Dwarsfluitles

Dwarsfluitles

De dwarsfluit is een instrument dat niet alleen in de klassieke muziek, maar ook in de lichte muziek goed tot z'n recht komt. Naast als solo-instrument is de dwarsfluit te vinden in allerlei orkesten en ensembles, zoals het symfonieorkest en het harmonieorkest.

OVER DWARSFLUITLES

Vanaf ongeveer 7 jaar is het mogelijk met (dwars-)fluitles te beginnen. Voor de jongsten maken we gebruik van kleine fluiten speciaal voor deze leeftijd. Plezier in het muziek maken staat centraal in de lessen; dit is de beste drijfveer om veel te kunnen leren!

EXTRA GROEPSLES VOOR 1E JAARS

Voor beginnende enthousiaste blazers tot 12 jaar (fluit, hoorn, fagot, klarinet of hobo), die graag met andere kinderen samen muziek willen maken, is er het Basispakket 1e jaars. Je krijgt dan 25 minuten individueel les en 10 minuten groepsles. Dat maakt het spelen nog leuker!

OEFENEN HELPT

Natuurlijk hoort dagelijks oefenen bij het leren bespelen van een instrument. Het is belangrijk dat je elke dag even speelt en naarmate je wat verder bent, wordt dat wat langer. Hoe heerlijk is het om al meteen muziek te kunnen maken! Voor kinderen is het een goed hulpmiddel een vaste tijd per dag te reserveren. Positieve aandacht van de ouders of omgeving werkt zeer stimulerend! Hoe je kunt oefenen en hoe lang wenselijk is hoor je van je docent.

HEB JE NOG VRAGEN?

Je kunt altijd contact opnemen met ons om te overleggen of een vraag te stellen.

LESKAART

We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent.


Aanbod > Dwarsfluitles

Docenten voor deze cursus

Len Cassee

Tom Tulen

Irma Vos

Len Cassee

‘Hun geluksmomentje wordt het mijne’

Achtergrond
• Len studeerde fluit aan de conservatoria van Utrecht en Hilversum.
• Sinds 1984 geeft ze les aan Scholen in de Kunst, inmiddels als fluit- en gitaardocent.  
• Len organiseert met collega’s het blazerskamp en de gitaardag voor Scholen in de Kunst. 

Fluit en gitaar
‘De hoogtijdagen van de fluit waren in de jaren 80, toen ik begon met lesgeven. Maar daarna nam het aantal leerlingen af en stroomde een overweldigend aantal kinderen binnen voor gitaarles. Ik speelde in die periode heel fanatiek gitaar en heb samen met collega Daan van der Vliet de introductiecursus gitaar in groepsverband opgezet. In eerste instantie was ik ondersteunend docent, later deed ik het alleen. Inmiddels zijn er geen grote groepen meer, maar vang ik wel nieuwe leerlingen op. Iedereen die bij mij start kan ervoor kiezen na een paar jaar, als het specialistischer wordt, naar een ander te gaan, maar gelukkig willen veel leerlingen blijven.’

Als docent
‘Ik ben van nature echt een docent, of het daarbij nou gaat om de fluit of om de gitaar. Ik heb zelfs leerlingen met meerdere instrumenten, die begonnen zijn met fluit, maar in de puberteit ook gitaar zijn gaan spelen. Bij het lesgeven wil ik iemand graag vaardig maken op zijn instrument en dat dan niet alleen op basis van mijn idee van vaardigheid, maar uitgaande van wat een leerling aan vaardigheden wil beheersen. Ik wil ze ook een leuke tijd geven, waar ze later goede herinneringen aan hebben.’

Methode
‘Alles begint met een instrument en een kind, daar komt vanzelf wat uit. De methode is bij iedereen anders. Soms beginnen we op gehoor, bij anderen juist met houvast van noten en een schriftje.

Voor sommige mensen is een recht pad goed, maar bij mij kun je allerlei zijwegen op. Als iemand het leuk vindt op YouTube van alles op te zoeken en lekker mee te spelen, op fluit of gitaar, dan proberen we dat. Dan help ik leerlingen bij het uitvissen van akkoordenschema’s en solootjes.

Afhankelijk van de leerling heb ik een lange-termijnplan. Soms vind ik het in eerste instantie jammer dat een goede gitaar leerling ineens alleen begeleidingen wil doen, maar als ik dan een filmpje zie van een bandje waarin hij of zij speelt - dat als een huis staat - dan ben ik echt trots.’

Oefenen
‘Ik vraag van leerlingen dat ze thuis oefenen en dat ze initiatief nemen. Ik kan niet de enige stimulans zijn in de week. Van ouders verwacht ik dat ze dat ondersteunen. Je hoeft echt geen verstand van muziek te hebben, ga er gewoon naast zitten. “Wat leuk, mag ik dat liedje nog een keer horen?” Of: “Kun je mij dat eens leren” - dat zijn zinnen die wonderen kunnen doen.’

Geluksmomentjes…
‘Ik deel mee in de vreugde van leerlingen die ineens ontdekken dat ze iets kunnen en heel mooi vinden, die eureka-ervaring. Hun geluksmomentje wordt dan ook het mijne.’


Tom Tulen

‘Het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes’

Achtergrond 
• In 1975, meteen na zijn opleiding aan het Koninklijk Conservatorium De Haag, begon Tom Tulen als fluitleraar op de Muziekschool in Amersfoort, nu Scholen in de Kunst.  
• Tom speelt naast dwarsfluit ook traverso en hij dirigeert mede het Jeugdorkest en het Symfonieorkest van Scholen in de Kunst. En als enige dirigent, maar samen met collega’s Stieneke Nagel en Josien van Mens, leidt hij het jongste orkest van Scholen in de Kunst, het Juniorenorkest. 
• Als mede ontwikkelaar en marketeer zet Tom zich in voor het product LefreQue, een klankbrug, die zorgt voor speelgemak en zuiverheid bij blaasinstrumenten. Online: www.lefreque.nl. 
• Tom geeft hifi-advies en maakt opnames voor cd. 

Als musicus 
‘Waarom ging ik juist dwarsfluit spelen op mijn achtste? Geen idee. Ik herinner me alleen dat ik de keuze maakte tijdens een instrumentenparade, leerlingen die langsliepen met hun instrument. Ik ben wel echt een blazer, dat past bij je of niet. Het is als zingen, ademen, ik kan niet zingen maar dat lijkt me het mooiste wat er is.’ 

Als docent 
‘Ik ben doelgericht, maar de weg is het doel, het resultaat is relatief. Ik ben denk ik niet streng, ik houd van grappen en zoek naar een veilige sfeer waarin leerlingen hun ruimte durven nemen en ervaren dat er niks aan de hand is. Maar, geen gerommel! Ik heb geen geduld voor kinderen die niks doen, niet studeren of niet geïnteresseerd zijn. Ik wil wel iets kwijt, maar ga mezelf niet opdringen. Ik houd niet van sterke hiërarchie in de les. En het is leuk als leerlingen mooi gaan spelen, maar het contact met hen vind ik veel leuker. Kinderen groot zien worden, het zo inrichten dat er iets bijzonders tevoorschijn komt.’ 

De les 
‘Mijn les heeft geen specifieke opbouw, die wordt ingekleurd door de leerling. Kinderen kunnen een les vaak goed vormgeven. Volwassenen moet ik vaker sturen. Een onderdeel van de les is de voorbereiding op samenspel en orkestrepetities. Mijn leerlingen mogen alles spelen wat niet te moeilijk is, alles wat aangenaam is. Liedjes met vorm, kop en staart, vraag en antwoord. Musicalliedjes met leuke begeleiding van cd. Alles wat nodig is om het repertoire van later voor te bereiden.’  

Studeren  
‘Ouders zijn hierbij belangrijk en moeten niet onzeker zijn. Soms dwingend zeggen dat er gestudeerd moet worden. Niet in de mode, maar wel belangrijk. Een kind heeft geen overzicht, geen idee van tijd, geen idee van doel. Je hoeft bovendien geen verstand te hebben van muziek. Veel kinderen kunnen snel zelf leren studeren. Het gaat om het op elkaar stapelen van kleine resultaatjes. Elke minuut een overwinninkje herkennen, dan begin je het te snappen.’  

Geluksmomentjes… 
‘Die zijn er zo vaak! Een leerling bijvoorbeeld die ineens doorkrijgt wat een geluksgevoel het geeft als iets lukt’  



Irma Vos

‘En dan dat stralende gezichtje!’

Achtergrond
• Irma studeerde als docerend musicus af aan het Conservatorium van Rotterdam en als uitvoerend musicus aan het Conservatorium in Utrecht.
• Sinds 1986 geeft ze les bij Scholen in de Kunst.
• Na haar opleiding remplaceerde Irma in beroepsorkesten, ook speelde ze in het Nederlands Fluitorkest en in ad hoc kamermuziekensembles.
• Inmiddels is haar lespraktijk groter dan haar uitvoeringspraktijk. Ze speelt nog vooral Bachcantates bij cantateverenigingen.
• Samen met Frits Kroese en Georgina Collington vormt Irma het artistiek team van de School voor Talent, zij is vooral aanspreekpunt voor de kinderen en hun ouders. 

Als docent
‘Plezier in muziek maken, dat wil ik mijn leerlingen bijbrengen en ik wil het beste halen uit iedereen. Er zijn zoveel verschillende leerlingen: hele kleintjes, pubers, jongeren die het vak in willen, volwassenen – ik pas me steeds aan. Ik wil graag een band opbouwen met een leerling. Ik weet welke andere hobby’s ze hebben, en ik onthoud wat ze vertellen over school en thuis, zodat ik kan inspelen op de situatie.  

In mijn les wil ik echt aan het werk, iets bereiken. Niet zozeer een bepaald niveau, maar plezier. En het zelfstandig iets kunnen spelen, of ergens kunnen spelen, in een studentenorkest of een ensemble. Ik wil iets meegeven waar leerlingen een leven lang iets aan hebben.’

Methode
‘Welke methode ik kies, hangt af van de leerling. Bij iedereen begin ik met klank maken. Het beste geluid uit het instrument krijgen wat op dat moment haalbaar is. Bij kinderen verzin ik daar dingen omheen: gehoorspelletjes, klapspelletjes en op een gegeven moment zeg ik: “Die toon die we spelen, heet een b en die gaan we opschrijven.” Maar als iemand al noten kan lezen, beginnen we gewoon met een boek. Ik heb ook dyslectische leerlingen, daar heb ik iets voor ontwikkeld, we werken met kleuren en ik speel veel voor.’  

Samenspelen
‘Plezier in het muziek maken, krijg je niet als je alleen maar op je zolderkamertje studeert. Daarom regel ik naast de gewone les van alles om leerlingen te laten samenspelen. Ze kunnen in een orkest of een ensemble, samenspelen met iemand van school, en ik organiseer weekenden samen met mijn gitaar en klarinet collega waarin kinderen samen muziek maken. Dat doe ik ook voor volwassen leerlingen. Voor veel mensen het hoogtepunt van het lesjaar.’ 

Oefenen
‘Van leerlingen verwacht ik dat ze iedere dag thuis spelen. Natuurlijk lukt dat niet altijd, maar als het echt te weinig gebeurt, kan ik niks op de les en verzin ik trucs waardoor ze het hopelijk wel gaan doen. Bij jonge kinderen moeten ouders structuur bieden, een vaste tijd en een rustige plek. En af en toe even luisteren. Bij pubers niet pushen, maar iets leuks verzinnen. Wat luisteren ze zelf? Radio 538? Daar zijn fluitboeken van! Of we zoeken samen iets uit in de muziekwinkel. ‘Wow, ze is weer aan het spelen!’, mailt een ouder dan. Ik vertel leerlingen in de brugklas ook dat het gezond is fluit te spelen tussen het huiswerk maken door. Na elk vak, vijf minuten spelen, dan leer je weer sneller en haal je betere cijfers. Zoiets. Dan studeren ze soms ineens juist meer…’  

Geluksmomentjes…
‘Bijvoorbeeld als een kind al weken probeert geluid uit het instrument te krijgen en ineens lukt het. En dan dat stralende gezichtje! Maar ook een leerling die het Fluitconcert van Mozart instudeert en van alles probeert, tot het ineens echt klinkt als het Fluitconcert van Mozart.’