Cursusaanbod
Muziekexpress, 9 - 12  jaar

Muziekexpress, 9 - 12 jaar

De Muziekexpress is een muziekcursus voor kinderen in groep 6, 7 en 8 en is een goede voorbereiding als je een muziekinstrument wil leren spelen. Of als  je nog  twijfelt welk instrument het best bij je past natuurlijk.

De eerste 15 lessen ga je zingen, leer je noten lezen en ontwikkel je maat- en ritmegevoel. We maken in de lessen gebruik van instrumenten als trommel, triangel en klokkenspel en maken kennis met alle instrumenten waar je les in kan krijgen bij Scholen in de Kunst. 

Voor de kinderen van de  Muziekexpress  en Muziekfabriek organiseren we een muziekmarkt, waar je alle instrumenten kunt uitproberen. 

De laatste 15 lessen krijg je telkens drie lessen op één van de instrumenten uit de verschillende instrumentgroepen: de snaarinstrumenten,  de houten blaasinstrumenten, de koperen blaasinstrumenten, de slaginstrumenten en de toetsinstrumenten. Een uitgebreide introductie op de instrumenten waar je uit kunt kiezen. Een soort snuffelstage dus!

Aanbod > Muziekexpress, 9 - 12 jaar

Docenten voor deze cursus

Christine Vermeulen

Juliëtte van Capelleveen

Daphne Balvers

Rombout Stoffers

Len Cassee

Marjanne Heus

Christine Vermeulen

‘Het stikt van de geluksmomentjes!’

Achtergrond
• Christine studeerde Muziektherapie en haalde daarna haar lesbevoegdheid als docent muziek
• Vanaf 2001 is ze verbonden aan Scholen in de Kunst 
• Christine geeft Muziekfabriek voor kinderen en ukelele-les voor volwassenen en kinderen
• Vanuit Scholen in de Kunst is ze docent muziek op verschillende basisscholen 
• In haar vrije tijd speelt Christine viool in een folk-punkband 

Als docent
‘Als ik iets van mezelf weet, is het dat ik ongelofelijk enthousiast ben, soms worden de kinderen in mijn groepslessen daar helemaal vrolijk-hieperdepiep van. Dan spreek ik mezelf soms even toe: rustig aan! Ik wil de kinderen zo graag laten ervaren hoeveel plezier je kunt hebben met muziek maken – hoe leuk het is om met elkaar te zingen, te spelen. Ik weet dat ik dan stiekem ook een heleboel andere dingen bij ze trigger. Ze leren bijvoorbeeld tegenstellingen in muziek herkennen zoals hoog-laag, kort-lang, hard-zacht, maat-ritme, zolang zij maar het gevoel hebben dat ze lol hebben in het muziek maken.’  

Muziekfabriek
‘Ik zorg voor veel afwisseling in de les, zodat ik de kinderen steeds trigger om erbij te blijven. Ik zing veel, ik laat ze zelf dingen verzinnen, muziekjes componeren, en soms geef ik een beetje theorie en we beginnen met noten leren lezen. Ik neem altijd een instrument mee waar we naar kijken en luisteren. We eindigen meestal met een muzikaal spelletje.’  

Ukelele-les
‘Ukelele wordt vaak gekozen door volwassenen die graag een instrument willen leren bespelen. Het is een toegankelijk instrument, waarmee je jezelf zingend kunt begeleiden en in korte tijd al echt muziek kunt maken. De ukelele-lessen zijn vooral in groepsverband in periodes van vijf weken. Maar ik heb ook individuele cursisten, voor korte of langere tijd. Het leuke is dat je in een aantal weken al veel kunt bereiken! Je redt jezelf al snel met een paar akkoorden. Er zijn bijvoorbeeld basisschooldocenten, die met de ukelele in hun klas kinderliedjes willen zingen en dat lukt wel na zeven weken. Het gaat voor mij ook hier om de lol van het muziek maken. Het is zo leuk om jezelf op deze manier te kunnen uiten. Mijn enthousiasme slaat over op andere mensen en dan hoop ik, juist bij volwassenen, dat ze zich vrij voelen. En dan gewoon, hup, gaan! Zingen, spelen! Wat maakt het uit wat anderen denken?!’  

Geluksmomentjes…
‘Het stikt van de geluksmomentjes! Bij de kinderen bijvoorbeeld: als we iets maken met elkaar en het klinkt te gek, en ik zie de kinderen met rode wangen van plezier – daar word ik zielsgelukkig van. Of als ik ze in groepjes laat samenwerken en ze tillen elkaar naar een hoger plan. En aan het eind van het jaar hebben we een optreden met de kinderen van de Muziekfabriek. Dan staan ze allemaal op het podium, de ouders glimmend in de zaal, dan ben ik zo trots!’

Juliëtte van Capelleveen

‘Muziek heeft iets magisch’

Achtergrond
• Juliëtte studeerde piano bij Jacques Hendriks en Arthur Hartong aan het Conservatorium in Arnhem.
• Sinds 1992 geeft ze pianoles bij Scholen in de Kunst.
• Behalve piano speelt Juliëtte altsaxofoon. Met een Amsterdamse muziektheaterband treedt ze op voor achterstandsscholen en buurtfestivals.
• Juliëtte verdiept zich in methodiek en leert hoe ze elementen uit de Kodály methode kan integreren in de instrumentale les.

Als docent
‘Ik zie mijzelf als sturend, ik onderzoek welke muziek de leerling leuk vindt en wil spelen. Hoewel ik op deze manier dus vaak niet met een vaste methode werk, heb ik wel een lijn in gedachte die voor een bepaalde leerling nodig is om zich specifieke technische en muzikale vaardigheden eigen te maken. Vroeger had ik een patroon in mijn hoofd: als je vier jaar speelt, moet je daar en daar zijn. Daar ben ik gelukkig vanaf, iedereen werkt in zijn eigen tempo. Dat geeft veel rust!’

Methode
‘De laatste jaren ben ik me gaan verdiepen in elementen van de Kodály methode, dat heeft me veel energie en nieuwe impulsen gegeven. Creatief omgaan met het materiaal, bij jonge kinderen niet werken met boeken, maar met losse liedjes. We hebben een liedje, we maken er tekst en bewegingen bij, die we uitvoeren terwijl we het liedje zingen en zo verankert het zich in het geheugen. Alle elementen die nodig zijn om het liedje te kunnen spelen oefen je zo op een speelse manier. Als we dan achter de piano zitten is alles al gekend.’

Repertoire
‘Als mijn leerlingen verder zijn, komen ze met eigen stukken. Op een bepaalde leeftijd willen ze bijna allemaal zingen en popnummers begeleiden. Geweldig, zonder gêne, dat ontroert me. Juist het je kunnen uiten is waar ik het voor doe. Op dit moment spelen ze bijvoorbeeld allemaal Yann Tiersen en Einaudi, van die simpele minimal-achtige muziek - pubers vinden dat heerlijk, lekker motorisch, blijven hangen op akkoorden. Op een gegeven moment zien ze de beperking en sluis ik er weer wat Chopin tussendoor. Zo probeer ik de puberteit te overbruggen. Daarna gaan we hard aan de slag met het 'echte werk', zodat ze een goede basis hebben als ze na de middelbare school gaan studeren.’

Studeren
‘In de beginfase zijn ouders belangrijk, ze moeten liefst een vast moment op de dag kiezen en mee studeren. Je hoeft er niet altijd naast te zitten, maar wel in buurt, zodat je kan zeggen: “Dat klonk leuk, doe dat nog eens.” Vooral ondersteunend en niet corrigerend. Vroeger verwachtte ik dat mijn leerlingen thuis veel studeerden en was ik chagrijnig als het tegenviel. Dat heb ik losgelaten. Ik werk gewoon keihard in de les en dan zie ik wel. Soms hebben ze het gewoon heel druk, of geen zin. Toen ik thuis een zoon met een instrument had, zag ik pas hoe dat ging. Dan waren we een weekend weg en was de week alweer voorbij. Maar als het bij een leerling structureel wordt, dan zeg ik wel dat het misschien tijd is om iets anders te doen.’

Geluksmomentjes…
‘Als ik zelf heel geïnspireerd ben en een leerling voelt dat, waardoor een enorme creatieve werklust ontstaat. Of juist andersom, als een leerling heel geïnspireerd is. Dan heeft muziek iets magisch.’


Daphne Balvers

'Ineens de klank van een ‘echte’ saxofonist'

Achtergrond
• Daphne begon haar opleiding saxofoon aan het conservatorium van Hilversum en studeerde Cum Laude af in Amsterdam.
• Als uitvoerend musicus speelde ze onder meer in het Amsterdam Saxophone Quartet, met musici als Jaap van Zweden, Han Bennink en Daniël Wayenberg.
• Sinds 1999 geeft Daphne les op Scholen in de Kunst.
• Ze leidt de Saxoholics, het ensemble van Scholen in de Kunst voor gevorderde saxofoonleerlingen.
• Daphne speelt in The Sprockets, een filmbegeleidingsorkest.

Als docent
‘Ik ben heel geduldig denk ik. En ik vind het leuk om mijn leerlingen op elk niveau uit te dagen, over een streep te trekken. Ik laat ze graag iets proberen waarvan ze zelf denken: dat gaat nooit lukken. Iets buiten hun comfortzone: ietsje moeilijker, uit het hoofd, of improviseren. En ik laat ze kennis maken met verschillende muziekstijlen.’

De les
‘Mijn manier van lesgeven is afhankelijk van de leeftijd, de capaciteit en van het karakter van de leerling. Ik volg geen standaardmethode. In het begin werken we aan klank, niet meteen met noten lezen. Daarna spelen we eenvoudige stukjes, vaak uit een boek met een audiotrack waarin allerlei stijlen aan bod komen. Pubers stimuleer ik vooral om zelf dingen in te brengen. Ik wil dat ze plezier hebben tijdens de les, zodat ze zich daarna telkens weer voornemen te gaan oefenen – of dat er dan van komt of niet...’

Klank
‘Ik vind het belangrijk dat leerlingen leren luisteren naar hun klank. Wat gebeurt er met je toon? Als je bijvoorbeeld op saxofoon jazz of pop speelt, horen daar bepaalde klankeffecten bij. Ik speel voor en geef tips, maar ze zullen zelf op zoek moeten. Het is zoals een taal leren: wat doe je met je mond om een bepaalde klank te krijgen? Geweldig als leerlingen na een tijdje merken dat ze het niveau van een muziekschool leerling ontstijgen. Ineens horen ze iets wat ze alleen kennen van “echte” saxofonisten, professionals. Dat geeft zelfvertrouwen!’

Samenspel
‘Aan pubers vraag ik regelmatig: “Zit je al in een bandje? Heb je geen klasgenoten met een bandje?” Ik vind het belangrijk dat mijn leerlingen samenspelen. Beginners kunnen zich aansluiten bij een van de vele muziekverenigingen in Amersfoort. En als ze eraan toe zijn, stuur ik ze naar de Flexband: een band van Scholen in de Kunst met allerlei blazers. Tijdens de lessen zelf laat ik ze ook in kwartetten spelen, daar is veel prachtig repertoire voor.’

Geluksmomentjes…
‘Als het lukt om leerlingen verder te brengen dan ze zelf verwachten. De zelfvertrouwen-boost die ze dan krijgen, vind ik prachtig om te zien!’



Rombout Stoffers

‘Rombout, ik heb nog geen high five gehad!’

Achtergrond
• Rombout studeerde klassiek slagwerk aan het Conservatorium van Amsterdam bij Victor Oskam en Nick Woud.
• Sinds 1996 is hij als slagwerk- en drumdocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Na een periode van remplaceren in de beroepsorkesten ontdekte Rombout zijn liefde voor het muziektheater. Sindsdien is hij naast slagwerker en drummer ook performer. Hij werkte mee aan tientallen producties, onder meer bij Het Filiaal en De Wereldband.

Als docent
‘Het gevoel dat ik op het podium heb, mijn enthousiasme, het prikkelende, dat wil ik overbrengen. Wat is podiumpresentatie? Hoe zorg je dat je de muziek die jij op je kamertje oefent, naar buiten brengt. Als slagwerker heb je een heel fysiek instrument, het heeft iets “oers” - het zit in je lichaam en het is aan mij om het knopje te vinden om het eruit te krijgen. Als dat lukt, dan blijven leerlingen jaren bij me! Ik geef heel veel energie en kan keihard “Te gek!” roepen als we iets lekker samenspelen. Soms schrikken leerlingen van mijn enthousiasme, dan moet ik even zeggen: “Ik bedoel: dat hebben we mooi gedaan.” 

De les
‘Kinderen beginnen met slagwerk meestal heel breed. Met xylofoon, marimba, een keer pauken. Maar ook drummen. Bij slagwerk gaat het een groot deel over het aanleren van specifieke motoriek - als je die hebt, ben je al op de helft, daarna gaat het eigenlijk pas over muziek maken. Of kinderen meteen leren noten lezen, is helemaal afhankelijk van de leerling. Sommigen zijn er snel aan toe, met anderen werk ik lang auditief. Het voordeel van noten lezen is dat ik in de les goed kan aangeven wat een kind in de week thuis kan doen.’ 

Inspireren
‘Ik laat mijn leerlingen naar mijn voorstellingen gaan en ik kom af en toe bij hen thuis. Om hun instrumentarium te zien. Ik kan niet zoals een dwarsfluitdocent even het instrument bekijken op les. Kinderen vinden het geweldig, het werkt heel inspirerend. En het is nuttig, ik vind verklaringen voor manieren van spelen en kan dan weer goede adviezen geven.’  

Motiveren
‘Door aan te sluiten bij wat leerlingen willen, probeer ik te motiveren, maar zeker met sturing van mijzelf. Ik wil dat ze vorderingen maken en daarvoor moet ik creatief zijn: huidige leerlingen geloven niet meer in braaf lesjes op volgorde thuis afwerken. Nu doe ik bijvoorbeeld een challenge: achter het drumstel, vier tonen slaan en er dan één weg laten – daar een voet voor in de plaats. Dat vinden ze te gek, dan gaan ze oefenen met metronoom: “Yes Rombout, ik kan het nóg sneller!” Of ik laat ze dingen zelf uitzoeken, op internet. Afwisseling, dat is belangrijk.’  

Oefenen
‘Huiswerk, dat is soms schipperen. Ik houd wel rekening met rustige en drukke tijden en we werken drie keer per jaar naar een voorspeelmoment. Maar het is niet altijd makkelijk, in je eentje achter dat instrument, geconfronteerd met je eigen onkunde. Ik leer ze kleine stapjes nemen en: “Nee, niet meteen, hop, een nummer meespelen met YouTube, maar eerst: lang-zaam!” Ouders spelen hierbij ook een rol. Ik mail het huiswerk, bij oudere leerlingen de ouders in de cc. Met soms subtiel: het zou fijn zijn als je deze week wél studeert. Ik vraag of ouders regelmatig tijd willen maken om te helpen. Niet corrigeren, maar ernaast zitten en roepen: “Oh, wat leuk!” Zelfvertrouwen geven.’   

Geluksmomentjes…
‘Als ik een leerling met een big smile het lokaal zie verlaten, terwijl hij niet happy binnenkwam met: “Ik heb deze week niet geoefend”. Of - aan het begin en eind van de les wil ik altijd een high five, een kind loopt naar buiten, maar draait zich om en komt terug: “Ik heb nog geen high five gehad…” Het kleine geluk, dat is het.’ 


Len Cassee

‘Hun geluksmomentje wordt het mijne’

Achtergrond
• Len studeerde fluit aan de conservatoria van Utrecht en Hilversum.
• Sinds 1984 geeft ze les aan Scholen in de Kunst, inmiddels als fluit- en gitaardocent.  
• Len organiseert met collega’s het blazerskamp en de gitaardag voor Scholen in de Kunst. 

Fluit en gitaar
‘De hoogtijdagen van de fluit waren in de jaren 80, toen ik begon met lesgeven. Maar daarna nam het aantal leerlingen af en stroomde een overweldigend aantal kinderen binnen voor gitaarles. Ik speelde in die periode heel fanatiek gitaar en heb samen met collega Daan van der Vliet de introductiecursus gitaar in groepsverband opgezet. In eerste instantie was ik ondersteunend docent, later deed ik het alleen. Inmiddels zijn er geen grote groepen meer, maar vang ik wel nieuwe leerlingen op. Iedereen die bij mij start kan ervoor kiezen na een paar jaar, als het specialistischer wordt, naar een ander te gaan, maar gelukkig willen veel leerlingen blijven.’

Als docent
‘Ik ben van nature echt een docent, of het daarbij nou gaat om de fluit of om de gitaar. Ik heb zelfs leerlingen met meerdere instrumenten, die begonnen zijn met fluit, maar in de puberteit ook gitaar zijn gaan spelen. Bij het lesgeven wil ik iemand graag vaardig maken op zijn instrument en dat dan niet alleen op basis van mijn idee van vaardigheid, maar uitgaande van wat een leerling aan vaardigheden wil beheersen. Ik wil ze ook een leuke tijd geven, waar ze later goede herinneringen aan hebben.’

Methode
‘Alles begint met een instrument en een kind, daar komt vanzelf wat uit. De methode is bij iedereen anders. Soms beginnen we op gehoor, bij anderen juist met houvast van noten en een schriftje.

Voor sommige mensen is een recht pad goed, maar bij mij kun je allerlei zijwegen op. Als iemand het leuk vindt op YouTube van alles op te zoeken en lekker mee te spelen, op fluit of gitaar, dan proberen we dat. Dan help ik leerlingen bij het uitvissen van akkoordenschema’s en solootjes.

Afhankelijk van de leerling heb ik een lange-termijnplan. Soms vind ik het in eerste instantie jammer dat een goede gitaar leerling ineens alleen begeleidingen wil doen, maar als ik dan een filmpje zie van een bandje waarin hij of zij speelt - dat als een huis staat - dan ben ik echt trots.’

Oefenen
‘Ik vraag van leerlingen dat ze thuis oefenen en dat ze initiatief nemen. Ik kan niet de enige stimulans zijn in de week. Van ouders verwacht ik dat ze dat ondersteunen. Je hoeft echt geen verstand van muziek te hebben, ga er gewoon naast zitten. “Wat leuk, mag ik dat liedje nog een keer horen?” Of: “Kun je mij dat eens leren” - dat zijn zinnen die wonderen kunnen doen.’

Geluksmomentjes…
‘Ik deel mee in de vreugde van leerlingen die ineens ontdekken dat ze iets kunnen en heel mooi vinden, die eureka-ervaring. Hun geluksmomentje wordt dan ook het mijne.’


Marjanne Heus

‘Ik wilde als meisje viool spelen nadat ik het Dubbelconcert van Bach hoorde. Als ik dat op een gegeven moment samen met een leerling kan spelen, is de cirkel voor mij weer rond’

Achtergrond
• Marjanne studeerde aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag, in de vooropleiding bij Qui van Woerdekom en hoofdvak bij Jacques Holtman en Leo Boelens.
• Vanaf 1988 is ze als viooldocent verbonden aan Scholen in de Kunst.
• Samen met Stieneke Nagel geeft ze ook de groepslessen viool [hyperlink] . 

Als musicus 
‘Bij mijn afstuderen zei de commissie: “Wij zien in jou een hele goede docent.” Woest was ik!  Dat wilde ik niet horen: ik was uitvoerend musicus, remplaceerde in de orkesten. Ik wilde zelf spelen. Later realiseerde ik me dat het om een extra kwaliteit ging en dat het klopte. Ik heb me altijd al graag verdiept in methodiek en ik wil niets liever dan leerlingen liefde voor muziek overbrengen.’  

Als docent 
‘Volgens mij ben ik heel enthousiast. En doelgericht. Ik heb voor ogen wat ik wil dat mijn leerlingen kunnen na één jaar, maar ook na zeven jaar. Ik begeleid ze vaak van hun 8e tot hun 18e, een belangrijke periode in hun leven. Muziek raakt je hart, dus al ze ergens mee zitten, hoor ik dat vaak. We kunnen dat bespreken, of juist niet, dan helpt lekker muziek maken.’ 

Methode 
‘In mijn praktijk komt alles samen wat ik zelf heb meegekregen. Mijn eigen leraar, Qui van Woerdekom heeft hier in Amersfoort de groepslessen opgezet, in combinatie met individuele lessen, zoals we dat nog steeds ideaal vinden. Zijn methodiek is de basis voor onze vioollessen. Het belang van een goede houding heb ik van hem overgenomen. Ik ben zelf in de vooropleiding door Qui “recht gezet”, zoals hij dat noemde. In dat jaar werd de basis nog eens in sneltrein tempo overgedaan. 

Kodály 
Muziek maken begint voor mij met innerlijke klankvoorstelling en met zingen. Dat heb ik ook van vroeger meegekregen. Op school hadden we een leraar die werkte met de Kodaly methode [hyperlink] en thuis zongen we ook veel. Die basis draag ik over. We hebben onlangs als docenten een Kodály-cursus gevolgd. Elementen daarvan integreer ik in de groepsles.’ 

Mijn les 
‘Mijn leerlingen krijgen een klassieke scholing. Tijdens de lagere school probeer ik flink, voorwaarts mars, vooruit te komen. Veel techniek, aan de hand van leuke stukjes en samenspel. Als dan de puberteit begint, moet ik meestal gas terugnemen: “wegens verbouwing gesloten”. Dat is niet erg, we hebben al veel geïnvesteerd. Als ze met populaire muziek aankomen, ga ik daar graag in mee. Op een gegeven moment realiseren ze zich dat er weer oefeningetjes nodig zijn om verder te komen.’  

Studeren 
‘Ik verwacht dat mijn leerlingen studeren. Als ze jong zijn, kunnen ouders helpen discipline aan te brengen, ze stimuleren te beginnen, samen een vast moment bepalen. Ik betrek hen er graag bij door bijvoorbeeld videootjes van de les te sturen. We hebben boeken met meespeel cd’s, dat motiveert ook voor thuis en leert de kinderen goed luisteren.’ 

Geluksmomenten… 
‘Ik wilde als meisje viool spelen nadat ik het Dubbelconcert van Bach hoorde. Als ik dat op een gegeven moment samen met een leerling kan spelen, is de cirkel voor mij weer rond’