SidK 2015 - slagwerk).jpg

Drums

Welke muziekstijl vind jij leuk ? Pop, Rock, Metal, Funk, Punk, Jazz, Drum & Bass… Het maakt niet uit, het drumstel is in al deze stijlen niet weg te denken.  Door die veelzijdigheid kan elke leerling de lesstof in zijn eigen belevingswereld toepassen.

De doelstelling van de lessen is , dat je zelfstandig en met plezier kan functioneren in een band. In de eerste instantie in de door jou gewenste stijl. Maar natuurlijk zal je in aanraking worden gebracht met andere stijlen en ga je leren hoe je die in je eigen muziek kan gebruiken om zo je horizon te verbreden. 

Meteen de eerste les beginnen we achter het drumstel, zodat je het instrument leert kennen als één geheel , waarbij hand- en voetcoördinatie vanaf het begin getraind wordt (instrumentbeheersing).
Alle aangeleerde vaardigheden pas je direct toe in het maken van eigen beats, fills en ritmes. (Het trainen van creativiteit en improvisatie).
Ook ga je werken aan het (mee)spelen van nummers (trainen van tempo en functie van drums in het geheel) en besteden we aandacht aan het spelen met een bassist. (samenspel)
Het lezen van noten (drumritmes) en drum charts (drumnotatie van songs) zullen spelenderwijs aanbod komen. 

Naast de individuele lessen hebben we verschillende bands en orkesten, waarin regelmatig plek is voor een drummer.

Leskaart
We bieden voor instrumentale lessen ook een losse leskaart aan van 175 lesminuten. Die minuten zijn vrij inzetbaar, bijvoorbeeld voor langere lessen, of voor 7 lessen van 25 minuten. Dit bespreek je samen met je docent. De leskaart kost: 

€ 175,- voor 6 - 20 jaar

€ 195,- voor 21 - 99 jaar

Helaas is het op dit moment nog niet mogelijk de leskaart online te kopen. Wil je een leskaart, stuur dan een e-mail naar onze cursistenadministratie. Vermeld in de onderwerpregel 'leskaart plus het instrument waarvoor je de leskaart wilt gebruiken'.

Aanbod > Drums

Docenten voor deze cursus

Harry Oosterbroek

Rombout Stoffers

Hans Weijergang

Harry Oosterbroek

‘Hè, is de les nu al afgelopen?’

Achtergrond 
• Harry begon als kleine slagwerker op 7-jarige leeftijd in een fanfareorkest.
• Hij studeerde zowel klassiek slagwerk als lichte muziek (drums) aan het Conservatorium in Zwolle.
• Meteen na deze studie startte hij in 1982 met lesgeven bij Scholen in de Kunst.
• Hij werkte daarnaast als freelance slagwerker in radio-orkesten en bij operettegezelschappen.
• Harry is naast docent slagwerk/drums ook coördinator van diverse activiteiten bij Scholen in de Kunst.  

Als docent 
‘Ouders noemen mij geduldig. Mijn leerlingen komen vaak met een brede vraag. Naast drumstel en kleine trom willen ze bijvoorbeeld ook les in pauken en melodisch slagwerk. Ik wil juist de leerling die geïnteresseerd is in de veelzijdigheid van het vak, de geluidjes, de mogelijkheden: “Meester, mogen we volgende keer een ander instrument?”, dat is leuk! Ik heb veel affiniteit met de muziekkorpsen, veel van mijn leerlingen komen daar vandaan om muziekdiploma’s te halen.’  

De les 
‘Ik stimuleer interesse voor de veelzijdigheid van slagwerk door mijn leerlingen alle soorten instrumenten en alle mogelijke stijlen te laten horen. Ik laat ze meespelen met liedjes en zorg voor samenspel met andere leerlingen. Natuurlijk leer ik ze ook als slagwerker op een specifieke manier luisteren bij het samenspel. In een orkest heb je als slagwerker vaak rust. In plaats van alles uittellen, leren ze te letten op de signalen in de muziek, op de partijen van andere instrumenten.’  

Thuis 
‘Ik verwacht van mijn leerlingen dat ze het echt zelf willen en dat ze verder kijken dan hun neus lang is. Soms komen ze omdat ze in een bandje willen, een slagwerkgroep gehoord hebben of een trucje willen leren. Dat is leuk, maar daar moeten ze wel wat voor doen, elke dag studeren. Dat valt soms tegen. Het is belangrijk dat ouders zich dat realiseren: er moet een instrument komen, eventueel een oefentrommel of oefen pad en de kinderen moeten de gelegenheid krijgen thuis te studeren. Er is niks zo frustrerend als ouders die zeggen: nu even niet, ik heb hoofdpijn.’  

Geluksmomentjes
‘Als het kwartje valt, of als je lekker samenspeelt met een leerling. En als ze genieten van het samenspel met een andere leerling. En natuurlijke als een leerling zegt: “Hè, is de les nu al afgelopen?” 


Rombout Stoffers

‘Rombout, ik heb nog geen high five gehad!’

Achtergrond
• Rombout studeerde klassiek slagwerk aan het Conservatorium van Amsterdam bij Victor Oskam en Nick Woud.
• Sinds 1996 is hij als slagwerk- en drumdocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Na een periode van remplaceren in de beroepsorkesten ontdekte Rombout zijn liefde voor het muziektheater. Sindsdien is hij naast slagwerker en drummer ook performer. Hij werkte mee aan tientallen producties, onder meer bij Het Filiaal en De Wereldband.

Als docent
‘Het gevoel dat ik op het podium heb, mijn enthousiasme, het prikkelende, dat wil ik overbrengen. Wat is podiumpresentatie? Hoe zorg je dat je de muziek die jij op je kamertje oefent, naar buiten brengt. Als slagwerker heb je een heel fysiek instrument, het heeft iets “oers” - het zit in je lichaam en het is aan mij om het knopje te vinden om het eruit te krijgen. Als dat lukt, dan blijven leerlingen jaren bij me! Ik geef heel veel energie en kan keihard “Te gek!” roepen als we iets lekker samenspelen. Soms schrikken leerlingen van mijn enthousiasme, dan moet ik even zeggen: “Ik bedoel: dat hebben we mooi gedaan.” 

De les
‘Kinderen beginnen met slagwerk meestal heel breed. Met xylofoon, marimba, een keer pauken. Maar ook drummen. Bij slagwerk gaat het een groot deel over het aanleren van specifieke motoriek - als je die hebt, ben je al op de helft, daarna gaat het eigenlijk pas over muziek maken. Of kinderen meteen leren noten lezen, is helemaal afhankelijk van de leerling. Sommigen zijn er snel aan toe, met anderen werk ik lang auditief. Het voordeel van noten lezen is dat ik in de les goed kan aangeven wat een kind in de week thuis kan doen.’ 

Inspireren
‘Ik laat mijn leerlingen naar mijn voorstellingen gaan en ik kom af en toe bij hen thuis. Om hun instrumentarium te zien. Ik kan niet zoals een dwarsfluitdocent even het instrument bekijken op les. Kinderen vinden het geweldig, het werkt heel inspirerend. En het is nuttig, ik vind verklaringen voor manieren van spelen en kan dan weer goede adviezen geven.’  

Motiveren
‘Door aan te sluiten bij wat leerlingen willen, probeer ik te motiveren, maar zeker met sturing van mijzelf. Ik wil dat ze vorderingen maken en daarvoor moet ik creatief zijn: huidige leerlingen geloven niet meer in braaf lesjes op volgorde thuis afwerken. Nu doe ik bijvoorbeeld een challenge: achter het drumstel, vier tonen slaan en er dan één weg laten – daar een voet voor in de plaats. Dat vinden ze te gek, dan gaan ze oefenen met metronoom: “Yes Rombout, ik kan het nóg sneller!” Of ik laat ze dingen zelf uitzoeken, op internet. Afwisseling, dat is belangrijk.’  

Oefenen
‘Huiswerk, dat is soms schipperen. Ik houd wel rekening met rustige en drukke tijden en we werken drie keer per jaar naar een voorspeelmoment. Maar het is niet altijd makkelijk, in je eentje achter dat instrument, geconfronteerd met je eigen onkunde. Ik leer ze kleine stapjes nemen en: “Nee, niet meteen, hop, een nummer meespelen met YouTube, maar eerst: lang-zaam!” Ouders spelen hierbij ook een rol. Ik mail het huiswerk, bij oudere leerlingen de ouders in de cc. Met soms subtiel: het zou fijn zijn als je deze week wél studeert. Ik vraag of ouders regelmatig tijd willen maken om te helpen. Niet corrigeren, maar ernaast zitten en roepen: “Oh, wat leuk!” Zelfvertrouwen geven.’   

Geluksmomentjes…
‘Als ik een leerling met een big smile het lokaal zie verlaten, terwijl hij niet happy binnenkwam met: “Ik heb deze week niet geoefend”. Of - aan het begin en eind van de les wil ik altijd een high five, een kind loopt naar buiten, maar draait zich om en komt terug: “Ik heb nog geen high five gehad…” Het kleine geluk, dat is het.’ 


Hans Weijergang

‘Soms voel ik me heel even een tovenaar’

Achtergrond
• Als 6-jarig jongetje kreeg Hans zelf les aan de muziekschool in Amersfoort, de huidige Scholen in de Kunst. Eerst op accordeon en vanaf zijn 13e speelde hij slagwerk.
• Hans begon zijn conservatoriumstudie in Utrecht en rondde hem af in Rotterdam. Tijdens zijn studie specialiseerde hij zich binnen het slagwerk op drums.
• Vrijwel direct na zijn afstuderen begon hij parttime met lesgeven bij Scholen in de Kunst, naast het spelen in diverse pop/rock/fusion & jazzbandjes. En natuurlijk speelde hij op talloze bruiloften, bedrijfsfeesten, dinershows en op De Parade.
• Tegenwoordig ligt voor Hans het accent op lesgeven en speelt hij daarnaast in een Jazz en Funk/Rock band. 

Als docent
‘In de beginjaren gaf ik les op alle slagwerkinstrumenten. Maar omdat mijn hart bij het drummen ligt, ben ik me daar als docent ook op gaan concentreren; ik vind het belangrijk vanuit een passie les te geven. Natuurlijk wil ik dat een leerling de les leuk vindt, maar ik ben ook serieus in mijn drang iemand echt iets te willen leren. Ik heb zelf altijd hard en bewust moeten werken om te bereiken wat ik wilde, dat was niet altijd makkelijk, maar wel een voordeel bij het lesgeven. Als iets niet lekker gaat, kan ik me daar meestal in verplaatsen en aanwijzingen geven waar iemand verder mee kan.’ 

Mijn leerlingen
‘Ik heb in mijn carrière veel leerlingen van hun 6de tot hun 18de lesgegeven, waardoor ik echt een rol in hun leven speel. Dat vind ik heel waardevol. Ik probeer altijd een band op de bouwen met de leerling. Bij kinderen met een rugzakje is dat soms lastig, maar als het lukt, heb ik het gevoel echt iets bereikt te hebben. Wat ik steeds weer fascinerend vind, is de muzikaliteit van sommige kinderen. Die beginnen te spelen en volgen meteen de structuur, als een taal die ze herkennen.’  

Methode
‘Bij iedereen is mijn uitgangspunt dat alles mogelijk is. Vanaf de eerste les beginnen we achter het drumstel om het instrument te leren kennen als een geheel, waarbij hand- en voetcoördinatie meteen getraind worden (instrumentbeheersing). Daarna is het volkomen verschillend hoe iedereen het oppakt. Ik zoek altijd een klik om uit te vinden waar ik kan aansluiten bij de persoonlijke vaardigheden. Geen standaardmethode dus, geen vast boekje met ritmes die een leerling stuk voor stuk moet studeren. Voor iedereen geldt dat we aangeleerde vaardigheden direct toepassen bij het maken van eigen beats, fills en ritmes (creativiteit en improvisatie). Ook werken we aan het (mee)spelen van nummers (trainen van tempo en eigen maken van de functie van het instrument), en spelen we met een bassist (samenspel). Het lezen van noten – drumritmes, en drum charts - drumnotatie van songs, komt spelenderwijs aan bod.’ 

Fysiek
‘Een belangrijke taak is leerlingen helpen zich makkelijk te bewegen achter het instrument, het moet motorisch goed voelen, dan klinkt het beter. Drums spelen is een heel fysieke manier van muziek maken, je bent met je handen en voeten bezig. Het is een misverstand dat die heel onafhankelijk van elkaar moeten kunnen spelen; je moet juist leren dat alles extreem afhankelijk van elkaar is. Ik zeg vaak tegen de kinderen: “Volgens mij kun je ook fietsen, tegelijk sms-en en dan ook nog met je vriendin praten.”  

Samenspelen
‘We hebben hier op Scholen in de Kunst alle mogelijkheden voor samenspelen - daar zijn drums natuurlijk ook voor bedoeld. De popafdeling is heel actief, er zijn veel bandjes. Voor veel leerlingen is het moment dat ze in zo’n bandje gaan een omslagpunt. Sommigen zijn dan niet meer te houden, ze gaan op school in bandjes spelen - hun hele sociale leven wordt erdoor bepaald. Voor anderen gaat het om daar niet om, ze spelen liefst in hun eentje – lekker zen op hun kamer.’ 

Geluksmomentjes…
‘Soms voel ik me heel even een tovenaar. Ik zeg: “Doe die schouder eens naar beneden en gebruik het gewicht van je arm”; het kind heeft het geduld dat op te pakken en dan – ineens, is die bewegings-feel er. Daar doe ik het voor! Dat zijn ook altijd lessen dat we echt lol hebben en leerlingen met een grote smile weggaan.’