Jeugdorkest, 10 - 14 jaar

Jeugdorkest, 10 - 14 jaar

Heb je al een aantal jaar muziekles en lijkt het je leuk om in een groot orkest te spelen? Dan is ons jeugdorkest misschien iets voor jou.


Het Jeugdorkest van scholen in de kunst bestaat uit ongeveer 75 kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar. Het heeft een echte symfonische bezetting, dus je treft ook fagotten en contrabassen in dit orkest aan.


Het orkest speelt naast klassieke muziek ook veel filmmuziek en af en toe echte swing. Vaak oefenen strijkers, blazers en slagwerk eerst apart. Na de pauze speelt het hele orkest dan samen. Onze docenten Jan Schoonenberg en Tom Tulen zijn de dirigenten.


Als je muziekles volgt bij Scholen in de Kunst, mag je gratis deelnemen aan het orkest. Als je geen les bij ons volgt, ben je ook van harte welkom, maar dan betaal je voor deelname. Er wordt natuurlijk gekeken naar welke instrumenten in het orkest passen. Plaatsing in het orkest gaat in overleg met je docent.


Na het Jeugdorkest kun je doorstromen naar het Symfonieorkest. Een mooi vervolg van je muziekcarrière!


Aanbod > Jeugdorkest, 10 - 14 jaar

Docenten voor deze cursus

Jan Schoonenberg

Tom Tulen

Jan Schoonenberg

Tom Tulen

‘Het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes’

Achtergrond 
• In 1975, meteen na zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium De Haag, begon Tom Tulen als fluitleraar op de Muziekschool in Amersfoort, nu Scholen in de Kunst.  
• Tom speelt naast dwarsfluit ook traverso en hij dirigeert mede het Jeugdorkest en het Symfonieorkest van Scholen in de Kunst. En als enige dirigent, maar samen met collega’s Stieneke Nagel en Josien van Mens, leidt hij het jongste orkest van Scholen in de Kunst, het Juniorenorkest. 
• Als mede ontwikkelaar en marketeer zet Tom zich in voor het product LefreQue, een klankbrug, die zorgt voor speelgemak en zuiverheid bij blaasinstrumenten. Online: www.lefreque.nl. 
• Tom geeft hifi-advies en maakt opnames voor cd. 

Als musicus 
‘Waarom ging ik juist dwarsfluit spelen op mijn achtste? Geen idee. Ik herinner me alleen dat ik de keuze maakte tijdens een instrumentenparade, leerlingen die langsliepen met hun instrument. Ik ben wel echt een blazer, dat past bij je of niet. Het is als zingen, ademen, ik kan niet zingen maar dat lijkt me het mooiste wat er is.’ 

Als docent 
‘Ik ben doelgericht, maar de weg is het doel, het resultaat is relatief. Ik ben denk ik niet streng, ik houd van grappen en zoek naar een veilige sfeer waarin leerlingen hun ruimte durven nemen en ervaren dat er niks aan de hand is. Maar, geen gerommel! Ik heb geen geduld voor kinderen die niks doen, niet studeren of niet geïnteresseerd zijn. Ik wil wel iets kwijt, maar ga mezelf niet opdringen. Ik houd niet van sterke hiërarchie in de les. En het is leuk als leerlingen mooi gaan spelen, maar het contact met hen vind ik veel leuker. Kinderen groot zien worden, het zo inrichten dat er iets bijzonders tevoorschijn komt.’ 

De les 
‘Mijn les heeft geen specifieke opbouw, die wordt ingekleurd door de leerling. Kinderen kunnen een les vaak goed vormgeven. Volwassenen moet ik vaker sturen. Een onderdeel van de les is de voorbereiding op samenspel en orkestrepetities. Mijn leerlingen mogen alles spelen wat niet te moeilijk is, alles wat aangenaam is. Liedjes met vorm, kop en staart, vraag en antwoord. Musicalliedjes met leuke begeleiding van cd. Alles wat nodig is om het repertoire van later voor te bereiden.’  

Studeren  
‘Ouders zijn hierbij belangrijk en moeten niet onzeker zijn. Soms dwingend zeggen dat er gestudeerd moet worden. Niet in de mode, maar wel belangrijk. Een kind heeft geen overzicht, geen idee van tijd, geen idee van doel. Je hoeft bovendien geen verstand te hebben van muziek. Veel kinderen kunnen snel zelf leren studeren. Het gaat om het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes. Elke minuut een overwinninkje herkennen, dan begin je het te snappen.’  

Geluksmomentjes… 
‘Die zijn er zo vaak! Een leerling bijvoorbeeld die ineens doorkrijgt wat een geluksgevoel het geeft als iets lukt’