Improvisatietheater, niveau 2

Improvisatietheater, niveau 2

Deze korte cursus improvisatietheater is bedoeld voor mensen die al ervaring met improviseren hebben. Hier wordt je nog meer uitgedaagd! 


Wat is er nodig om in korte tijd een krachtig verhaal neer te zetten, zonder dat je weet wat het begin, midden of einde is? In zekere zin ben je bij improvisatietheater speler, regisseur en schrijver ineen. Deze drie elementen geven je als speler de mogelijkheid om in een korte tijd een krachtig verhaal te improviseren. Er wordt gewerkt met elementen uit de theatersport, maar het accent ligt op de verdieping van het verhaal en op realistisch spel.


Aanbod > Improvisatietheater, niveau 2

Docenten voor deze cursus

Angelique Severs

Margreet Derks

Lisette Mallee

Angelique Severs

‘Vol zelfvertrouwen op het podium’

Achtergrond
• Angelique studeerde aan de dansacademie en heeft als uitvoerend danseres veel in jazz- en showdans op televisie gewerkt. Ze gaf dans en aerobicslessen op sportscholen.
• In Amsterdam rondde ze in 2002 de theaterschool af, waarna ze in Bilthoven als dramadocent een theaterschool opzette.
• Sinds 2010 is Angelique theater- en musicaldocent bij Scholen in de Kunst, ze geeft cursussen voor kinderen, jongeren en volwassenen.
• Daarnaast speelt ze zelf en regisseert ze muziektheaterproducties.


Als docent
‘Volgens mij ben ik wel een strenge maar grappige docent, ik houd van discipline. Maar, tegelijkertijd is er alle ruimte voor plezier! Ik ben zelf bewegelijk en enthousiast, dat helpt mensen meenemen. En ik daag mijn leerlingen graag uit, zodat iedereen individueel– vaak ongemerkt - vooruitgaat. Vanuit plezier en ontspanning en tegelijkertijd door hard te werken en veel te spelen. Ik zie dat heel concreet voor me, bijvoorbeeld: aan het begin van het jaar komt een kind voorzichtig binnen, met een klein stemmetje. Aan het einde van de cursus wil ik die vol zelfvertrouwen op het podium hebben!’

De les
‘We beginnen met een warming up, altijd bewegen en concentreren. Losmaken, dat kan met de stem, of aan de hand van bewegen, met of zonder tekst. Dan doen we speloefeningen als voorbereiding voor de kern van die les. Verder hangt de invulling van de les af van de periode van het jaar. Ik geef veel aanwijzingen, heb oog voor persoonlijke verbeterpunten en ben duidelijk in waarom we bepaalde oefeningen doen.’


Het cursusjaar
‘Alle theaterdocenten van Scholen in de Kunst werken met een leerlijn verdeeld in periodes:
- De eerste periode gaat om kennismaken, veiligheid, loskomen en fantaseren.
- De tweede is meer technisch. We leren hoe een scène is opgebouwd, hoe ziet het begin, midden en eind eruit? We leren het wie, wat, waar, wanneer en waarom. Dat geeft leerlingen het stramien voor improvisatie, zelf maken. De kinderen en jongeren geven voor de kerstvakantie een presentatie in het lokaal.
- In de derde periode komt de passie van de docent tot uitdrukking. Je kijkt waar de groep behoefte aan heeft en wat je graag zelf wilt overbrengen.
- Ten slotte werk je in de vierde periode toe naar een voorstelling. Bij musical begin je al vroeg in het jaar met het instuderen van dans- en zangnummers, je werkt aan een themaverhaal en tijdens het theaterfestival is er een voorstelling in ICOONtheater.’

Geluksmomentjes…
 

‘Die heb ik heel vaak! Ik vind het geweldig te zien dat mensen groeien, ontspannen en meer in zichzelf gaan geloven en vertrouwen. Een kind dat ineens heel zelfverzekerd staat te spelen. Of jongeren, die ondanks hun geworstel met dat lijf gewoon stevig op dat podium staan!’


Margreet Derks

‘Ontspannen in de war zijn’

Achtergrond
• Margreet volgde de PABO in Nijmegen
• Ze werkt al bijna 20 jaar als Cliniclown in ziekenhuizen en instellingen
• In 2017 studeerde ze af aan de Theateracademie in Tilburg
• Sinds 2016 geeft Margreet theatercursussen in het Eemhuis, zowel gericht op improvisatie als op het maken van voorstellingen
• Daarnaast traint en coacht ze spelers in de zorg 

Als docent
‘Ik vind het een voorrecht als docent iets over te dragen wat ik zelf ontzettend gaaf vind. In de les werk ik vanuit mijn ervaring als speler, soms ga ik zelf de vloer op – niet om iets voor te doen, maar om te ervaren hoe een opdracht werkt en hoe we die eventueel kunnen aanscherpen. Ik laat mezelf dus ook zien, waardoor ik ook wel eens van mijn sokkel val – daar kunnen we dan hard om lachen.  

Bij alles wat ik doe, ben ik nieuwsgierig naar de ander. Ik kan me helemaal vinden in de uitspraak van choreografe Pina Bausch: “Mich interessiert nicht, wie die Menschen sich bewegen, sondern, was sie bewegt.”

Niet denken maar doen!
‘Ik ga uit van de kwaliteiten van mensen; ik start met wat eigen is aan iemand, en dan kijken we samen waar rek is voor groei. Ik ben me er steeds van bewust hoe spannend toneelspelen is. Er is niks om je achter te verschuilen. Je instrument waarmee je speelt, is je eigen lichaam. Je fysiek is het uitgangspunt. Speel je bijvoorbeeld een gemene koning, dan ga je niet denken hoe die eruitziet, maar je onderzoekt jouw koning door te doen. Hoe loop ik als gemene koning, hoe handel ik? En hoe klinkt mijn stem, hoe is mijn oogopslag? Theater gaat voor mij om uitproberen, al spelend op de vloer: soms lukt het goed en soms minder. Dat hoort er allemaal bij. Fouten maken bestaat niet.’  

Spelstroom
‘Bij toneelspelen is het belangrijk dat je de waarneming traint, en dat je vanuit een impuls leert reageren op dat wat je ziet en hoort. Je personage reageert op de actie van de ander. De ander incasseert jouw reactie om vervolgens weer te reageren. Deze manier van samen spelen geeft energie en plezier – mensen komen echt in een ‘spelstroom’.  

Ik geef ook graag opdrachten waar cursisten van in de war raken. In het begin is verwarring vaak niet fijn - we willen eigenlijk alles ‘goed’ doen door controle te houden. Maar door het vaker te ervaren, kun je meer ontspannen in de war zijn. Maniertjes vallen weg en als speler sta je volledig in het hier en nu, open om in de verbeelde situatie te spelen.’

Geluksmoment…
‘Er was een cursist, die meestal aardige, sympathieke personages speelde. Dat was prima, maar hij tapte steeds uit hetzelfde vaatje. Totdat hij van mij de opdracht kreeg om de andere speler op de speelvloer uit te dagen zodat die boos zou worden. Hij liet toen een kant van zichzelf zien die we niet kenden: hij maakte als speler een grote stap voorwaarts. Op zulke momenten ben ik als een kind zo blij. En trots!’

Lisette Mallee

‘Als ik zo’n mooie scène zie, denk ik: inlijsten!’

Achtergrond
• Lisette studeerde dramatherapie en werkte 5 jaar als groepsleidster in de kinderpsychiatrie.
• Daarna had ze 5 jaar haar eigen theaterbedrijf waarmee ze veel jeugdvoorstellingen maakte en speelde.
• Ze volgde de Kaderregie opleiding en haalde haar master Kunsteducatie.
• Lisette is vakdocent drama en CKV op een middelbare school.
• Sinds 2005 is ze verbonden aan Scholen in de Kunst, ze geeft les aan volwassenen en kinderen. Ook is ze medeverantwoordelijk voor de talentklas theater van Scholen in de Kunst.
• Lisette speelt regelmatig haar eigen solovoorstelling en volgt een verdiepende acteeropleiding op theaterschool de Trap. 

Als docent
‘Van leerlingen op de middelbare school - waar theater een verplicht vak is, hoor ik vaak terug dat ik zo enthousiast ben: zelfs als ze het vak eigenlijk ‘stom’ vinden, noemen ze dat aanstekelijk. Ik geloof ook dat ik goed zie hoe ik iemand met de juiste feedback verder kan brengen. Ik ben van oorsprong dramatherapeut en hoewel ik nooit als therapeut gewerkt heb, is mijn waarnemingsvermogen misschien daarom goed ontwikkeld. Zelf spelen in theaterproducties geeft me als docent veel inspiratie.’  

Theater
‘Wat wil ik mijn cursisten bijbrengen? Hoe ontzettend leuk theater is! En de breedte van het vak. Ik wil laten zien dat je theater kan maken vanuit dans, vanuit beeldende kunst, vanuit muziek. En dat het onmiskenbaar een plek inneemt in de maatschappij. Vakinhoudelijk wil ik laten zien hoe het werkt: hoe kom je van een idee tot theater; waarom is iets theater en waarom niet? En ik vind het mooi als ik mensen de ervaring kan geven dat ze samenvallen met zichzelf: iedereen heeft voor de buitenwereld een imago, een houding. Op het toneel kan dat ineens wegvallen – dan zijn mensen heel vrij: “Ik dacht niet meer na, ik deed gewoon, in een flow!” 

De les
‘We beginnen altijd met een energizer – spelletjes om erin te komen en alert aanwezig te zijn, en daarna doen we oefeningen die het thema van de les introduceren. De kern van de les is vaak een maak- of spelopdracht gebaseerd op wat we net geoefend hebben; toepassing van de technieken.  

Aan het einde van het jaar passen we al het geleerde toe in een eindproductie waar we langere tijd aan werken’

Voorstelling
‘Met alle theatergroepen - behalve met de allerkleinsten, sluiten we af met een voorstelling. Van kerst tot de voorjaarsvakantie verzamelen we materiaal: de cursisten maken dan door verschillende maakopdrachten allerlei scènes rondom een thema. Met de input van de cursisten wordt dan een door mij bedacht kader ingevuld en zo ontstaat de voorstelling. De periode daarna zijn we echt met het repeteren van het toneelstuk bezig. De volwassenen presenteren het eerste jaar altijd in het eigen theaterlokaal. Vanaf het tweede jaar spelen ze op een andere locatie bijvoorbeeld in De Lieve Vrouw, of op locatie.  

Geluksmomentjes…
‘Als iemand iets doet wat hij nooit eerder gedaan heeft – als hij verbaasd is over zichzelf. Of als ik een mooie scène zie: inlijsten! denk ik dan. En ik geniet van een fijne sfeer in de les, als cursisten echt willen werken – echt willen weten wat theater is.’