met de keuze voor repertoire probeer ik aan te sluiten bij de wensen van de leerlingen, vooral bij de pubers. Ik speel zelf piano, dus ik begeleid ze graag om het zo leuk en compleet mogelijk te maken. Maar ik wil wel dat ze studeren. Liefst minimaal 4-5 keer per week. Ik zorg dat mijn leerlingen goed weten wat ze moeten studeren. Nieuwe stukken behandel ik in de les zodat ze weten hoe ze het moeten aanpakken. Ik stimuleer ook dat leerlingen gaan samenspelen. Dat motiveert meestal enorm ten opzichte van het geïsoleerd studeren.’

Geluksmomentjes…
‘Regelmatig ben ik echt ontroerd. Als ik een leerling bijvoorbeeld op de piano begeleid en het gevoel heb dat we echt samenspelen. Daar geniet ik enorm van!’


Tom Tulen

‘Het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes’

Achtergrond 
• In 1975, meteen na zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium De Haag, begon Tom Tulen als fluitleraar op de Muziekschool in Amersfoort, nu Scholen in de Kunst.  
• Tom speelt naast dwarsfluit ook traverso en hij dirigeert mede het Jeugdorkest en het Symfonieorkest van Scholen in de Kunst. En als enige dirigent, maar samen met collega’s Stieneke Nagel en Josien van Mens, leidt hij het jongste orkest van Scholen in de Kunst, het Juniorenorkest. 
• Als mede ontwikkelaar en marketeer zet Tom zich in voor het product LefreQue, een klankbrug, die zorgt voor speelgemak en zuiverheid bij blaasinstrumenten. Online: www.lefreque.nl. 
• Tom geeft hifi-advies en maakt opnames voor cd. 

Als musicus 
‘Waarom ging ik juist dwarsfluit spelen op mijn achtste? Geen idee. Ik herinner me alleen dat ik de keuze maakte tijdens een instrumentenparade, leerlingen die langsliepen met hun instrument. Ik ben wel echt een blazer, dat past bij je of niet. Het is als zingen, ademen, ik kan niet zingen maar dat lijkt me het mooiste wat er is.’ 

Als docent 
‘Ik ben doelgericht, maar de weg is het doel, het resultaat is relatief. Ik ben denk ik niet streng, ik houd van grappen en zoek naar een veilige sfeer waarin leerlingen hun ruimte durven nemen en ervaren dat er niks aan de hand is. Maar, geen gerommel! Ik heb geen geduld voor kinderen die niks doen, niet studeren of niet geïnteresseerd zijn. Ik wil wel iets kwijt, maar ga mezelf niet opdringen. Ik houd niet van sterke hiërarchie in de les. En het is leuk als leerlingen mooi gaan spelen, maar het contact met hen vind ik veel leuker. Kinderen groot zien worden, het zo inrichten dat er iets bijzonders tevoorschijn komt.’ 

De les 
‘Mijn les heeft geen specifieke opbouw, die wordt ingekleurd door de leerling. Kinderen kunnen een les vaak goed vormgeven. Volwassenen moet ik vaker sturen. Een onderdeel van de les is de voorbereiding op samenspel en orkestrepetities. Mijn leerlingen mogen alles spelen wat niet te moeilijk is, alles wat aangenaam is. Liedjes met vorm, kop en staart, vraag en antwoord. Musicalliedjes met leuke begeleiding van cd. Alles wat nodig is om het repertoire van later voor te bereiden.’  

Studeren  
‘Ouders zijn hierbij belangrijk en moeten niet onzeker zijn. Soms dwingend zeggen dat er gestudeerd moet worden. Niet in de mode, maar wel belangrijk. Een kind heeft geen overzicht, geen idee van tijd, geen idee van doel. Je hoeft bovendien geen verstand te hebben van muziek. Veel kinderen kunnen snel zelf leren studeren. Het gaat om het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes. Elke minuut een overwinninkje herkennen, dan begin je het te snappen.’  

Geluksmomentjes… 
‘Die zijn er zo vaak! Een leerling bijvoorbeeld die ineens doorkrijgt wat een geluksgevoel het geeft als iets lukt’