Bewegingstheater, niveau 2 - 3

Bewegingstheater, niveau 2 - 3

In deze korte cursus bewegingstheater staat spelen met je lijf centraal. Bewegingstheater vraagt een fysieke aanpak van het spel en is een leuke uitdaging voor theaterspelers met enige ervaring.


In deze cursus ligt de focus op de rol die beweging speelt in het theater. Zo leer je hoe je jouw hele lijf kunt inzetten tijdens het spel om uitdrukking te geven aan een gevoel of emotie. We gaan onderzoeken hoe je je lichaam gebruikt, maar ook hoe je je beweegt in de ruimte en op het podium. Een leuke energieke cursus, waar je wordt uitgedaagd theaterspel eens van een heel andere kant te bekijken!

 

Aanbod > Bewegingstheater, niveau 2 - 3

Docenten voor deze cursus

Angelique Severs

Niki Romijn

Angelique Severs

‘Vol zelfvertrouwen op het podium’

Achtergrond
• Angelique studeerde aan de dansacademie en heeft als uitvoerend danseres veel in jazz- en showdans op televisie gewerkt. Ze gaf dans en aerobicslessen op sportscholen.
• In Amsterdam rondde ze in 2002 de theaterschool af, waarna ze in Bilthoven als dramadocent een theaterschool opzette.
• Sinds 2010 is Angelique theater- en musicaldocent bij Scholen in de Kunst, ze geeft cursussen voor kinderen, jongeren en volwassenen.
• Daarnaast speelt ze zelf en regisseert ze muziektheaterproducties.


Als docent
‘Volgens mij ben ik wel een strenge maar grappige docent, ik houd van discipline. Maar, tegelijkertijd is er alle ruimte voor plezier! Ik ben zelf bewegelijk en enthousiast, dat helpt mensen meenemen. En ik daag mijn leerlingen graag uit, zodat iedereen individueel– vaak ongemerkt - vooruitgaat. Vanuit plezier en ontspanning en tegelijkertijd door hard te werken en veel te spelen. Ik zie dat heel concreet voor me, bijvoorbeeld: aan het begin van het jaar komt een kind voorzichtig binnen, met een klein stemmetje. Aan het einde van de cursus wil ik die vol zelfvertrouwen op het podium hebben!’

De les
‘We beginnen met een warming up, altijd bewegen en concentreren. Losmaken, dat kan met de stem, of aan de hand van bewegen, met of zonder tekst. Dan doen we speloefeningen als voorbereiding voor de kern van die les. Verder hangt de invulling van de les af van de periode van het jaar. Ik geef veel aanwijzingen, heb oog voor persoonlijke verbeterpunten en ben duidelijk in waarom we bepaalde oefeningen doen.’


Het cursusjaar
‘Alle theaterdocenten van Scholen in de Kunst werken met een leerlijn verdeeld in periodes:
- De eerste periode gaat om kennismaken, veiligheid, loskomen en fantaseren.
- De tweede is meer technisch. We leren hoe een scène is opgebouwd, hoe ziet het begin, midden en eind eruit? We leren het wie, wat, waar, wanneer en waarom. Dat geeft leerlingen het stramien voor improvisatie, zelf maken. De kinderen en jongeren geven voor de kerstvakantie een presentatie in het lokaal.
- In de derde periode komt de passie van de docent tot uitdrukking. Je kijkt waar de groep behoefte aan heeft en wat je graag zelf wilt overbrengen.
- Ten slotte werk je in de vierde periode toe naar een voorstelling. Bij musical begin je al vroeg in het jaar met het instuderen van dans- en zangnummers, je werkt aan een themaverhaal en tijdens het theaterfestival is er een voorstelling in ICOONtheater.’

Geluksmomentjes…
 

‘Die heb ik heel vaak! Ik vind het geweldig te zien dat mensen groeien, ontspannen en meer in zichzelf gaan geloven en vertrouwen. Een kind dat ineens heel zelfverzekerd staat te spelen. Of jongeren, die ondanks hun geworstel met dat lijf gewoon stevig op dat podium staan!’


Niki Romijn

‘Als ze er helemaal in opgaan, dat vind ik zo mooi…’

Achtergrond
• Niki is theatermaker, regisseur, zangeres, componist en stemactrice.
• Ze begon op jonge leeftijd met muziek- en balletlessen, leerde zichzelf piano spelen en studeerde solozang aan het Conservatorium. Ze speelde jarenlang in musicals zoals Cats, schrijft en speelt eigen theaterproducties en spreekt al 20 jaar stemmen in voor tv- en cartoonseries. Daarnaast heeft ze altijd lesgegeven.  
• Sinds 2016 is Niki verbonden aan Scholen in de Kunst. 

Als docent 
‘Mijn veelzijdige achtergrond is de basis van hoe ik les geef. Ik heb al die jaren als theatermaker, als performer zoveel geleerd - ik voel dat ik daardoor genoeg in huis heb om door te geven aan mijn leerlingen en hen te inspireren. De vrijheid en het plezier die ik zelf ervaar bij muziek maken, spelen en dansen, wil ik graag delen. Samen dingen verzinnen, samen van niets iets maken, dat geeft zoveel energie en zelfvertrouwen!’ 

De les 
‘Ik heb een duidelijke visie en werk in mijn lessen graag ergens naartoe. Maar ik laat altijd ruimte over om in te kunnen spelen op de dingen die leerlingen zelf aandragen. Het vertalen van gevoel naar theater, daar help ik ze bij. Ik laat zien hoe ze hun eigen fantasie als inspiratiebron kunnen gebruiken en geef ze het vertrouwen dat alles kan en mag in de les. In een veilige sfeer durven ze meer uit te proberen en zichzelf te laten zien. Misschien helpt het dat ik zelf nogal klein ben en graag gek doe. Dan moeten ze enorm lachen en komen ze vanzelf los.’ 

Technieken 
‘Ik houd ervan de kinderen al doende dingen te laten ontdekken, ze spelenderwijs iets te leren. Vanuit het werken aan een voorstelling geef ik praktische ‘theatertips’ waar ze echt wat aan hebben en waardoor ze zich verder kunnen ontplooien. Alle facetten van het musical vak verpak ik in leuke theaterspelletjes waarbij er heel veel geïmproviseerd mag worden. Zo maken ze zich ongemerkt een heleboel theatertechnieken eigen.’ 

Energie 
‘Als kinderen vanuit hun eigen creativiteit hun best doen, is dat altijd goed. Ik zal dan nooit zeggen dat iets verkeerd is. Misschien wel: “Laten we een experimentje doen, dan doen we het even anders”. Maar ik kan ook streng zijn als ik weet dat ze het beter kunnen: “Hier ga ik geen kaartje voor kopen!” Dan gaat het vaak om de energie die ze erin steken. Ik wil dat ze gefocust zijn, hun best doen. Ook als het even iets minder met ze gaat – juist door extra energie geven kan je helemaal vergeten waar je nou mee zat.’  

Geluksmomentjes… 
‘Die gezichtjes als ze er helemaal inzitten... Kinderen blijven vaak moeilijk in hun eigen rol. Ze kijken naar elkaar, voelen gêne, of lachen om elkaar. Maar als het lukt, als ze er helemaal in opgaan, dat vind ik zo mooi!’